Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Politiek

Geluk bij een ongeluk

Zondag is het op de dag af vierhonderd jaar geleden dat troepen van de Republiek de Spanjaarden een nederlaag toebrachten bij Nieuwpoort. De rest van de veldtocht was een jammerlijke mislukking. Drie boeken over het bekendste jaartal uit de vaderlandse geschiedenis.

Op een zanderige kuststrook in Vlaanderen stonden twee legers – samen meer dan twintigduizend man sterk – tegenover elkaar. In de namiddag ontbrandde een verbeten strijd, die zo'n vierduizend van hen het leven kostte. Het zonnetje scheen, er woei een stevige zeebries over het slagveld. Het was een dagje aan het strand om nooit meer te vergeten, die zondag de tweede juli van het jaar 1600.

In de slag bij Nieuwpoort (een nabij het slagveld gelegen vestingstadje) behaalde het leger van de Republiek onder bevel van prins Maurits een nipte, maar klinkende overwinning op de Spanjaarden. Na een moeizaam begin in de strijd tegen de Spaanse overheerser, was de oorlogsmachine in de jaren 1590 op volle toeren gaan draaien. Met een reeks uitgekiende belegeringen werd een koord van vestingsteden ingenomen, die nog voor 1600 het grondgebied van de Republiek vergrendelde. En toen kwam `Nieuwpoort': voor het eerst trad Maurits' leger de vijand tegemoet in het open veld op een terrein ver buiten de grenzen van het eigen grondgebied.

`Zestienhonderd, slag bij Nieuwpoort' is verworden tot een rituele kreet, een fossiel van het inmiddels ouderwets geachte soort weetjes waarmee scholieren eeuwenlang zijn bestookt. Samen met het opdreunrijtje `Bali, Lombok, Soembawa, Soemba, Flores, Timor tralala' leidt de geschiedenisles van `Nieuwpoort 1600' een stoffig, maar taai bestaan in de kelders van onze collectieve herinnering.

Twee historici hebben in de vierhonderdste verjaardag van het wapenfeit aanleiding gezien een poging te ondernemen om de uitgekauwde Nieuwpoort-historie nieuw leven in te blazen. Dat leverde twee boeken op, Nieuwpoort 1600. De bekendste slag uit de tachtigjarige oorlog door C.E.H.J. Verhoef en het evenmin verrassend getitelde 1600: Slag bij Nieuwpoort van Leen Dorsman. Beide auteurs laten niet na om de vaderlandse jubelstemming waarmee de veldslag sinds jaar en dag is omgeven, ietwat te temperen.

`Nieuwpoort' maakte deel uit van een uitzonderlijke expeditie, een veldtocht door Vlaanderen, die in juni 1600 met een landing op de Zeeuws-Vlaamse kust was begonnen. Het was een onovertroffen amfibische operatie waarmee zo'n 1300 schepen waren gemoeid. Doel was de inname van Duinkerken, om een einde te maken aan de kaapvaart vanuit deze havenstad. In opzet was de veldtocht dus een bezuinigingsmaatregel die moest leiden tot het besparen van kosten die gemoeid waren met de inzet van oorlogsschepen om de koopvaardij tegen kapers te beschermen. Maar Duinkerken werd nooit bereikt. Van meet af aan had de langgerekte legertrein zich in Vlaanderen voortbewogen als een kat in een vreemd pakhuis. Eind juli volgde de verlossing uit de benarde positie: een grootscheepse evacuatie bracht het leger terug in veilige Zeeuwse haven. Met de onderneming was weinig gewonnen, behalve dan de slag bij Nieuwpoort, die tegen deze achtergrond verbleekt tot een incident, een succesvol onderdeel van een verder mislukte militair-strategische operatie.

De negentiende-eeuwse historicus Robert Fruin leverde al een overtuigende taxatie van de betekenis van veldtocht en slag: De veldtocht kenmerkt zich, aldus Fruin, door een reeks fouten en `het roemrijke dat ten slotte de onderneming in de gedachtenis der menschen bewaard heeft, bestaat slechts in de voortreffelijke wijze, waarop die fouten, toen het erop aankwam, nog bij tijds hersteld zijn.' Zowel Verhoef als Dorsman is schatplichtig aan deze prettig beheerst geformuleerde zienswijze.

Rebellenstaat

Helaas doet Verhoef een wat onbeheerste poging om Fruins visie nog kracht bij te zetten. Zo schrijft hij met zijn stelling dat een `militaire nederlaag de ondergang van de rebellenstaat zou hebben betekend' een ongedekte cheque uit. Ook de pedante bewering dat Maurits ter voorkoming van de veldtocht `zijn machtswoord [had] moeten spreken en desnoods zijn functie van kapitein-generaal ter beschikking [had] moeten stellen door de opdracht te weigeren' is gratuit. Deze stellingname doet geen recht aan de staatkundige verhoudingen in de Republiek, die Maurits weinig bewegingsvrijheid liet. `Nieuwpoort' weerspiegelt de tegenstelling tussen politiek en leger, Staten en stadhouder, Van Oldenbarnevelt en Maurits. Maar Verhoefs analyse blijft steken in verontwaardiging over de `verwijtbaar grote zorgeloosheid', `onverantwoorde nalatigheid' en `uiterst laakbare houding' die hij aan de hoofdrolspelers toeschrijft. Het historisch inzicht in de besluitvorming voorafgaande aan de veldtocht (evenals trouwens het besluit om deze te beëindigen) is niet gebaat bij Verhoefs neiging het verleden de oren te wassen op de toon van een ambitieus Tweede-Kamerlid uit de oppositie.

