Verrassingen na restauratie Tuin der Lusten

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam krijgt in 2001 op zijn Jeroen-Bosch- tentoonstelling misschien drie kleine panelen in bruikleen van het Prado in Madrid. Maar Bosch' mysterieuze drieluik De Tuin der Lusten, ook in bezit van het Prado, zal geen kilometer meer reizen. Ook niet na de recente, grondige restauratie, waarbij verrassende details aan het licht kwamen.

De Schepping van de Wereld is aanzienlijk lichter geworden. De bruinig-zwarte buitenpanelen hebben een grijsblauwe tint gekregen, als een bedekte hemel vlak na zonsopgang. De recente restauratie van De Tuin der lusten, het raadselachtige meesterwerk van Jeroen Bosch (ca. 1450-1516), kan met recht verrassend genoemd worden. De ijsvogel toont trotser dan ooit zijn levensechte kleurenpracht, het roze hertezwijn poept een fraai blauwe bosbes uit. Zelfs De Hel is opgefrist: het groen van de hellebeesten is weer als smaragd, de lijkkleur van de centrale middenfiguur aanzienlijk witter en de vuren feller.

Na een ingrijpende restauratie van ruim twee jaar eert het Prado Museum in Madrid een van zijn belangrijkste werken met een speciale tentoonstelling. In een aparte zaal wordt nu het triptiek – Het Paradijs op Aarde, De Tuin der Lusten en De Hel – tentoongesteld naast röntgen- en infraroodscans en een uitgebreide uitleg van de verschillende stadia van herstel. Er zijn ook vier kopieën te zien, drie schilderingen en een wandtapijt.

Nadat vorig jaar een uitgebreide ruzie ontstond over de manier waarop De heer met zijn hand op de borst van El Greco was gerestaureerd (klunswerk, zo meenden specialisten) heeft het Prado nu een prestatie van belang geleverd, zo luidt eendrachtig het oordeel. ,,De restaurateurs zijn zeer scrupuleus te werk gegaan. Ik ben zeer tevreden'', meent Isabel Mateo, kunsthistorica en Spanje's meest erkende Bosch-specialiste. Niet alleen stof, vuil en vernislagen werden verwijderd, er zijn ook aanpassingen uit eerdere restauraties ongedaan gemaakt. Twee kersen aan de voet van de rode koraalboom veranderden weer in een afgebroken tak. Een figuur op de voorgrond heeft er zelfs een complete arm bijgekregen, die eerder was overgeschilderd. Op de infrarood- en röntgenopnamen is te zien hoe Jeroen Bosch fruit liet verdwijnen, beesten wegschilderde en het landschap steeds aanpaste. In De Hel blijkt zich vlak onder de schaatser, bedekt door het later geverfde ijs, zelfs een afzichtelijk amfibie te bevinden.

Geen doek is zo dramatisch verbonden met de Spaans-Nederlandse geschiedenis als De Tuin der Lusten. Opdrachtgever en datering zijn onbekend. Het schilderij werd voor het eerst gesignaleerd in het Brusselse kasteel van graaf Hendrik van Nassau. Door overerving kwam het in bezit van Willem de Zwijger en in 1568 zou de Hertog van Alva het confisqueren. De aartsvijanden in de Tachtigjarige Oorlog bleken de bewondering voor Bosch te delen. Philips II kocht het doek uit de boedel van Alva's bastaardzoon Don Fernando en hing het in zijn kerkpaleis El Escorial.

Ook gezien het historische belang, zou de vers gerestaureerde De Tuin der Lusten volgend jaar te zien moeten zijn op de Jeroen Bosch-tentoonstelling in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Spaanse deskundigen juichen die tentoonstelling toe, maar het Prado Museum denkt er niet aan De Tuin in bruikleen te geven. Te groot, te kwetsbaar. Ook een parallel overzicht in het Prado zit er wegens nijpend ruimtegebrek niet in. Het Prado overweegt wèl drie kleinere werken van Bosch uit te lenen, waaronder De Keisnijding en De verzoeking van de Heilige Antonius.

