Asbestmist

Deze keer wilde Defensie het goed doen. Na gezond- heidsproblemen met militairen in Bosnië, was het leger zeer daadkrachtig toen asbest leek te zitten in een kazerne in Prizren. De haast was zo groot dat een bedrijf zonder vergunning aan de slag mocht gaan met 100.000 liter vloerwas.

In België was men verbaasd. Zéér verbaasd. ,,Wij vielen allemaal van onze stoel”, zegt Roger Grosjean, asbestdeskundige van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid in Brussel. ,,Wij hebben ons hier te pletter gelachen en doodgeërgerd tegelijk”, zegt E. De Gucht van het asbestlaboratorium Translab in Laarne.

`Zelzaats lab zoekt asbest in Kosovo’ kopte de voorpagina van De Standaard op 27 augustus vorig jaar. Het artikel bericht over de avonturen van Thierry Beelprez, de 41-jarige eigenaar van het Belgische milieulaboratorium Envico Environmental Consult uit Zelzate. Samen met twee Nederlandse milieubureaus onderzocht Envico de asbestvervuiling op de legerplaats van het geniehulpbataljon in Prizren. Beelprez constateerde dat er ,,onrustwekkend veel” kankerverwekkende blauwe asbest in de lucht voorkwam. Hij gaf opdracht de stoffige ondergrond van het kamp – volgens hem de bron van de besmetting – te behandelen met meer dan 100.000 liter canauba-was, die de asbestvezels in de grond moest ,,binden”. ,,Het gevaar van de asbestbesmetting bleek bezworen”, schrijft de krant.

De Belgische asbestwereld wreef zich de ogen uit. Wist men in Nederland niet dat de vergunning van Envico in België al sinds 31 oktober 1998 was ingetrokken? ,,Envico stond hier als onbetrouwbaar bekend”, vertelt De Gucht. ,,Al tijdens mijn eerste controlebezoek aan het lab in Zelzate constateerde ik allerlei ongerechtigheden”, zegt Grosjean. ,,Er klopte niet veel van.”

Op 6 juni van dit jaar doet de marechaussee in samenwerking met de politie en het Milieu Inlichtingen en Opsporings Team (MIOT) van het ministerie van VROM een inval in het pand van het milieu-adviesbureau CkMs in Oude Tonge. Directeur Chris Kamp wordt meegenomen voor verhoor. Ook de Rotterdamse vestiging van Envico Environmental Consult aan de Hongkongstraat wordt doorzocht. Op 8 juni laat het parket in Rotterdam weten dat zowel CkMs als Envico Environmental Consult wordt verdacht van oplichting en valsheid in geschrifte.

Er wás helemaal geen blauwe asbest op de basis in Prizren, zoveel staat nu wel vast. ,,De resultaten van [...] onderzoek bewezen dat de rode klei op locatie geen asbest bevat”, schrijft de Koninklijke Landmacht (KL) op 8 juni in een brief aan de militairen die in Prizren gestationeerd zijn geweest. Defensie is getild. Voor hoeveel? ,,Miljoenen”, zegt de landmacht, die een schadeclaim tegen de bedrijven voorbereidt. Om de militairen in Prizren te ,,beschermen” zijn kosten noch moeite gespaard. Eerst werd het terrein bespoten met was. Daarna werd de grond afgedekt met geotextiel, gevolgd door een dikke laag grind en steenslag. ,,De totale schade bedraagt 40 miljoen”, zegt G. Blankendaal, oud-voorzitter van het Centraal College Deskundigen Asbest, die de fraude in opdracht van Defensie onderzocht. CkMs, Envico en asbestverwijderaar JVZ Services uit Middelharnis hebben volgens hem voor miljoenen aan rekeningen ingediend. En dan zijn er nog de `indirecte’ kosten die Defensie heeft moeten maken: het invliegen van de was door de luchtmacht en de vele tienduizenden manuren van de militairen van het geniehulpbataljon, dat vier weken werk heeft gehad aan het ,,schoonmaken” van de basis.

Defensie vindt dat er onder de gegeven omstandigheden correct is gehandeld: ,,Er was sprake van een acuut probleem. Het ging om de gezondheid van onze mensen. Daar zijn we zo snel mogelijk ingesprongen.”

