VN-rapport laveert tussen feiten en interpretatie

Vandaag verschijnt het jaarlijkse Human Development Report van de Verenigde Naties, een soort graadmeter voor de toestand van de wereld.

De wereld is weer onder de loep genomen en de conclusies, verzameld in het Human Development Report (HDR) van de Verenigde Naties, zijn getrokken. Zoals altijd liegen de feiten er niet om.

Ten minste honderd miljoen kinderen leven of werken op straat. In het laatste decennium van de 20ste eeuw zijn vijf miljoen mensen omgekomen in burgeroorlogen. Een op de drie vrouwen heeft blootgestaan aan geweld binnen een intieme relatie. Over de hele wereld zijn 500 miljoen handwapens in omloop. En vrouwen bezetten slechts 14 procent van de beschikbare parlementszetels in de wereld. Kortom, het is treurig gesteld met de wereld.

Er zijn ook positieve ontwikkelingen. Zo bestond er in 1900 nog nergens ter wereld algemeen kiesrecht en is het inmiddels bijna overal ingevoerd. Ook is het analfabetisme de laatste dertig jaar met bijna de helft afgenomen en is het aantal mensen dat voortgezet onderwijs heeft genoten verdubbeld. De afgelopen twintig jaar zijn er meer dan honderd meerpartijendemocratieën bij gekomen. Statistische indicatoren zijn een instrument bij de strijd voor de rechten van de mens, schrijft het rapport.

Maar zo gauw het op de interpretatie aankomt, blijken feiten niet altijd gewoon feiten te zijn. Zo zegt Richard Jolly, coördinator van het HDR, dat het prachtig is dat er zoveel meerpartijstaten bij zijn gekomen, maar dat het tijd wordt ,,om op dat fundament door te bouwen''. Democratie alleen is niet voldoende, zo blijkt. Want in veel landen neemt de gekozen meerderheid het niet zo nauw met de rechten van minderheden.

In de analyse worden de feiten onontkoombaar politiek. ,,Al zijn wij een organisatie van lidstaten'', zegt VN-secretaris-generaal Kofi Annan in een bijdrage, ,,de rechten en de idealen die de VN geacht worden te beschermen, zijn die van mensen en volken. Geen enkele regering heeft het recht zich achter haar nationale soevereiniteit te verschuilen om de rechten van de mens of fundamentele vrijheden van haar bevolking te schenden.''

De verschillen tussen arm en rijk zijn groter dan ooit. Ook dat weet het rapport aan de hand van sprekende feiten te illustreren: vorig jaar bezaten de 200 rijkste mensen ter wereld gezamenlijk meer dan duizend miljard dollar, de 582 miljoen inwoners in de 43 armste landen ter wereld kwamen bij elkaar niet verder dan 146 miljard dollar.

Het is de globalisering, meldt het HDR, die de verhoudingen alleen maar verder uit het lood dreigt te trekken. De betekenis van staten is flink uitgehold door de toenemende integratie van economieën, constateert het rapport. Maar bij de regelgeving die deze globalisering begeleidt wordt nauwelijks rekening gehouden met de rechten van de mens of met de gevolgen voor het milieu. Het rapport pleit ervoor dat zwakke en kleine landen meer invloed krijgen op de besluitvorming. Ook niet-gouvernementele organisaties zouden daarin een rol moeten krijgen die verder gaat dan protesteren tegen kennelijk niet te stuiten ontwikkelingen.

Hier lijkt het HDR ook zichzelf moed in te spreken. Want wat gebeurt er met dit rapport nadat de lezer heeft gezien op welke plaats het eigen land staat op de `Human Development Index' (Nederland staat achtste op de lijst, die wordt aangevoerd door Canada en – zoals altijd – wordt afgesloten door Sierra Leone)? Wellicht verdwijnt het op de grote stapel, bovenop het Wereld Rampen Rapport van het Rode Kruis (150 miljoen doden sinds de Tweede Wereldoorlog door aids, tuberculose en malaria; tegenover 23 miljoen doden door oorlogen), dat gisteren verscheen.