Voor het overige is Nieuwpoort 1600 een nogal oppervlakkige veldtocht-kroniek waarvan de feitelijkheid zo nu en dan door oneigenlijk bronnengebruik te wensen over laat. Zo wordt een uiterst verdacht boek als Neêrlands heldendaden te lande (1845) klakkeloos geciteerd om de lezer wijs te maken dat Maurits enkele uren voor de slag `opgeruimd en blijgeestig in het voorkomen was'. Over een Maurits-anekdote van de hand van een andere negentiende-eeuwer, merkt Verhoef doodleuk op: `Hoewel [] Jacob van Lennep, hier hoogstwaarschijnlijk met de waarheid aan de haal is gegaan, geeft de anekdote aardig de stemming weer'. Zulke losse flodders ondergraven de overtuigingskracht van zijn studie.

Leen Dorsmans 1600, Slag bij Nieuwpoort (deel 10 in een serie `gedenkwaardige momenten en figuren uit de vaderlandse geschiedenis') is breder van opzet. Dorsman levert net als Verhoef het obligate lesje vaderlandse geschiedenis dat samen met een schets van Maurits' legerhervormingen, de veldslag van context moet voorzien. Maar daarnaast is er een bescheiden historiografisch exposé over het beeld van `Nieuwpoort' in de loop der tijden. De onuitputtelijke reputatie van de veldslag vormt voldoende aanleiding voor deze aanpak, maar Dorsmans uitwerking stelt nogal teleur. Vooral aan de eigentijdse propaganda, verzorgd door een keur aan geschiedschrijvers, dichters en kunstenaars, wordt onvoldoende aandacht besteed. Dat is jammer, want juist de juichende vloed van pamfletten en prenten, die kort na 1600 over heel Europa is uitgestort, heeft de veldslag voorzien van de roemrijke klank die tot in lengte van dagen heeft nagegalmd. Meer aandacht hiervoor was zinniger geweest dan het lapidaire overzicht van het dispuut over de Staatse legerhervormingen dat de laatste decennia is gevoerd onder krijgshistorici. Deze academische discussie laat zich moeilijk vatten in Dorsmans populaire aanpak. Zijn gemakzuchtige oordeel `dat het succes (van het Staatse leger) het gevolg is geweest van de combinatie van het optreden van Maurits en zijn neven en de specifieke context van de vroege Republiek der Verenigde Nederlanden' doet in ieder geval de finesses van deze geleerde discussie tekort.

Journaal

Wie inzicht wil in de Vlaamse veldtocht van dag tot dag doet er verstandig aan het journaal van Anthonis Duyck te lezen dat nu onder de titel De slag bij Nieuwpoort. Journaal van de tocht naar Vlaanderen in 1600 is verschenen. Duycks Journaal geldt als de belangrijkste bron voor onze kennis over `Nieuwpoort'. Daarom is het goed dat dit eigentijdse verslag door de vertaling naar hedendaags Nederlands nu voor iedereen toegankelijk is.

Anthonis Duyck nam in 1600 als advocaat-fiscaal van de Raad van State deel aan de veldtocht. Zijn relaas kwam deels heet van de naald tot stand, maar ook door nog naderhand informatie in te winnen. Op neutrale toon wordt verslag gedaan van de tocht. Wanneer Duyck de slag eenmaal laat beginnen, `met een angstaanjagend geluid zodat men niets anders hoorde dan schieten, roepen, trommelen en trompetten', dan valt in het vervolg het ontzagwekkende initiatief op dat uitging van Maurits, die te paard van hot naar her snelt om de verschillende legeronderdelen op het juiste moment de aanval te laten kiezen. Maar ook Duyck legt de vinger op de mankementen (de verkeerde prognose van de sterkte van de tegenstander, de gebrekkige verkenningen) en het andere verzuim waarmee de Republiek zichzelf in de vingers sneed.

Met dit drietal boeken is `Nieuwpoort' vooral herdacht als een geschiedenis van tekortkomingen. Dat laat onverlet dat de veldslag de Republiek toont in ongekend felle, contrasterende tinten – als een door jarenlange strijd geharde oorlogsmachine, die op de grenzen van haar vermogen stuitte, maar ook als een jonge staat waarvan de bestuurlijke onevenwichtigheid begon op te spelen. `Nieuwpoort' is een brandpunt van de strijdbaarheid en de kwetsbaarheid die de vroege geschiedenis van Nederland kenmerkten.

C.E.H.J Verhoef: Nieuwpoort 1600. De bekendste slag uit de Tachtigjarige Oorlog.

Aspect, 192 blz. ƒ39,95

Leen Dorsman: 1600, Slag bij Nieuwpoort.

Verloren, 88 blz. ƒ19,90

Anthonis Duyck: De slag bij Nieuwpoort. Journaal van de tocht naar Vlaanderen in 1600. Vertaald door Vibeke Roeper, met inleiding en annotatie van Wilfried Uitterhoeve. SUN, 103 blz. ƒ24,90

Vaderlandse geschiedenis