Brood en spelen voor intellectuelen

Al jaren ben ik een trouw lezer van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, niet de hele krant, maar de onvolprezen cultuurbijlage Feuilleton. In Nederland kennen we dat niet, een dagelijks katern waarin geleerden en kunstenaars hun licht laten schijnen over alles wat actueel is. Of het nu over de toestand op de Balkan gaat, het Europa-debat, literatuur, Big Brother of pitbulls die kinderen doodbijten, het is er allemaal in de meest onverwachte verschijningsvormen in terug te vinden. Ook over voetbal wordt er op hoog niveau in geschreven. De aandacht valt dan niet zozeer op het spel, de techniek of de tactiek, maar op de cultuur-historische betekenis van het fenomeen, de nationalistische aspecten ervan, de achtergronden van het supportersgedrag, het hooliganisme en wat dies meer zij.

Het maakt natuurlijk een beetje een Duits-professorale, pedante indruk, maar ik lust er wel pap van. Nooit krijg je één visie of mening te horen, nee tientallen deskundigen doen hun zegje. Alles wordt tot in de finesses gevolgd en tot op het bot uitgediscussieerd. Heerlijk.

Maar dat schijnt binnenkort afgelopen te zijn. Schluss. Frank Schirmacher, redacteur van het Feuilleton van de FAZ en daarmee automatisch een soort Duitse cultuurpaus, heeft laten weten dat de rol van de `klassieke intellectueel' die zich met alle facetten van het cultureel-politiek-maatschappelijk leven bemoeit is uitgespeeld. Diep onder de indruk van de bekendmaking deze week van de (bijna) voltooiing van de kaart van het menselijk genoom, heeft hij verklaard dat het voortaan vooral daarover moet gaan.

De toekomst heeft de `traditionele' intellectueel niet meer nodig, meent Schirmacher. De wereld van muziek, literatuur, geschiedenis en politiek heeft afgedaan nu de strijd tussen ideologieën is gestreden. In het vervolg zal het FAZ-Feuilleton niet meer zijn gewijd aan kwesties als de multi-culturele samenleving, Kosovo, de betekenis van Auschwitz en de Historikerstreit, maar aan het klonen van mensen, gen-technologie en hersenonderzoek.

Ik vraag me af waar de behoefte uit voortkomt een rigide tegenstelling in het leven te roepen tussen enerzijds pogingen de nieuwste ontwikkelingen in de natuurwetenschappen en de biologie te volgen en anderzijds het debat over maatschappelijke en culturele vraagstukken gaande te houden. Alsof het één het ander in de weg zou zitten of zelfs zou uitsluiten. Het Human Genome Project wordt voorgesteld als – vooruit maar weer eens – het einde van de geschiedenis.

Woensdag opende Schirmacher zijn Feuilleton met een bijna paginagroot interview met Nobelprijswinnaar James D. Watson, die als pionier van het genoom-onderzoek, samen met Francis Collins en Craig Venter, maandag door Clinton op het Witte Huis werd ontvangen. Prachtig, grootse journalistiek. Waarom daar echter uit zou voortvloeien dat de humaniora en de beoefenaars van de geesteswetenschappen ineens zouden hebben hebben afgedaan in de Duitse debatcultuur en plaats moeten maken voor bèta-geleerden en economen, is me niet duidelijk.

Ik heb hoogstens een vermoeden. Door zich te richten op de toekomst – genetica, moleculaire biologie, kosmologie – hopen Duitse intellectuelen zichzelf eindelijk eens te kunnen verlossen van de historische en ideologische debatten die, hoezeer Schirmacher ook het einde van de ideologische strijd proclameert, maar niet voorbij lijken te willen gaan.

De gentechnologie kan, om een platvloers maar opzienbarend voorbeeld te noemen, geen antwoord geven op de vraag hoe oud-kanselier Helmut Kohl zo bot kan zijn zichzelf met slachtoffers van de holocaust te vergelijken. Naar Schirmachers mening over zo'n nauwelijks verklaarbare faux pas van de `kanselier van de Duitse eenheid' ben ik eigenlijk benieuwder dan naar zijn lekenvisie op de wetenschappelijke verrichtingen van Collins en Venter.

Om te worden geïnformeerd over de implicaties van het DNA-onderzoek, raadpleeg ik liever wetenschapsbijlages dan het feuilleton. Voorheen zou dat vol hebben gestaan met fundamentele beschouwingen naar aanleiding van een onlangs uitgebroken rel over het in München gevestige Institut fur Zeitgeschichte. De directeur van deze gerenommeerde zusterinstelling van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), Horst Möller, heeft allerlei historici van naam en faam op de kast gejaagd met een formele lofrede op Ernst Nolte, die in 1998 een ronduit antisemitsich boek publiceerde.

In dit werk, Historische Existenz, Zwischen Anfang und Ende der Geschichte betoogt Nolte dat de joden de holocaust aan zichzelf hebben te wijten, omdat zij met hun utopische wortels de `ewige Linke' belichamen. De `ewige Linke': dat zijn de Jacobijnen, de communisten, de utopisten, allemaal wortelend in het jodendom. Tegen deze `ewige Linke', voor Nolte gelijk aan de `ewige Jude', hebben de nazi's zich volgens hem met recht verzet.

Geen wonder dat Nolte zacht gezegd omstreden is, niet als `vrijdenker', zoals de Volkskrant deze week schreef, maar als goedprater van het antisemitisme van de nazi's. Men moet zich voorstellen dat de directeur van het NIOD een laudatio zou houden om een historicus met zulke opvattingen te eren. `Ondenkbaar', luidt de reactie van NIOD-directeur Hans Blom. In Duitsland, dat volgens bondskanselier Schröder niet zo verkrampt met zijn verleden moet omgaan omdat het inmiddels een normaal land is, zou je het ook voor ondenkbaar houden. Gerespecteerde hoogleraren en oud-medewerkers van het Institut fur Zeitgeschichte eisen dan ook het aftreden van Möller. Diens verdedigers daarentegen noemen de protesten tegen het eerbetoon voor Nolte een vorm van censuur en een aanval op de wetenschappelijke vrijheid door een `politiek correcte meerderheid'.

Ik wil maar zeggen dat er, zeker ook in Duitsland, nog heel wat te overdenken en te debatteren overblijft, ook na de ontcijfering van het menselijk genoom. Kan men, bedwelmd door het succes van biologen, werkelijk denken dat de traditionele thema's van de Feuilletons, cultuurbijlages en -tijdschriften achterhaald zijn? Het debat over de praktische en ethische implicaties van de moleculaire biologie en de genetica kan toch niet in de plaats treden van de debatten over cultuur en geschiedenis? Dan zouden de letters DNA staan voor een wondermiddel, een toverdrank, een afleidingsmanoeuvre. Brood en spelen voor de intellectuelen.