Straffen Iraanse joden naar verhouding licht

Het Westen heeft zeer verontwaardigd gereageerd op de uitspraak in het proces tegen dertien joden in Iran. Toch waren de vonnissen verhoudingsgewijs licht.

De vonnissen in het proces tegen dertien Iraanse joden in Shiraz hebben alle tekenen van een achter de schermen uitgevochten compromis tussen de hervormers van president Khatami en hun conservatieve tegenstanders. Daarbij is de balans vèr naar de hervormers doorgeslagen. De straffen hadden gemakkelijk veel zwaarder kunnen uitvallen. Van Iraanse conservatieve rechters waren doodvonnissen te verwachten geweest in een proces waarbij spionage voor de doodsvijand Israel in het geding was, een van de zwaarste vergrijpen in de Islamitische Republiek. De meeste verdachten waren nota bene voor de staatstelevisie gehaald om hun misdrijf te bekennen, doorgaans de inleiding tot de strop. Dat de verdachten later op hun bekentenis terugkwamen, doet daar niets aan af. Met doodvonnissen of levenslange gevangenisstraffen hadden de conservatieven bovendien de hervormingsgezinde regering in grote problemen kunnen brengen, waarop zij al jaren uit zijn en waarop dit hele proces ook gericht leek.

Naar verhouding zijn straffen van 13 jaar gevangenis, de zwaarste die zijn uitgesproken, dus verbazend licht. De verdediging van de joden, die de afgelopen maanden zeer openhartig haar verzet tegen de gang van zaken had geuit, toonde zich dan ook voorzichtig opgelucht. Zij hoopt dat in hoger beroep de straffen nog kunnen worden verminderd. Een alomvattende vrijspraak behoorde op dit moment in elk geval niet tot de mogelijkheden. Dan hadden de conservatieven wel heel diep door het stof gemoeten. Hun positie is in de loop der jaren onder druk van de drang naar liberalisering bij de bevolking verzwakt, maar nog niet zó ver. De mogelijkheid dat de straffen de eerlijke uitkomst zijn van een eerlijk proces, moet worden uitgesloten, ondanks alle Iraanse bezweringen van het tegendeel. De buitenwereld zijn geen bewijzen van de schuld van de verdachten getoond tijdens het proces dat officieel om reden van staatsveiligheid achter gesloten deuren werd gevoerd.

De Westerse gemeenschap verwoordt nu woedend protest. ,,Iran kan niet worden geaccepteerd als lid van de internationale gemeenschap zolang joodse gevangenen wegrotten in de gevangenis terwijl zij niets kwaads hebben gedaan'', zei een woordvoerder van het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken. De Nederlandse regering maakte bekend ,,met afschuw'' te hebben kennisgenomen van de straffen. De Amerikaanse president Clinton toonde zich ,,diep verontrust''. Andere leiders en regeringen spraken varianten op deze tekst uit.

Zij konden moeilijk anders, nadat zij gedurende het proces herhaaldelijk hun afkeer van de gevolgde procedure hadden uitgesproken (en daarmee in feite de conservatieven hadden geholpen die het Westen altijd van inmenging in Iraanse aangelegenheden beschuldigen). Maar het is zeer de vraag of zij consequenties zullen verbinden aan hun verbale veroordelingen. De Iraanse regering wil graag goede relaties opbouwen met het Westen om zo de investeringen aan te trekken die de Iraanse economie zo broodnodig heeft. Veel Westerse regeringen hebben op hun beurt ook belangen in Iran. Niet voor niets volgt de Amerikaanse regering een politiek van voorzichtige toenadering tot de Islamitische Republiek. Zij heeft zich gerealiseerd dat haar dual containment politiek van isolatie van zowel Iran als het buurland Irak geen vruchten afwerpt. Tegelijk staat zij al lange tijd onder zware druk van het bedrijfsleven om een eind te maken aan haar eenzijdige handelsembargo jegens het grote olieland Iran: de Amerikaanse ondernemingen zien met lede ogen aan hoe Europese bedrijven de Iraanse markt voor zich alleen hebben. De eerste reactie van de Europese Unie die ,,hoopt dat het hof van beroep de vonnissen zal vernietigen'', wijst er ook op dat zij geen harde maatregelen in de pen heeft.

Het proces heeft, hoe het in hoger beroep ook afloopt, intussen wel degelijk gevolgen voor de joodse minderheid in Iran. Zij voelt zich weer minder veilig. Nadat de verdachten met hun bekentenissen voor de televisie waren gebracht, zijn joden bedreigd en joodse bezittingen aangevallen. De joodse parlementariër Morris Motamed in Iran hebben joden, christenen en zoroastriërs grondwettelijk een vertegenwoordiger in het parlement – zei zaterdag dat de vonnissen de joodse gemeenschap ,,ernstig hebben aangedaan''. Hij zei een emigratiegolf te zien aankomen.

De 30.000 zielen tellende joodse gemeenschap is, haar grondwettelijke waarborgen ten spijt, als het erop aankomt natuurlijk zeer kwetsbaar temidden van meer dan 60 miljoen islamieten. Je weet als kleine minderheid maar nooit wanneer deze meerderheid tegen je in het geweer wordt gebracht. Het proces in Shiraz heeft de joden daar weer heel direct op gewezen.