Constitutionele vragen

EEN DUITS IDEE waarvoor nu in Frankrijk de tijd is gekomen. Dat is het Handvest voor de Europese Unie, dat op het ogenblik nog volop in de maak is. De Europese Top in Keulen besloot vorig jaar onder Duits voorzitterschap dat de Unie een eigen catalogus van de rechten van de mens nodig heeft. De Franse president Chirac zei deze week in de Bondsdag ernaar te streven dat de top in Nice het Charter vaststelt.

De Frans-Duitse as draait op volle toeren. Minder duidelijk is wat de bedoeling van de koortsachtige activiteit is. Wat wordt nu precies de status van dat Handvest, een juridisch inroepbare afspraak of toch vooral een politieke beginselverklaring? Achter deze vraag schuilt nog een andere: blijft het bij de rechten van de mens of vormt het Handvest slechts de aanzet tot een complete Europese constitutie?

Opmerkelijk is niet in de laatste plaats de wijze waarop het Handvest vorm moet krijgen. Het zijn uiteindelijk de regeringsleiders die beslissen, maar de ontwerptekst wordt opgesteld door een speciale, tripartiete `Conventie' van 62 leden, die wordt voorgezeten door de Duitse oud-president en voormalig voorzitter van het federale Constitutionele hof, Roman Herzog. De Conventie bestaat uit afgevaardigden van de nationale parlementen, het Europees Parlement en van de nationale regeringen.

NEDERLAND HEEFT de voorzitter van de Eerste Kamer, Korthals Altes, afgevaardigd als vertegenwoordiger van de regering. Een curieuze constructie, aangezien de senaat de regering mede moet controleren en juist niet vertegenwoordigen. Dit is tekenend voor de onconventionele aanpak van de Conventie, die de bestaande Europese besluitvormingsmechanismen geheel doorbreekt. De oplossing van voorzitter Herzog voor het probleem van de status van het Handvest is in elk geval origineel: schrijf een vrije tekst die zo is geformuleerd dat hij later bindende kracht kan krijgen.

Deze formule versterkt intussen de vermoedens, met name bij de Britten, dat het Handvest op zijn beurt een eerste stap is in de federalisering van Europa. Zo schilderde Chirac het in de Bondsdag in elk geval wel af. Hij stelde de Conventie voor het Handvest tot voorbeeld voor de aanpak van vier andere grote vraagstukken die moeten worden aangepakt om ten slotte een `Europese grondwet' te kunnen proclameren – inclusief een Handvest van de rechten van de mens.

Het wordt niet een grondwet voor de Verenigde Staten van Europa, maar de grondwet van ,,een Europa van verenigde staten'', zoals de Franse president het spits uitdrukte. Toch zit er nog wel enige ruimte tussen deze vondst en het recente pleidooi van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, voor een ,,Europa met volledige soevereiniteit samengesteld uit zelfbewuste naties''. Nog afgezien van wat de Britten ervan zullen denken.