Witte pakken

Het vliegveldje bij Prizren ligt op een heuvel en kijkt uit over de stad. Links liggen de hoge bergtoppen die Kosovo scheiden van Macedonië: achter de bergen rechts ligt Albanië. Rechtuit, in het dal dat in zuidelijke richting steeds smaller wordt, rijzen de minaretten op tussen de huizen. Aan Prizren zijn de verwoestingen van de oorlog grotendeels voorbij gegaan.

Op 26 juni 1999, luttele dagen na de intocht van de NAVO-troepen in Kosovo, arriveert een reconnaissance party van de Koninklijke Landmacht op het vliegveldje bij Prizren. De verkenners zijn op zoek naar een goede locatie voor de 1.000 militairen en 300 voertuigen van het geniehulpbataljon, dat zo snel mogelijk in Kosovo moet worden `ontplooid’. De heuvel ten noorden van Prizren is hiervoor uitstekend geschikt, zo noteren de verkenners in hun rapport: `De vliegstrip is een hooggelegen en beheersend terreindeel met een goede afwatering en goede mogelijkheden voor beveiliging.’ Gebouwen om troepen te huisvesten zijn er niet: van twee oude loodsen staan alleen de muren nog overeind. Bij deze loodsen treffen de verkenners brokstukken van grijswitte gasbetonplaten aan. Die kúnnen asbest bevatten. Mocht dit het geval zijn, dan ,,zullen de restanten moeten worden geruimd door deskundig personeel”, zeggen de verkenners. In hun mondelinge verslag adviseren de verkenners het gasbeton op te ruimen, vóórdat het bataljon op het terrein wordt gelegerd.

Het komt er niet van. Defensie staat onder grote politieke druk om zo snel mogelijk een `geloofwaardige bijdrage’ te leveren aan de internationale troepenmacht in Kosovo. NAVO-opperbevelhebber Wesley Clark laat weten dat KFOR op korte termijn meer troepen nodig heeft. Behalve de ruim 800 man van de 11de afdeling veldartillerie `Gele Rijders’, die vanuit Macedonië met de NAVO-troepen Kosovo zijn binnengetrokken, heeft Nederland een `geniehulpbataljon’ toegezegd, een in allerijl bij elkaar geschraapte eenheid die moet gaan helpen bij de wederopbouw in het operatiegebied van de Multinational Brigade South rond Prizren. Op 1 juli, slechts enkele dagen na de terugkeer van de verkenners, arriveren de eerste kwartiermakers van het bataljon op de vliegstrip.

De eerste week wordt er weinig aandacht besteed aan de twee asbestverdachte loodsen, die zijn afgezet met rood-wit lint. Dat verandert als op 8 juli de analyses binnen komen van de monsters die de verkenners op 26 juni hebben genomen. De gasbetonplaten bevatten volgens het asbestlaboratorium Centrilab uit Soest chrysotiel, `witte asbest’. Omdat de asbest `redelijk hechtgebonden’ is, is het risico van inademing van de schadelijke asbestvezels klein. Toch besluit de commandant van het bataljon, kolonel Koen Gijsbers, in overleg met de Senior Medical Officer (SMO) van de Nederlandse troepen in Kosovo en het Crisisbeheersingscentrum (DCBC) in Den Haag dat de asbest zo snel mogelijk moet worden opgeruimd.

Defensie heeft hiervoor de kennis in huis. Zo hebben verschillende militairen in het bataljon een verkorte opleiding tot Deskundig Toezichthouder Asbestsloop (DTA) gevolgd. Verder arriveren op 12 juli vijf militairen van de Hygiëne Preventie Groep (HPG), specialisten op het gebied van gezondheidsrisico’s. Zij moeten de schoonmaakactie gaan coördineren.

De DTA’ers, die de asbest moeten opruimen, hebben weinig trek in de klus, zo blijkt uit ondertekende verklaringen van betrokken militairen. De DTA’ers zijn niet gediplomeerd, omdat er geen tijd was voor het voorgeschreven examen: zijn zij wel bevoegd om asbest te ruimen? Ook onder de manschappen rommelt het: hoe groot is het gezondheidsrisico eigenlijk? Op het legerterrein ligt rode klei, die uitdroogt in de hete zon. Helikopters en legertrucks werpen grote stofwolken op. Als de DTA’ers beginnen met het ruimen van het asbestbeton, zorgen hun witte pakken en stofmaskers voor nog meer onrust. De experts van de Hygiëne Preventie Groep proberen door voorlichting de commotie onder controle te brengen. Sommige van hen bagatelliseren de problematiek: zo vertelt een HPG’er dat de gemeten asbestwaarden ,,40 procent lager” liggen dan men langs de snelweg in Nederland aantreft.

