`Prince der Luiheid'

Van Ivan Aleksandrovitsj Gontsjarov wordt wel beweerd dat hij net zo lui was als zijn onvergetelijke hoofdpersoon Ilja Iljitsj Oblomov in de meesterlijke roman Oblomov. Deze literaire mythe werkte de schrijver zelf in de hand door zijn brieven te ondertekenen met Gontcharoff, prince der Luiheid. In werkelijkheid valt het met de luiheid van zowel de schrijver als de hoofdpersoon heel erg mee. Karel van het Reve heeft in zijn onvolprezen Geschiedenis van de Russische literatuur al aangetoond dat Oblomov het in het eerste deel van de roman `vrij druk' heeft met het vele bezoek dat binnenloopt. Bovendien is hij druk met aanwijzingen aan zijn knecht Zachar.

Niet alleen Oblomov had het druk, ook Ivan Gontsjarov zat niet stil. Hij was een grage wandelaar en maakte vele reizen. Als secretaris van admiraal Poetjatin vertrok onze held in 1852 met een eskader van vier fregatschepen naar Japan om er – vóór de Amerikanen – handelsbetrekkingen aan te knopen met het `gesloten land', dat, zoals wij weten sinds 1600 slechts handelsbetrekkingen onderhield met Nederland.

Over deze reis schreef Gontsjarov zijn reisjournaal Het fregat Pallas, waaruit fragmenten zijn opgenomen in het Privédomein-eel Reis om de wereld, aangevuld met brieven aan vrienden in Petersburg. In 1853 komt de Russische delegatie aan in Japan. Er volgen fragmenten en brieven die een prachtige aanvulling vormen op de Hofreis van Rudy Kousbroek die zich reizend in zijn tijdmachine vooral baseerde op de historische aantekeningen van Jan Cock Blomhoff (1779-1853) en Philipp Franz von Siebold (1796-1866).

Gontsjarov gaat in zijn reisjournaal uitvoerig in op het uiterlijk en de gedragingen van de Japanners. In een brief aan M.A. Jazykov schrijft hij: ,,Het zijn inderdaad Japoepers: ze lopen in jak en rok, zonder broek of onderbroek. (...) Ze glimlachen en zitten op hun hurken: het is iets heel vreemds – half man, half vrouw.''

Bijzonder komisch is de opmerking van Gontsjarov na alle rituele plichtplegingen tijdens de ontmoetingsceremoniën: ,,U in Europa breekt u het hoofd over de vragen te zijn of niet te zijn, maar wij tobden dagenlang over de vragen te zitten of niet te zitten, te staan of niet te staan, en vervolgens hoe te zitten en waarop, enzovoort.''

Luiheid kan Gontsjarov niet verweten worden. Zijn luiheid betreft het niet-schrijven: ,,Soms ben ik gewoon te lui om te schrijven'', zegt hij in een brief van december 1853 aan J.A. en M.A. Jazykov. Liever pakt hij een goed boek, zodat luiheid en andere onhebbelijkheden verdwijnen en hij zin krijgt te schrijven. ,,Maar dan is er weer een andere narigheid: ik raak in het boek verdiept en de avond is om voor ik er erg in heb.''

Al in 1848 had hij Son Oblomova geschreven, Oblomovs droom, dat als negende hoofdstuk in de roman zou worden opgenomen. Als hij als ambtenaar van het ministerie van Handel in mei 1857 vier maanden ziekteverlof opneemt vertrekt hij naar Marienbad om te kuren. Maar daar komt niet veel van: ,,Ik zit en schrijf... bijna tot ik erbij neerval.'' In een maand heeft hij het eerste deel van Oblomov klaar. ,,Het hele tweede deel is al geschreven en vrij veel van het derde, zodat het bos al minder dicht wordt, en ik zie in de verte... het einde.'' De roman zou uiteindelijk in 1859 verschijnen. Het wordingsproces van Oblomov duurde tien jaar, maar Gontsjarov schreef het boek in enkele maanden.

Gontsjarov was wars van elke literaire mode en liet zich niets voorschrijven. Als in Oblomov Penkin op bezoek komt, is er rond zijn divan geen boek te bekennen.

,,Wat leest u tegenwoordig?'' vroeg Penkin.

,,Ik... hoofdzakelijk reisverhalen.''

Reisverhalen! Gontsjarov las tijdens het schrijven van Oblomov zijn reisverslagen door om deze klaar te maken voor de uitgave van Fregat Pallada, dat in 1858 in twee dikke delen zou verschijnen. Beide delen werden door de literaire critici als oninteressante `schetsen' afgekraakt.

Na lezing van Reis om de wereld weten wij het tegendraadse antwoord van Oblomov in de dialoog met Penkin op waarde te schatten.