`Weg met Eijkeleboom!'

Het `kwartaalblad over bijbelvertalen' Met Andere Woorden is een vriendelijk getoonzet en informatief tijdschrift voor de liefhebber. Het bevat doorgaans artikelen als `De relevantie van partikels in Lucas' of `Abraham Kuyper en de herziening van de Statenvertaling'. Maar in het laatste nummer slaan twee bijbelvertalers plotseling een andere toon aan. Het onderwerp van hun beschouwing is onschuldig: `Poëzie in het boek Job'. Maar voordat ze hun eigen vertaalwerk (onderdeel van het grote project `de Nieuwe Bijbel Vertaling') bespreken, vuren dr. Maxim de Winter en dr. Kees Verdegaal een venijnig salvo af op wat zij noemen `de Nederlandse poëtische traditie'. Hoofddoelwit is de vorig jaar verschenen Yeats-vertaling door de dichter Jan Eijkelboom. Er deugt niks van.

,,Aanpassing van monumentale buitenlandse poëzie aan conventionele Nederlandse poëtische maatstaven leidt automatisch tot een verkneutering en dus verkrachting van de dichterlijke kwaliteit van het origineel'', constateren de bijbelvertalers ijskoud. Eijkelbooms Yeats mag typerend heten: ,,een idioom dat een bastaardisering lijkt van het idioom van A. Roland Holst, H.W.J.M. Keuls en J.C. Bloem, (...) ongrammaticale constructies (door neerlandici doorgaans als `poëtisch' bestempeld), onbeholpen enjambementen en een dolle stoet van apostroffen om klinkers te vermijden die het rijm maar in de weg zitten.''

Wie de vertaling van Eijkelboom (door De Winter en Verdegaal consequent aangeduid als

Eijkeleboom) wel eens heeft gelezen kan niet anders dan verbaasd zijn over deze frontale aanval. Goed, er staan een paar apostroffen (maar dat trucje past Yeats zelf ook wel eens toe), en er verschijnt wel eens een enkel woordje als `lover' of `pover' in zijn tekst. Maar verder is het werk van Eijkelboom juist een prettige niks-geen-Roland-Holst-vertaling, die eerder een te grote letterlijkheid kan worden verweten dan wat anders. Het hilarisch hoogtepunt van die letterlijkheid valt in Eijkelbooms tweetalige Yeats-uitgave te lezen wanneer links staat: In this blind bitter land en rechts: `in dit blind bitter land'. Het is vreemd dat juist deze letterlijkheid (die bij Bijbelvertalen altijd erg gevoelig ligt) in De Winter en Verdegaals polemiek genegeerd wordt.

Waarom de Job-vertalers zo uithalen wordt des te onbegrijpelijker omdat de filippica verder geen enkele rol speelt in de beschouwingen over hun eigen Job-vertaling, die nogal blijft hangen in algemeenheden. Zij hebben gekozen voor `associatief expressionisme' als voornaamste poëtische vertaalmiddel (naast ritme), maar hoe zich dat uit in de gepresenteerde vertalingen en mogelijke alternatieven wordt niet duidelijk.

Ik had bijvoorbeeld wel wat meer poëtische uitleg willen hebben bij Job 3:3, dat hier wordt vertaald als `Laat de dag dat ik geboren ben in het niets verdwijnen/ de nacht dat ik verwekt ben, mag niet meer bestaan.' De litanie gaat verder met `laat het een dag zijn van duisternis, laat God in de hemel die dag negeren'. Waarom dan niet ook in de tweede regel: `laat de nacht niet meer bestaan'? Dat lijkt me nou juist typisch voor het door de auteurs zo beklemtoonde `karakteristieke parallellisme' in het Hebreeuws. De Groot Nieuws Bijbel (waaraan trouwens ook Verdegaal meewerkte) heeft een mooiere oplossing: `Weg met de dag waarop ik werd geboren; weg met de nacht waarin ik werd verwekt.'

Met Andere Woorden. Kwartaalblad over bijbelvertalen. 19de jaargang, nr.2. Uitgave Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem. Gratis abonnement op verzoek.