DE LAST VAN EEN GOUDEN ERFENIS

Deze maand blijkt of het bondscoachschap van Toon Gerbrands bij de volleyballers een mislukking is geweest. Met hem als coach verloor de olympisch kampioen de afgelopen drie jaar meer wedstrijden dan de ploeg won. ,,Als Peter Blangé had geroepen: `de coach moet eruit', dan was ik weggestuurd.''

Onder het bewind van Toon Gerbrands brokkelde het koninkrijk van de Nederlandse volleyballers in sneltempo af. De trotse olympisch kampioen van Atlanta zakte de afgelopen drie jaar van de eerste plaats op de wereldranglijst naar de subtop. ,,Mijn respect voor de prestatie van de vorige generatie is er alleen maar groter door geworden'', zegt Gerbrands, die per 1 februari 1997 Joop Alberda als bondscoach opvolgde.

De gouden erfenis zorgde voor moeilijke, maar ook voor mooie momenten. ,,Het heeft iets raars'', vindt Gerbrands. ,,Je bent olympisch kampioen, maar je hebt het echte olympisch team niet bij je. Maar de tegenstanders gedragen zich er wel naar. Ze staan op scherp, willen koste wat kost van je winnen. De zalen zaten vol als wij kwamen. Buiten het veld word je ook als olympisch kampioen behandeld, tot op de dag van vandaag. Dat is prachtig om mee te maken.''

In het jaar na Atlanta werd Nederland, zonder vedette Ron Zwerver, nog wel Europees kampioen. Maar de titel in Eindhoven kwam met veel geluk tot stand. Pas toen ook Henk Jan Held, Olof van der Meulen en de door Gerbrands eigenhandig weggestuurde Peter Blangé er niet meer bij waren, zette het verval zich in. Bij het WK van 1998 werd Nederland slechts zesde, bij het EK van '99 vijfde. Aan het begin van dit jaar draaide het olympisch kwalificatietoernooi in Polen ook op een grote teleurstelling uit. Gerbrands: ,,De Europese titel van 1997 is eigenlijk onze valkuil geweest. Zelf ben ik er ook in gevallen. Je denkt dat als je één keer iets kan, het meteen altijd lukt. Maar dat hebben we keihard om onze oren gekregen.

,,Iedereen dacht na dat EK dat we ook wel wereldkampioen zouden worden. Maar het was met deze ploeg zelfs onmogelijk de halve finales te halen. Dat kreeg ik al twee maanden voor het WK in de gaten. Dat stelde me voor een dilemma. Hoe moest ik me naar buiten uit gedragen? Moest ik eerlijk zijn en zeggen: we halen het niet? Dan zou iedereen hebben gedacht dat ik een coach zonder ambitie was. Om te zeggen dat we voor de wereldtitel zouden spelen, was ook niet juist geweest. Daarom heb ik geen direct antwoord gegeven. Zo van: `we bekijken het van stap tot stap, laten we eerst die voorronde maar eens doorkomen'. Achteraf gezien had ik het toen anders moeten doen. Dat is zo'n leermoment geweest.''

Gerbrands had de pech dat na 1996 geen volwaardige opvolgers voor de vertrokken oudgedienden klaarstonden. Bovendien raakte topscorer Richard Schuil om de haverklap geblesseerd en bleken de veranderde spelregels ook geen voordeel voor Nederland. Aan de andere kant had Gerbrands geen ideeën om zijn ploeg sterker te maken, of om de slappe instelling van de nieuwe internationals te veranderen. Ook pakte zijn besluit om Blangé als aanvoerder te vervangen door de jongere Bas van de Goor verkeerd uit. Blangé voelde zich in zijn eer aangetast en raakte in conflict met Gerbrands, die hem uiteindelijk in augustus 1998 uit de ploeg zette. Een jaar later keerde Blangé terug. Een andere olympisch kampioen, Olof van der Meulen, bleef definitief weg. De bondscoach zou hem hebben ontmoedigd.

