Mammoetoperatie moet smerige pinguïns redden

De grootste reddingsoperatie voor pinguïns die ooit is gehouden moet duizenden Zuid-Afrikaanse dieren redden. Met tandenborstels wordt de olie van hun lijf geschrobd.

De dappere mannetjes kijken uit over de rotsen van Robben-eiland. Terwijl de meeste vrouwtjes diep weggedoken zitten onder de ericastruiken, bij hun kuikens of op een nest met eieren. Smerige mannetjes zijn het: hun pinguïnjasjes met olie besmeurd. De beestjes bibberen. Het vangen van vissen kunnen ze vandaag wel vergeten. Hun natuurlijke afweer is aangetast.

Daar komen de menselijke `pinguïns' aan, gestoken in knalgele oliepakken. Met hun grote handen grijpen ze de tegenstribbelende vogels, die niet kunnen weten dat ze worden gered. Alle pinguïns van het eiland worden gevangen en in een mammoetoperatie naar het vasteland gebracht voor een schoonmaakbeurt. Daarna worden ze vrijgelaten in de veronderstelling dat ze de weg terug zelf kunnen vinden. De kuikens blijven op het eiland achter. Zij zijn niet te redden.

Jarenlang was Robben-eiland, elf kilometer uit de kust van Kaapstad, beroemder om zijn politieke gevangenen, onder wie Nelson Mandela, dan om zijn oorspronkelijke bewoners: de robben en Afrikaanse pinguïns. Dat is voorbij. Het eiland is opnieuw domein der dieren. Maar dat betekent voor hen nog geen onbekommerd leven. Het 574 hectare metende stuk grond ligt in de druk bevaren scheepvaartroute naar Europa en Amerika. Regelmatig lozen schepen olieafval of andere vervuilende stoffen voor de kust. Regelmatig zinkt er een schip.

Tien dagen geleden verging even ten westen van de Kaapse haven het Panamese vrachtschip Treasure, beladen met ijzererts en met een geschatte 1.200 ton brandstof aan boord. Een deel van de brandstof spoelde aan op de stranden van Robben-eiland waar ze sindsdien dagelijks dood en verderf zaait onder de pinguïns. Van de ergst getroffen pinguïns is het eens witte befje helemaal verdwenen. Bij andere beesten heeft het een vieze bruin-zwarte kleur gekregen. Sommige pinguïns druipen van de olie, waar bladeren, zand en ander vuil aan vast blijven kleven.

De Zuid-Afrikaanse stichting ter bescherming van zeevogels (SANCCOB), die al jarenlang is begaan met het lot van de pinguïns, sloeg meteen na de scheepsramp groot alarm.

De kleine stichting kon het werk bij lange na niet alleen aan: duizenden vrijwilligers reageerden de afgelopen dagen op de vraag om te helpen.

Vervolg pinquins pagina 4

Eerst slaolie, pas dan in de tobbe

Vervolg van pagina 1

Want niet alleen van Robbeneiland moesten de pinguïns worden geëvacueerd, ook de nog grotere populatie vogels op het 60 kilometer noordelijker gelegen Dasseneiland loopt gevaar. De olie heeft dat eiland nog niet bereikt, maar uit voorzorg is men begonnen met de evacuatie van alle volwassen vogels, per schip en helikopter naar het vasteland. Daar heeft het leger trucks ter beschikking gesteld om de pinguïns naar opvangcentra te brengen.

Een reusachtige afgedankte werkplaats van de spoorwegen in de wijk Salt River, is omgebouwd tot pinguïnziekenhuis. `Fietsry verbode' staat er op een oud bord, hoog in de hal. Er staan honderden zwembaden van blauw plastic, zo'n vijf meter in doorsnee, opgesteld in lange rijen. In elk ervan schurkt en klontert een kolonie vervuilde pinguïns tegen elkaar aan. Naar schatting 12.000 zijn er in de hal. Het schoonmaken van de dieren in de wc's en wasruimtes van de werkplaats is een heidens karwei en duurt, afhankelijk van de vervuilingsgraad, tussen de 30 en 60 minuten per vogel. De beesten worden eerst bespoten met gewone slaolie en gaan daarna in de tobbe met water en het oplosmiddel BD1. Met tandenborstels wordt het vuil weggeschrobd.

Het gaat er bepaald niet zachtzinnig aan toe, maar dat lijkt de dieren niet te deren. ,,Pinguïns zijn verdomd sterke beesten'', zegt Jay Holcomb, van een Amerikaans ornithologisch onderzoeksinstituut, die met een heel team speciaal voor de reddingsoperatie is overgevlogen. ,,Andere diersoorten zouden de aanslag op hun leven met olie en daarna de grote schoonmaak nooit overleven. Pinguïns wel''

Tot nu toe heeft de olieramp slechts een paar honderd volwassen pinguïns het leven gekost. Maar volgens Holcomb waren dit er veel meer geweest als er geen hulp was verleend. ,,De olie zit niet alleen aan de buitenkant, maar ook van binnen. Het dier heeft geen afweer meer, koelt te veel af, kan geen vis meer vangen en sterft een langzame dood.'' De vogeldeskundige wijst erop dat de hoeveelheid weggelekte olie uit het gezonken schip betrekkelijk klein is. ,,Dit bewijst onze stelling dat er maar heel weinig olie nodig is om een ramp te veroorzaken.''

De duizenden jonge kuikens – het is midden in het broedseizoen – heeft men wel moeten opgeven. Zij zijn niet sterk genoeg om de harde behandeling te ondergaan. En het is volgens de experts ook ondoenlijk de jongen kunstmatig te voeden. Dwangvoeding van de vogels is geen sinecure. Een pinguïn is gewend levende vis te eten en weigert om dode vissen tot zich te nemen. De vrijwilligers moeten alle vogels daarom apart voeden: tussen de benen, hals achterover, bek openwringen en dan een sardine naar binnen proppen. In de eerste hap voor elke pinguïn zit een vitaminepil om het beest over de ontberingen van de afgelopen dagen heen te helpen.

Erg vriendelijk zijn de zeevogels niet tegenover hun redders. Ze pikken alsof hun leven op het spel staat. Zelfs dikke rubberen handschoenen zijn niet sterk genoeg om alle aanvallen te weerstaan. Bij de EHBO in de hal staat een lange rij van gewonde helpers.

Schoongemaakte pinguïns worden zo snel mogelijk overgebracht naar Port Elizabeth, 800 kilometer van Kaapstad, waar ze weer in zee worden gezet. In drie weken tijd zwemmen ze dan terug naar de eilanden waarvan ze afkomstig zijn. In die tijd hopen de reddingswerkers de eilanden volledig te hebben gereinigd. Een eerste groep pinguïns werd gisteren bij Port Elizabeth in zee gegooid.

Estelle van der Merwe, de directeur van SANCCOB, schat de kosten van de reddingsoperatie op 40 miljoen rand (14 miljoen gulden). De schade zal worden verhaald op de eigenaars van de Treasure, die aansprakelijkheid voor de ramp hebben geaccepteerd. ,,Oliemaatschappijen en reders behoren tot onze grootste sponsors'', zegt Jay Holcomb. ,,Zo sussen ze bij voorbaat hun slechte geweten.''