Strijd op Molukken wordt heilige oorlog

De jongste geweldsgolf in de Molukken is geregisseerd door fanatieke moslims. `Wij binden de strijd aan. Dit land is in gevaar'.

Laskar Jihad – Strijders op Gods weg – noemen zij zich: moslimfanatici uit Java die deze maand een vierde ronde ontketenden in de Molukse burgeroorlog. Wekenlang hielden zij in de islamitische wijken en dorpen van Ambon opruiende hagenpreken, waarin zij opriepen om de `nederlaag' te wreken die de Molukse moslims de drie eerdere gevechtsrondes hadden geleden. Die nederlaag zou zijn gepland door een `verenigd christelijk front', aangevoerd door aanhangers van de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS).

In de nacht van 20 op 21 juni deed zich een aanleiding voor: een moslim werd in Ambon-Stad ontvoerd en omgebracht door een christelijke jeugdbende. Door de Laskar opgezweepte moslims bestormden met duizenden christelijke wijken en dorpen. Tot de regering-Wahid maandag de `civiele noodstoestand' uitriep, gingen twee kerken, honderden huizen, de Christelijke Universiteit van de Molukken (`het verbingscentrum van de RMS'), een katholiek ziekenhuis en een wooncomplex van de politie in vlammen op.

De Laskar Jihad Ahlus Sunnah Wal Jama'ah – het zijn soennitische moslims – hebben hun bakermat in een eenvoudige pesantren (islamitisch internaat) in Dogelan, een dorp in het sultanaat Yogyakarta, en staan onder leiding van een gebaarde Afghanistanveteraan, Ustadz (leraar) Jafar Umar Thalib. Volgens Thalib (38) telt zijn privé-leger inmiddels 10.000 `strijders' in heel Indonesië, maar dat is waarschijnlijk overdreven. Tot dusverre heeft hij er ruim 3.000 ingezet op de Molukken.

Zij kregen in april van gepensioneerde militairen een eenvoudige gevechtstraining in Kayumanis, een dorpje nabij de stad Bogor in West-Java, waar Jafars broer een stuk grond heeft. Zij oefenden met stokken, zwaarden en kapmessen. Thalib recruteert zijn mannen (geen vrouwen) vooral onder werkloze jongeren op Java.

De kosten van hun training zouden worden gedragen door `oprecht verontruste moslims', maar de Indonesische president Wahid verdenkt een kliek rond oud-president Soeharto. Wahid noemt de Laskar `herrieschoppers', maar zijn politieke tegenspeler, Volkscongresvoorzitter Amien Rais, rept van ,,toegewijde jonge mensen met hart voor de natie''.

[vervolg op pagina 3]

'Molukse moslims, verenigt u in de jihad'

De Laskar Jihad deden begin april voor het eerst van zich spreken. In een Jakartaanse sportcomplex hielden zij een tabliq akbar, Arabisch voor `massaal bijgewoonde hagenpreek'. Daar werd georeerd over een `massaslachting onder moslims in de Molukken' en tegen het voorstel van Wahid het communistenverbod van 1966 in te trekken. Enkele honderden Laskar – witte tunieken, tulbanden en koppelriemen, en bewapend met slagzwaarden – trokken daarop naar het presidentiële paleis. Na enig soebatten mocht een delegatie onder leiding van Jafar naar binnen. Het onderhoud met de president duurde vijf minuten. Jafar fulmineerde: ,,Waarom laat jij (in Javaanse oren een ongehoorde brutaliteit) de slachters van Molukse moslims ongestraft rondlopen?'' Hij verweet Wahid de gevoelens van moslims te kwetsen door een wederopstanding van het communisme aan te moedigen. Wahid stond op: ,,Genoeg! Ik leg verantwooring af aan het Volkscongres, niet aan julie. Eruit!'' Toen Jafar het vertrek verliet, riep hij nog: ,,Wij binden de strijd aan in de Molukken; dit land is in gevaar!'' Jafar werd ten paleize gesecondeerd door brigadegeneraal b.d. Rustam Kastor, een moslim van het eiland Ambon en in de jaren negentig militair commandant van de Molukken. Rustam Kastor geldt als de kwade genius achter de jongste geweldsgolf in de Molukse archipel, waar sinds in januari een gewapende vrede heerste na een jaar van bloedige gevechten tussen moslims en christenen.

Na drie gevechtsrondes in 1999 was in de Molukken een nieuwe status quo ontstaan. De vijandelijkheden hadden een schifting op gang gebracht in de vanouds gemengde gemeenschappen van moslims en christenen. Moslimgezinnen ontvluchtten `rode' (overwegend christelijke) kampongs en stadswijken en christenen verlieten massaal `witte' dorpen en wijken, waar moslims in de meerderheid waren. De eerste golf vluchtelingen betrof ondernemende immigranten uit Sulawesi: Boeginezen, Boetonezen en Makassaren (`BBM-ers'), die de economie op Ambon lange tijd hadden beheerst. Door deze exodus waren de christenen, net als in de Nederlandse tijd, weer in de meerderheid.

Ook op Halmahera, het grootste eiland van de Noordelijke Molukken, was hard gevochten. Op het noordelijke Tobeloschiereiland, waar christenen sinds de koloniale periode de meerderheid vormden, ging het conflict vooral over grond. De regering heeft na een vulkaanuitbarsting in 1975 tienduizenden moslims van het eilandje Makian hervestigd op Tobelo. Politici die aasden op de gouverneurszetel van de nieuwe provincie Noordelijke Molukken zetten in 1999 christenen op tegen de Makianese immigranten, die met geweld werden verdreven naar Ternate. De demografische balans van een jaar burgeroorlog viel op Ambon en Noord-Halmahera dus positief uit voor de christenen.

Kastor publiceerde in februari een boek met de titel `De politieke samenzwering van RMS en christenen vernietigt de islamitische gemeenschap in Ambon en de Molukken – Feiten en analyse'. Volgens Kastor was de verdrijving van de economisch succesvolle BBM-ers (`geloofsgenoten') gepland door aanhangers van de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS), de Molukse Protestantse Kerk (GPM) en de nationalistische partij PDI-P. Kastors opruiende boek werd de `handleiding Molukken' van de Laskar Jihad.

Begin mei gingen zo'n 3.000 Laskar scheep naar de Molukken in Surabaya. De havenpolitie noteerde hun namen en controleerde hen op wapens, maar liet hen vertrekken. De wapens arriveerden per separate post in negen containers, die in de haven van Ambon werden opengebroken. Een maand lang belegden Jafar Thalib en Rustam Kastor tabliq akbar in de `witte' wijken van Ambon-Stad en de moslimdorpen van noordelijk Ambon. Hun boodschap: de Molukse moslims zijn tekortgeschoten in geloofsijver en hebben zich laten koeioneren door de Nazareners van de RMS, die de Molukken willen kerstenen. `Molukse moslims, verenigt u in de jihad (oorlog op Gods weg!').