Bewonderenswaardig, maar tegelijk naïef, was het positivisme waarmee Gerbrands na elke nieuwe nederlaag reageerde. Hij bleef drie jaar lang onvermoeibaar verwijzen naar de Olympische Spelen van Sydney. Want daar moet het pas allemaal echt gaan gebeuren. Dat was ook zijn opdracht toen hij werd aangesteld als bondscoach. Hij moest een nieuwe olympische ploeg opbouwen. Maar of de weggezakte Nederlandse ploeg zijn zo luid bejubelde titel straks in Sydney kan verdedigen, is nog altijd de vraag.

Over ruim twee weken heeft de ploeg van Gerbrands bij een vierlandentoernooi in het Franse Castelnau-le-Lez de allerlaatste kans zich te kwalificeren. Eerst nog treft Nederland volgende week in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy' de wereldtop tijdens de finale van de World League. Optimisme is niet gerechtvaardigd. Daarvoor heeft de Nederlandse ploeg sinds 1998 te veel duels verloren. Het winstpercentage bij titeltoernooien (EK en WK) en World Leagues zakte onder de vijftig procent. Van de 56 wedstrijden verloor Nederland er liefst dertig.

Zou u begip hebben gehad als Top Volleybal Nederland (TVN) u voortijdig had weggestuurd?

Gerbrands: ,,Ja. Ik loop lang genoeg mee om te weten dat als het in de topsport minder gaat, er discussie over de coach ontstaat. Waarom ik er nog steeds zit? Dat moet je niet aan mij vragen. Er is een paar keer bekeken of vervanging van de coach een oplossing zou zijn. De eerste keer, na het WK van '98, kreeg ik onvoorwaardelijke steun van TVN. Wel is er toen fors geëvalueerd, het rookte echt.

,,Na Polen, waar we ons niet wisten te kwalificeren voor de Olympische Spelen, is alles nog eens doorgenomen. Niets werd daarbij geschuwd. De top van de spelers heeft met TVN vergaderd. Ik ben met Gerard Verhalle (teammanager, red.) naar Italië gegaan om met alle spelers te praten. TVN heeft nog eens contact met de spelers gezocht. We hebben ons toen met z'n allen afgevraagd wat er moest gebeuren om de Spelen te halen. Als daar was uitgekomen, dat het beter was om de coach te vervangen, dan was ik weggeweest.''

Heeft u ooit zelf overwogen op te stappen?

,,Elk jaar heb ik die afweging gemaakt. Ik ben iemand die de hand in eigen boezem steekt. Maar ik ben ook een vechter, ik geef niet snel op. En de spelersgroep is altijd mijn maatstaf geweest. Als de spelers tijdens de teambespreking met hun rug naar me toe zouden gaan zitten, ben ik de eerste die opstapt. Zo'n sfeer heb ik nooit bespeurd. Ik weet dat Peter Blangé het een optie vond om een andere coach aan te stellen. Dat was niet tegen mij persoonlijk gericht. Als Blangé bij zijn terugkeer in 1999 had gezegd: `de coach moet eruit', dan zou ik zijn weggestuurd. Zo simpel is het. Want de terugkeer van Blangé was absoluut een vereiste. De neergaande spiraal moest worden gestopt.''

De vorige voorzitter van TVN, Paul Schaling, is een harde crisismanager. Zou u onder hem wél zijn ontslagen?

,,Dat heb ik me ook wel eens afgevraagd. Ik zou er zeker hebben uit gelegen, als Schaling mij fouten had aangerekend. Van hem had ik zo'n besluit overigens geaccepteerd. Alles wat hij deed, deed hij namelijk in het belang van de sport. Ik vind het nog steeds jammer dat hij weg is.''

Hebt u in de euforie over de Europese titel van '97 niet te rigoureus afscheid willen nemen van de laatste pijlers van de oude generatie?

