Liefde in tijden van salonrevolutie

Als Nelly en Max elkaar bij toeval ontmoeten, in een New-Yorks café, is het zo'n twintig jaar geleden dat ze in hetzelfde huis woonden. Hij was toen een peuter, het zoontje van haar grote liefde Franz. Met z'n drieën leefden ze in een woongroep. Het waren de jaren zeventig, in de Berlijnse wijk Charlottenburg.

Nelly en de vader van Max denken niet aan trouwen. Het huwelijk, vindt hij, is een door de burgerlijke staat in stand gehouden vorm van prostitutie. Hun huis ruikt nog naar de tijd van voor de oorlog. De woonkamer wordt door een oud tapijt afgescheiden van de keuken en de douche. De kleine Max stopt dameskousen vol met watten en beschildert ze met ogen, monden en tanden. Zijn loslopende konijn doet zich tegoed aan de telefoonbedrading. Alles moet kunnen. Onbekende passanten laten vlekken na op de beddenlakens. Aan de keukentafel nemen ze onder het toeziend oog van Rosa Luxemburg deel aan een discussie over de hoeren die op de onderste etages wonen. Zijn dit onverbeterlijke lompenproletariërs of bruikbare elementen in de aanstaande revolutie?

Met veel gevoel voor nuances schildert Ulrike Kolb in Frühstück mit Max de hoogtijperiode van de Duitse '68-generatie. De hoofdzaak in deze roman is echter niet dit milieu, maar de nauwe band tussen Max en Nelly. Het verhaal over die relatie wordt verteld via hun herinneringen: zij komt in de eerste helft van het boek aan het woord, daarna volgt hij. Beiden zijn inmiddels gevestigde burgers geworden, aangepaste zwijnen, in het jargon van de periode die hen verbindt. Hij is getrouwd met een Amerikaanse, woont in New York en werkt voor een architectenbureau.

Ook bij Nelly, die in New York op bezoek is, kan het nauwelijks conventioneler. Ze past thuis, in een nette Berlijnse wijk, op een dochter die is geboren uit het huwelijk met een zakenman. Charlottenburg is voor beiden ver weg, een afstand die nog lijkt te worden vergroot doordat Nelly en Max zich totaal verschillende dingen blijken te herinneren. Maar juist via dat uiteenlopende perspectief weet Ulrike Kolb duidelijk te maken hoeveel er in hun gemeenschappelijke verleden is dat dit tweetal met elkaar verbindt.

Nelly herinnert zich de ongetemde uitbarstingen van Irene, de moeder van Max die hem geregeld voor een paar dagen komt halen. Irene is op de hoogte van de abortus die Nelly achter de rug heeft en maakt misbruik van die kennis door haar te verwijten dat zij Max `functionaliseert als lustobject'. Nelly weet nog hoe vaak Max na terugkomst van de bezoeken aan zijn moeder last heeft van nachtmerries en hoe heftig de bewegingen zijn die hij dan in zijn slaap maakt. Als hij op school leert rekenen, mag hij de sproeten op haar dijbeen tellen en krijgt voor elke sproet een pfennig.

Max benijdt de vriendjes die wel eens een mep van hun vader krijgen. Franz heeft de stelregel dat dwang in de opvoeding een verwerpelijk, zo niet fascistisch instrument is. Kinderen moeten door inzicht leren zich te gedragen. Tot geluk van Max zondigt Nelly tegen deze wet door hem een pak rammel te geven als hij zich misdraagt. Wanneer hij 's nachts wakker wordt kruipt hij bij Franz en Nelly in bed, aan haar kant. Dan slaat hij zijn handen in haar lange volle haren, die zij bij het wakker worden een voor een loswikkelt van zijn vingers. Zij maakt zijn ontbijt klaar terwijl hij zich vergaapt aan haar paars of rood gelakte teennagels. Maar vooral herinnert hij zich haar geur, die hij altijd is blijven missen, tot bij zijn eigen vrouw Susan toe.

Hun afscheid, als Max zes jaar is, betekent voor beiden een drama. Zij besluit te vertrekken omdat ze meer dan genoeg heeft van de chaos in het huis en het slappe gedrag van Franz, die in deze roman met de moeder en de vrouw van Max tot de wat fletse bijfiguren behoort. Van Franz scheiden is voor Nelly gemakkelijker dan Max achterlaten. Als ze is vertrokken, loopt Max weg van huis om haar te zoeken en wordt teruggebracht door de gehate Bullen. Tussen dit afscheid en hun Newyorkse samenzijn zien ze elkaar nog eenmaal terug, als Max achttien is. Het is een ontmoeting die voor hem van grote betekenis is en waarvan zij zich weinig herinnert.

In haar roman Schönes Leben (1990) bewees Ulrike Kolb al hoe goed zij een periode en een omgeving – in dit geval het Saarland van begin jaren vijftig – kan oproepen. De personages in dit boek hebben echter niet meer dan vage contouren, waarschijnlijk omdat het er te veel zijn. In de succesvolle novelle Eine Liebe zu Ihrer Zeit (1995) daarentegen zijn de twee hoofdpersonen scherp getekend, maar hun verhouding speelt zich af tegen de achtergond van een niemandsland. In Frühstück mit Max keren de kwaliteiten van deze twee eerdere boeken in combinatie terug – en ze lijken elkaar te versterken.

Het boek is geslaagd als roman over de generatie van '68, juist ook omdat het de intieme gevoelens van de twee hoofdfiguren zo overtuigend blootlegt. Ulrike Kolb laat zien hoezeer emoties in de herinnering verbonden zijn met de omgeving waarin ze hebben toegeslagen. Beide, gevoelens en decor, zijn onderdeel van dezelfde ervaring en krijgen in deze roman meer diepte doordat ze in hun verstrengeling worden beschreven. De schrijfster bereikt dit effect door op bijna achteloze wijze te strooien met treffende details, die diepte geven aan zowel de omgeving als de verhouding tussen Max en Nelly. Diezelfde schijnbare nonchalance kenmerkt haar stijl, die bijna luchtig is, maar niettemin zeer suggestief. In deze mooie roman is er voortdurend meer dan er staat.

Ulrike Kolb: Frühstück mit Max. Klett-Cotta, 197 blz. ƒ41,40