Recidive bij meerderheid van jongeren

Meer dan de helft van de jongeren die behandeld zijn in een justitiële jeugdinrichting, komt binnen drie jaar na vertrek weer in aanraking met justitie.

Dit blijkt uit het onderzoek `Recidive en verblijf in een justitiële behandelinrichting' dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie heeft uitgevoerd onder 383 jongeren die in 1993 in een behandelinrichting werden opgenomen. Binnen één jaar bleek 30 procent van de jongeren te hebben gerecidiveerd; na twee jaar was dat 47 procent en na drie jaar 57 procent. Na drie jaar neemt het aantal recidiverende jongeren nauwelijks meer toe.

Alle contacten met justitie zijn in het onderzoek meegeteld. Als het gaat om het aantal strafzaken na verblijf in de jeugdinrichting die een gevangenisstraf tot gevolg hadden, dan gaat het om een kwart van de jongeren. Zij belandden na drie jaar weer in een inrichting.

Vooral geslacht en het justitieel verleden van jongeren zijn volgens de WODC-onderzoekers daarbij bepalend. Jongens gaan vaker dan meisjes opnieuw in de fout. Jongeren die voor hun eerste gevangenisstraf niet eerder met justitie in aanraking waren gekomen, recidiveren minder dan jongeren die al een strafblad hadden.

De duur van het verblijf in een justitiële jeugdinrichting blijkt niet van invloed te zijn op de kans op recidive. Evenmin maakt het uit of een jongere er als gevolg van een strafzaak is geplaatst of niet.

Jaarlijks belanden ongeveer 800 jongeren in een justitiële behandelinrichting. Zij hebben gedragsproblemen of worden niet behoorlijk opgevoed. De rechter kan jeugdige delinquenten in een behandelinrichting plaatsen via een zogenoemde PIJ-maatregel. Maar ook op civielrechtelijke gronden kan een kind er worden geplaatst, bijvoorbeeld als het kind onder toezicht wordt gesteld omdat ouders tekortschieten.

De onderzoekers betwijfelen of het verblijf in een justitiële behandelinrichting altijd nut heeft voor jongeren met een justitieel verleden. Volgens hen is in hun leven al zo vaak iets mis gegaan, ,,dat het niet reëel is te veronderstellen dat dit in alle gevallen met een verblijf in een behandelinrichting kan worden rechtgezet.''