Spanje dankt zijn Bosch-panelen in belangrijke mate aan plundertochten. Strikt genomen was het roof, erkent kunsthistoricus en Bosch-deskundige Joaquín Yarza lachend. Maar terugvorderen zou van grote ondankbaarheid getuigen, meent hij. ,,Het is de redding geweest van veel werk dat anders waarschijnlijk bij de beeldenstorm verloren zou zijn gegaan.''

De diep-gelovige Philips II was verknocht aan De Tuin der Lusten, dat in die periode waarschijnlijk nog bekend stond als De verscheidenheid van de wereld of Het schilderij van de aardbei, vanwege het vele fruit dat erop staat. Die bewondering blijft bij nadere beschouwing curieus, vooral door het feestelijke karakter en de uitbundige naaktheid in het veel-bediscussieerde middenpaneel. Gaat het hier over de wellust en ontucht die de mensheid uiteindelijk collectief in de hel doet belanden, of juist over het paradijselijke leven voor de zondeval? Wijlen Capucijner-priester Gerlach uit Den Bosch zag weinig kwaads in de blote figuurtjes: `Het is gezonde erotiek; een goed geleid, aan het zuivere verstand onderworpen genoegen, zonder dat overigens ook maar ergens de seksuele gemeenschap getoond wordt.'

In Spaanse kring denkt men daar duidelijk anders over. ,,Religieus gesproken heeft de mensheid nooit bestaan zonder de zonde. En de afbeeldingen spreken voor zichzelf'', aldus Yarza. De seksuele daad mag dan achterwege blijven, maar volgens de kunsthistoricus wordt, al dan niet met symbolen, gerefereerd aan zo'n beetje al het denkbare aan ontucht en wellust. Uitdagende acrobatische toeren, al dan niet op de rug van beesten, veel gefrunnik over en weer, een man die tot grote tevredenheid van een ander een bosje bloemen plant in diens uitdagend omhoog gestoken anus. Overspel, masturbatie, homoseksualiteit: zelden werd de lust zo expliciet gesuggereerd als in het drieluik van Jeroen Bosch.

De conclusie dat De Tuin der Lusten kennelijk een bewuste vorm van laat-middeleeuwse porno is, gaat Yarza een stap te ver. De boodschap blijft een moralistische. ,,Sommige kunstenaars scheppen er nu eenmaal plezier in de zaken te schetsen die ze veroordelen. In het algemeen geven moralisten de zaken weer zoals ze zouden willen dat ze zijn, Bosch is een van de weinigen die ze weergeeft zoals ze zijn.''

De Tuin gaf ook stof tot speculaties over de verborgen bedoelingen van Jeroen Bosch. Omdat de documentatie over het leven van de schilder zich beperkt tot de archieven van de Lieve Vrouwen broederschap in Den Bosch, werd er naar hartelust op los gefantaseerd. Sterrenwichelarij, alchemisme en en gnosticisme werden hem toegeschreven. De Duitse onderzoeker Wilhelm Fraenger zag in 1947 in het schilderij het onmiskenbare bewijs dat Jeroen Bosch lid was van een losbandige sekte van naaktlopers. In Spanje overheerst evenwel de nuchterheid. ,,De afbeeldingen op het schilderij zijn een mengsel van sociale kritiek, van spreekwoorden en van fabels'', meent Isabel Mateo. ,,Bosch komt uit de traditie van de middeleeuwse miniaturisten. Dat zie je aan de techniek die hij hanteert. En de thema's die Bosch gebruikt zijn terug te vinden in koorboeken en decoraties in de kerken.''

`El Jardín de las delicias de El Bosco: copias, estudios técnico y restauración' is tot 10/9 in het Prado Museum te Madrid.