Op 13 juli is het terrein rond de loodsen schoongemaakt. De HPG’ers nemen stof- en luchtmonsters, die worden opgestuurd naar Nederland. Als er niets meer wordt gemeten, dan kan het signaal asbestvrij worden gegeven, is de verwachting. Maar inmiddels hebben verschillende militairen met De Telegraaf gebeld. ,,Soldatenkamp in Kosovo vlakbij asbestberg”, kopt de krant. Het thuisfront springt op tilt. Roland Boom, voorzitter van de soldatenvakbond BBTV, wordt overspoeld met telefoontjes van verontruste `relaties’. ,,Ouders belden mij met de boodschap dat ze hun zoon hadden opgedragen meteen in de jeep te springen en weg te rijden. Ik moest ze uitleggen dat dat niet zo verstandig was, aangezien dat neer zou komen op desertie.”

Sloopwerken

In het Crisisbeheersingscentrum en bij de landmachtstaf in Den Haag schrikken de generaals van de commotie. Asbest ligt gevoelig bij de krijgsmacht, sinds het schandaal rond het NAVO-hoofdkwartier de Cannerberg bij Maastricht, waar Nederlandse militairen tot 1992 bloot werden gesteld aan asbestvezels. De gezondheid van naar het buitenland uitgezonden militairen is al helemaal een gevoelig thema: enkele maanden eerder, in april 1999, is een groot onderzoek afgerond naar de klachten van militairen in Bosnië, die waren gelegerd in een zwaar vervuilde cokesfabriek in Lukovac. De landmachtstaf besluit dat er nu geen fouten mogen worden gemaakt. Op 2 augustus reist een fact finding team naar Prizren. De onderzoekscommissie, die bestaat uit twee hoge militairen en een onafhankelijke asbestexpert, moet onderzoeken of de asbest goed is opgeruimd en of de militairen een gezondheidsrisico hebben gelopen. Vooral de aanwezigheid van een burger van buiten de krijgsmacht zal de laatste twijfel wegnemen, zo hoopt de KL.

De burger in kwestie is Chris Kamp, directeur van CkMs uit Oude Tonge. De Zeeuwse dertiger is voor zichzelf begonnen nadat hij in 1997 werd ontslagen bij Bik Sloopwerken en Houthandel b.v. uit Lekkerkerk. Dat ontslag had iets te maken met zijn ,,activiteiten” als asbestverwijderaar, bevestigt directeur M.A. Bik, die verder niet op de zaak in wil gaan. Defensie heeft Kamp gebeld op aanraden van de dienst Gebouwen Werken en Terreinen (DGW&T), die milieubureaus inschakelt bij het onderzoeken van Nederlandse kazernes op asbest. Andere, meer gerenommeerde adviesbureaus worden niet benaderd, want Defensie heeft haast. Daarmee maakt de landmacht de eerste vergissing, zegt asbestdeskundige G. Blankendaal.

Op 2 augustus, de dag dat Kamp arriveert, komen ook de analyses van de door de HPG’ers genomen controlemonsters binnen. Het asbestlaboratorium Centrilab constateert dat de monsters `sporen’ (niet te kwantificeren) chrysotiel (wit asbest) en crocidoliet (blauw asbest) bevatten. Vooral over die blauwe asbest maakt Kamp zich nogal druk. `Sporen’ van asbest in stof vormen altijd een risico, zegt hij. Verder vraagt hij zich openlijk af of de experts van de Hygiëne Preventie Groep wel goed hebben gemeten. ,,De onafhankelijke deskundige zet vraagtekens bij de validiteit van de gebruikte meetmethode”, meldt het verslag van het onderzoeksteam.

Op 4 augustus neemt Kamp op verschillende plaatsen zelf luchtmonsters, die hij op 6 augustus meeneemt naar Nederland. Volgens asbestdeskundige G. Blankendaal laat Kamp één set monsters onderzoeken door Stewart Environmental Services, een asbestlaboratorium in Rotterdam. De andere monsters brengt hij naar Thierry Beelprez van Envico.