,,Dat denk ik niet. Ik kan wel begrijpen dat de buitenwacht er zo tegenaan kijkt, maar elke speler heeft zijn eigen verhaal. Held en Zwerver vonden het genoeg, daar had ik geen invloed op. Met Van der Meulen is het anders gelopen dan iedereen denkt. Het is niet zo dat ik hem definitief tot tweede man heb gemaakt. Hij wilde juist de garantie hebben van een basisplaats. Dat kon dus niet. Met Blangé had ik tijdens de World-Leaguefinale van 1998 een diepe aanvaring. Ondanks lange gesprekken kwamen we er toen niet meer uit en moest hij weg. Dat was echt geen pretje, maar ik ben nog steeds van mening dat het toen niet anders kon.''

Had u niet op zoek moeten gaan naar jongeren met meer bezieling en vechtlust?

,,Achteraf is het altijd makkelijk praten. Maar we hebben er ons met z'n allen inderdaad op verkeken; en dan heb ik het over de totale opleiding. De meeste talenten van de derde generatie wilden wel de lusten, maar niet de lasten van de nationale ploeg dragen. Ik noem ze dan ook de kampioenen van hun dorp. Ze dachten al meteen aan vette contracten in Italië. Maar alleen talent is niet genoeg om het in de top te maken. Dat vereist ook mentale hardheid, een goede bovenkamer. Dan maar een beetje minder technische bagage, zeg ik nu. Als ik het over zou mogen doen, had ik die zogenaamde talenten eerder afgeserveerd.''

Deze maand moet bij het olympisch kwalificatietoernooi blijken of de schade van de afgelopen drie jaar kan worden hersteld met het behalen van een startbewijs voor Sydney. Bijna had Nederland zelfs die laatste kans niet meer gekregen. Maar Acosta, de voorzitter van de wereldvolleybalbond, besefte op de valreep dat hij de titelhouder een herkansing moest geven. Twee andere subtoppers, Canada en thuisploeg Frankrijk, zijn de lastige concurrenten in de strijd om het laatste olympische ticket. ,,Een verschrikkelijk moeilijke opgave'', beseft Gerbrands. ,,Alles zal moeten kloppen.''

Dus is het van groot belang dat ook Schuil weer kan meedoen. De Fries, die in '97 in een basisplaats verwierf, heeft een half jaar niet gevolleybald door een knieblessure. Gisteren werd hij fit verklaard. ,,Dat is een meevaller'', reageert Gerbrands. De speler mist nog wel wedstrijdritme. ,,Gelukkig heeft Richard niet veel training nodig. Hij is een handige jongen.'' Gerbrands begint in de World League met Schuil als wisselspeler, maar de bondscoach wil de aanvaller wel de nodige speeltijd geven. ,,We gaan niets forceren. Want het hoofddoel blijft natuurlijk het kwalificatietoernooi.''

Als de ploeg Sydney niet haalt, heeft u dan gefaald?

,,Ja, dan heb ik gefaald.''

Wat er ook gebeurt, Gerbrands vertrekt als bondscoach na de Olympische Spelen of na het olympische kwalificatietoernooi. Dit had hij al bij zijn aantreden in 1997 besloten. ,,Want het volgende doel zou te ver weg zijn. Het is een loodzware baan. Je zoekt elke dag je grenzen.'' Gerbrands had wel in een andere functie bij TVN willen blijven, misschien als bondscoach van de vrouwen. ,,Ik had in maart al acht aanbiedingen voor een baan, binnen en buiten de sport. Toen ben ik naar TVN gegaan en heb ik gevraagd of ze nog gebruik van me wilden maken. Ik heb niets meer gehoord.''

Gerbrands heeft nu besloten terug te keren naar zijn oude werkgever Rijkswaterstaat, waar hij een baan als interim-manager krijgt. Hij kan dit werk combineren met een functie in de sport. ,,Want ik wil als coach aan de slag blijven'', zegt de scheidende bondscoach. ,,Ik ben een liefhebber. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet. Desnoods ga ik kinderen proberen iets bij te brengen. Daar voel ik me echt niet te groot voor.''