Glijden en schuiven

,,Als je met een trombone indruk wilt maken, begin je uiteraard met grote glissandi (glijders) want dat is het makkelijkst. En spectaculair voor mensen die vooral met hun ogen luisteren. Mijn streven is solistisch niet onder te doen voor een trompettist of een saxofonist. Dus moet je net zo virtuoos zijn als zij en dat lukt alleen als je economisch speelt. Dat betekent onder andere: niet glijden als het niet nodig is.''

Trombonist Ilja Reijngoud (1972) won met NEMESIS het Middelsee Jazztreffen 1994 en studeerde twee jaar later cum laude af aan het Hilversums Conservatorium. Hij speelde en maakte cd's met o.a. het Dutch Jazz Orchestra, de FraFra Big Band en Pierre Courbois. Met zijn ex-leraar Bart van Lier zit hij in Bart's Bones plus een naar hen beiden genoemd kwintet en is hij een regelmatige gast van het Metropole Orkest. Daarnaast is hij hoofdvakdocent op het conservatorium van Rotterdam en de `Jazz Studio' in Antwerpen. Van een Amerikaanse commissie kreeg hij als tweede Nederlandse ex-leerling de Master of Music-degree.

,,Dat een schuif soepel glijdt is van groot belang. Uitgangspunt is dat de druk van het mondstuk op je lippen constant blijft. Als de schuif moeilijk beweegt, dan trek je het mondstuk van je lippen af als je uitschuift en, omgekeerd, harder tegen je lippen aan als je terugschuift. Een trage of ongelijkmatige schuif heeft dus een nadelige invloed op je embouchure, de toonvorming en de snelheid van je spel.

,,Veel stoornissen zijn het gevolg van ongelukjes. Een deukje in de buitenschuif geeft al snel wrijving. Het kan zijn dat de twee delen van de binnenschuif niet helemaal evenwijdig meer lopen. Als je het instrument niet regelmatig schoonmaakt kan hij letterlijk dichtgroeien. Vergeet niet dat alles wat uit je mond komt in dat instrument terecht komt. De Chinees voor een optreden is in dat opzicht berucht.

,,Anders dan dit mondwater – van `spuug' spreken wij niet – is schoon water juist van groot belang, want een schuif glijdt voornamelijk op water. Eerst gaat er witte siliconenzalf op de binnenschuif plus een druppeltje siliconenolie, maar daarover heen moet water. Die spuitbussen waar je trombonisten mee in de weer ziet, bevatten dus water, geen olie zoals veel mensen denken. Er zijn ook trombonisten die Slide-o-mix gebruiken, een water/zeep-combinatie zonder vet. Een standaardsmeersel is er niet, iedereen heeft zijn eigen recept.

,,Er is niets tegen glissandi als beoogd effect. Maar wel als het glijden nodig is omdat je een noot niet direct kunt raken. Als je de noten wel secuur weet te treffen, kun je sneller spelen en dat bevordert de virtuositeit. Dat wil niet zeggen dat ik per se weg ben van die snelheidsduivels waarvan er tegenwoordig nogal wat zijn. Mijn favorieten in de jazzmuziek zijn J.J. Johnson, Urbie Green en Jimmy Cleveland.

,,Zij hebben in de jaren vijftig de basis gelegd voor een `cleanere' en efficiëntere speelwijze en de trombone daarmee geëmancipeerd. Ik probeer daarop voort te bouwen en net als zij het instrument aan mij te onderwerpen. Er is niets tegen een artistiek gevecht, daar ben ik zelfs gek op. Maar het spelen op een trombone moet geen gevecht zijn met de materie, die koperen paperclip met die lange schuif.''

Ilja Reijngoud op het Internationaal Trombone Festival in Utrecht: 4/7 als duo met Bart van Lier op het conservatorium (16.15u Mariaplaats) en hun kwintet (22.30u Stadskasteel Oudaen, Oudegracht 99); 5/7 met Bart's Bones (12.30u MC Vredenburg); 8/7 met van Lier en vijf andere trombonisten bij het Metropole Orkest (19u MC Vredenburg).

Op het North Sea Jazz Festival in Den Haag: 14/7 met het Dutch Jazz Orchestra (0.30u PWA zaal); 16/7 met het Van Lier/Reijngoud kwintet (17.45u Mariszaal) en het Pierre Courbois dubbel kwintet (23u Mondriaanzaal).

Recente cd: Bart van Lier/Ilja Reijngoud Quintet: Memories of the Future (VSOP 9921072).