Sinds het intrekken van de Belgische vergunning richt Envico Environmental Consult b.v. zich uitsluitend op Nederland, waar het bedrijfje beschikt over een zogenaamde Sterlab-accreditatie voor het meten van asbest. In België is het de overheid die asbestinstellingen controleert, in Nederland is het toezicht in handen van de semi-private Raad voor Accreditatie. Die beschikt niet over de opsporingsbevoegdheid om zijn taak goed uit te voeren, zegt Ronald van Eck, hoofd juridische zaken van de Raad: ,,We zijn afhankelijk van de welwillendheid van de laboratoria die we controleren. We kunnen niet ergens binnenlopen en een dossierkast opentrekken. Eigenlijk zijn we een hond zonder tanden.” Envico Environmental Consult werkt vér onder de gangbare marktprijzen. Daar waar een analyse bij een `erkend’ asbestlaboratorium rond de 800 gulden kost, kan men bij Envico voor circa 200 gulden onderzoek laten doen.

Vanaf 1998 wordt Envico daarom overspoeld door opdrachten, vertelt een ex-medewerker. Sommige erkende Nederlandse laboratoria gaan zo ver dat ze analyses die ze als eigen werk presenteren, in feite door Envico laten uitvoeren. Het verschil in prijs steken ze in eigen zak, zegt zowel de ex-werknemer en asbestdeskundige Blankendaal. Alex de Smet, de laborant van Envico, krijgt al die monsters niet onderzocht. Niet zelden worden de analyseformulieren op goed geluk ingevuld.

Op vrijdag 6 augustus maakt Kamp de onderzoeksresultaten van Envico bekend aan de landmachtstaf. De monsters wijzen op `opvallend hoge hoeveelheden’ blauwe asbest: Envico meet soms bijna vijf keer zoveel asbestvezels als volgens de Arbowet is toegestaan. Volgens onderzoeker Blankendaal verzwijgt Kamp hierbij dat onderzoeksbureau Stewart in dezelfde monsters helemaal geen blauwe asbest heeft gemeten. De landmachtstaf raakt nu echt in paniek. Het milieu-adviesbureau CkMs krijgt opdracht om meteen een `asbestspecialistenteam’ samen te stellen dat de miltairen ter plaatse moet gaan adviseren over het bestrijden van de besmetting. Daarmee maakt Defensie haar tweede grote fout, zegt Blankendaal. ,,Het ministerie had ten minste nog een contraexpertise moeten laten uitvoeren. In plaats daarvan voer het blind op één adviesbureau.”

Het `specialistenteam’ dat de volgende dag naar Kosovo vertrekt staat onder leiding van Chris Kamp. Verder reist Thierry Beelprez van Envico mee, die de monsters ter plekke moet analyseren. Jaap van Zoest, directeur van het asbestverwijderingsbedrijf JVZ-Services uit Middelharnis, is gerekruteerd voor het begeleiden van de ,,uitvoeringswerkzaamheden”, zo valt te lezen in het rapport van het specialistenteam. Daarmee zijn drie disciplines die volgens het Nederlandse Asbestbesluit onafhankelijk van elkaar moeten worden uitgeoefend – het inventariseren van asbest, het analyseren van de monsters en het opruimen – verenigd in één ploeg. Dezelfde mensen die de besmetting hebben geconstateerd, adviseren Defensie nu hoe asbest moet worden bestreden.

Vriendenclub

JVZ-directeur Jaap van Zoest – naar eigen zeggen geen verdachte in het strafrechtelijk onderzoek – herinnert zich het overhaaste vertek: ,,Vrijdagavond werd ik gebeld door Kamp, zaterdag zat ik in het vliegtuig. We werkten dag en nacht door. Er werd keiharde actie gevraagd.” De specialisten gaan voortvarend aan de slag. Met door Defensie ingehuurde Antonov-transporttoestellen wordt apparatuur ingevlogen, waaronder een complete meetwagen met een elektronenmicroscoop.

Al snel ontdekt Beelprez de `oorzaak’ van de besmetting: de asbestdeeltjes in de lucht zijn volgens hem afkomstig uit de rode klei op het legeringsterrein. Gelukkig schuilt hierin meteen de `oplossing’: als de vezels worden `gefixeerd’ en de grond daarna wordt afgedekt, is het probleem opgelost. Bij een bedrijf voor chemische reinigingsmiddelen in België koopt Beelprez 100.000 liter floorwax-c, een coating op basis van natuurlijke canauba-was, die normaal gesproken wordt gebruikt voor de afwerking van betonnen vloeren. Deze was wordt met sproeiwagens over het terrein uitgereden. Tijdens een bezoek op 14 augustus doopt minister Frank de Grave de basis om tot `Canauba Hill’.

