ABC

Een paar dagen geleden, door de radio gehoord: een berichtje, ingeklemd tussen nieuws over de heropening van het onderzoek in een oude moordzaak (kooltkees), een vers neergestoken hooligan, een stille tocht, de voetbaluitslagen en de filemeldingen: een miljoen Nederlanders kan niet of nauwelijks lezen en schrijven. En, zei de nieuwslezer erbij, dit zijn geen allochtonen maar autochtonen! Tja, wat moest je daarvan denken?

Ik herinnerde me een documentaire, meer dan tien jaar geleden gezien op Kanaal 13, een soort NPS in Amerika, over huisvrouwen die analfabeet waren. Ze konden goed autorijden, maar ze waagden zich niet buiten de stad omdat ze de wegwijzers niet konden lezen en verdwaalden. Op hun kookrepertoire hadden ze een gemiddelde van zeven variaties, bepaald door de plaatjes op de conserveblikken. Verder veel verse sla. Kwam er een nieuw product met veel tekst en weinig plaatje, dan bleef dat in de schappen staan. Ze schaamden zich voor hun tekort, spraken er dus met niemand over, en zo bleven ze analfabeet.

Ik schreef er een stukje over, en later nog een paar. In Nederland had Postbus 51 de strijd tegen het analfabetisme aangebonden. Dat was in 1991. De makers van het spotje gingen ervan uit dat we hier een miljoen min of meer analfabeten hadden. Dat werd weer betwijfeld. Analfabetisme hoort tot het soort misstanden waarover het nieuws de beweging van eb en vloed volgt. Een poos hoorde je er niets meer over. Was het tekort bedwongen? Het radioberichtje maakte me weer nieuwsgierig.

In het archief van deze krant vond ik een artikel van een jaar geleden, geschreven door Sheila Kamerman. Zo begint het: `Brrr.., brooohh...broodje!..huh...haaa...mmm...ham!..broodjeham!' Aan het woord is zekere Simon (40) die zo'n broodje heeft besteld. Broodje roompaté blijft onbereikbaar als hij het niet in de vitrine ziet. Ook hier de conclusie: in Nederland hebben we een miljoen analfabeten - veel meer dan er mensen in Amsterdam wonen - en 800.000 van die ongelukkigen zijn in Nederland geboren. Je zou, denk je, iedereen die nog eens van `ons poldermodel' rept, een openbaar pak rammel met een leesplank van Ligthart en Scheepstra moeten geven, om te beginnen.

`Scheefgroei in de democratie' heet de column van John Jansen van Galen in Het Parool van afgelopen dinsdag. Het gaat over `de burger', zijn zelfbewustzijn, mondigheid, betrokkenheid, enz. Het is een politieke beschouwing, in politiek idioom. In deze scheefgroei staan aan de ene kant de mensen die ervan overtuigd zijn dat ze zelf hun boontjes kunnen doppen, zonder tussenkomst van politiek en bestuur, en aan de andere kant de actieve deelnemers aan de politiek, vaak de `meer welgestelden' van Greenpeace, Amnesty, Natuurmonumenten, dergelijke verenigingen van `bewust betrokkenen' om het in politiek jargon te zeggen. Hun betrokkenheid hebben ze in de eerste plaats te danken aan hun bekwaamheid in het lezen en schrijven, en daarna ontdekten ze dat ze er plezier in hebben.

De scheefgroei die Jansen van Galen vaststelt, blijft niet tot de politiek beperkt. De politieke beschaving is een onderdeel van de hele beschaving. En voor ik verder ga, wil ik even zeggen dat dit stukje niet uitloopt op een gejammer over `ontlezing' en dergelijke verschijnselen. Er worden nog altijd ontzettend veel boeken verkocht, meer dan je zou verwachten in een land met een miljoen mensen die niet kunnen lezen.

Hier gaat het niet over de aantallen, maar de kwalitatieve inhoud, de variatie zoals van de bovengenoemde Amerikaanse huisvrouw. Als we een duurzaam heirleger van om en nabij een miljoen analfabeten hebben, waar blijkbaar geen Postbus 51, minister van onderwijs of poldertovenaar iets tegen weet te doen, ligt het dan niet voor de hand, dat we een analfabetenproletariaat aan het kweken zijn, dat in politiek opzicht zich wel weet te redden, en allerlei cultureel repertoire uit zijn hoofd kent, maar dat niets nieuws zal ontdekken als dat in onze 26 letters verschijnt? Geen proletariaat dat zich door zijn lompen laat herkennen, want ook zonder het ABC kun je het steeds verder schoppen in het p.model, maar een werkelijk onvoorstelbare massa mensen met het allergeringste aan abstracte kennis en vaardigheid in hun bovenkamer?

Als ik de Maatschappij der Letterkunde, de Nederlandse Dagblad Pers, de Nederlandse Vereniging van Tijdschrift Uitgevers, de Koninklijke Nederlandse Uitgevers Bond en de Nederlandse Vereniging van Journalisten was, zou ik eens een actiegroepje oprichten.