De deskundigen van de Hygiëne Preventie Groep hebben intussen hun twijfels over de werkwijze van Kamp en Beelprez. ,,Het specialistenteam lijkt een hechte vriendenclub te vormen”, schrijft een HPG’er aan de militaire vakbond AFMP. ,,Onze indruk is dat Kamp vooral veel geld wil verdienen.” Naar de HPG’ers wordt echter niet geluisterd. Kamp en zijn collega’s kunnen vrijelijk hun gang gaan. Het specialistenteam ontwerpt een speciale autowasstraat waar de voertuigen die van buiten het kamp komen, worden gereinigd. Beelprez constateert intussen tevreden dat de blauwe asbest op Canauba Hill `sterk afneemt’. Maar omdat de rode klei ook elders voorkomt, wordt er ook op andere locaties gemeten, zoals in Orahovac, Suva Reka, de helikopterbasis Toplikane en in Prizren zelf, waar het Duitse commando van Multinational Brigade South is gevestigd.

Het is het begin van de ontmaskering. Het Duitse KFOR-bevel laat een eigen onderzoek uitvoeren, waarvan de uitkomsten sterk afwijken van die van Envico. Het HPG-team, dat in zijn achterdocht gesteund wordt door de arbodienst van de landmacht, heeft dan al op 13 september eigen monsters genomen en opgestuurd naar het asbestlaboratorium Fibrecount in Rotterdam. Op 19 november 1999 presenteert de arbodienst de resultaten aan Maarten Schouten, bevelhebber van de landmacht. Die springt volgens insiders uit zijn vel: als hij is ,,genaaid” dan zullen de schuldigen moeten ,,hangen”. Briesend gaat de generaal overstag met het voorstel om G. Blankendaal, voorzitter van het College Deskundigen Asbest, de werkzaamheden van het specialistenteam tegen het licht te laten houden.

Het net rond Kamp en Beelprez sluit zich. Blankendaal constateert dat de twee onderzoeksverslagen van CkMs wel veel papier, maar ,,verdomd weinig informatie” bevatten. De uiterst summiere manier waarop Envico haar analyses presenteert is zelfs geheel in strijd met de regels. ,,Eigenlijk was het hele onderzoek één grote rotzooi.” Blankendaal besluit dat contraexpertise noodzakelijk is en hij verzoekt CkMs en Envico de monsters vrij te geven. Als die na twee maanden overstag gaan blijkt al snel dat de door Beelprez gemeten waarden niet opnieuw kunnen worden aangetoond.

In mei van dit jaar volgt de laatste test: in Prizren worden nóg eens monsters genomen. Blankendaal: ,,Gezien de `asbestmist’ die Envico daar vorig jaar had gemeten, moest daar nog iets van terug te vinden zijn.” De analyses zijn duidelijk: geen blauwe asbest. De landmacht doet aangifte bij de marechaussee.

Het strafrechtelijk onderzoek naar de asbestfraude zal nog geruime tijd in beslag nemen, meldt het Rotterdamse OM. Het `Asko’ (Asbest Kosovo-)team van de marechaussee is druk bezig met het verhoren van betrokkenen. Chris Kamp is weer op vrije voeten, maar niet bereikbaar voor commentaar. Thierry Beelprez is er voorlopig in geslaagd uit handen van justitie te blijven. Sinds de inval in zijn Rotterdamse vestiging is hij nog gesignaleerd in het Zeeuwse plaatsje Philippine.

Zijn laboratorium aan de Rijkswachtlaan in Zelzate is afgezet met een hek. De grond rond het pand is afgedekt met plastic. Na een tip ging de gemeente op 18 mei op onderzoek in het lab. ,,Men is zich meteen in gevechtskledij gaan hijsen”, zegt De Gucht van Translab uit Laarne. ,,Overal slingerden asbestmonsters rond.”

Ouders droegen hun zoon op in een jeep te springen en weg te rijden

Bevelhebber Schouten van de landmacht springt uit zijn vel: de schuldigen moeten hangen

Naschrift (9 maart 2018): Kamp is in 2004 door het Gerechtshof in Den Haag in hoger beroep vrijgesproken.