Toestaan van toelevering wiet aan coffeeshops is heilloze weg

De Tweede Kamer wil gereguleerde levering van nederwiet aan coffeeshops toestaan. Het is echter zeer de vraag of dit de hypocrisie van het gedoogbeleid opheft en de illegale teelt de nek omdraait. Zolang er nog zoveel open vragen zijn rond de soft drugs-problematiek, is er geen plaats voor experimenten, meent Paul Scholten.

Nu de de Tweede Kamer met een nipte meerderheid heeft uitgesproken de toelevering van nederwiet aan coffeeshops te willen toestaan, is het goed de feiten op een rij te zetten. Hoe zit het ook al weer? Toegestaan is een voorraad voor coffeeshops van maximaal 500 gram, terwijl maar vijf gram per persoon als zogenaamde `gebruikershoeveelheid' mag worden verkocht en men hier dus mee over straat mag gaan. Bevoorrading van coffeeshops zou op die vijf gram na, dus eigenlijk niet mogen.

De achterdeur staat echter op een kier, zodat bevoorrading tot 500 gram bij de politie geen problemen oplevert. De hele zaak heeft bij de politie al jarenlang niet veel prioriteit. Iedereen weet dat deze opzet hypocriet is. Binnen de smalle marges van internationale verdragen waaraan regering en parlement ons land hebben gebonden, bleek indertijd dat deze opzet in de Tweede Kamer het enige haalbare was.

Huisteelt en de daarmee verbonden handel in softdrugs zijn zeer lucratief. Er is sprake van 50.000 tot 100.000 gulden netto opbrengst per jaar – uiteraard zonder de vereiste belastingafdracht – bij een oppervlakte van een ruime kelder samen met een behoorlijke zolder van een normaal woonhuis. Deze illegale wietplantages in woonhuizen schieten als paddestoelen uit de grond. Grote hoeveelheden elektriciteit worden, ten koste van ons allen, bijna altijd illegaal afgetapt en de stank van de wietplanten wordt professioneel weggefilterd, zodat van buiten niet veel merkbaar is. Opsporing is dus moeilijk en heeft overigens nooit echt de aandacht van justitie gehad, een enkele grote vis daargelaten. `Over softdrugs doen we niet moeilijk', is meestal het adagium.

Voorstanders van regulering willen, als een volgende stap op weg naar legalisering, dat er in elke stad (of dorp?) een of meer wietplantages worden toegestaan onder strenge voorwaarden. Coffeeshops zouden daarbij verplicht zijn van geautoriseerde plantages af te nemen. Wordt door de geopperde regulering de hypocriete situatie opgeheven? Verdwijnen zo illegale plantages? Wordt de volksgezondheid dan beter gewaarborgd?

De feiten zijn als volgt:

Circa de helft van de softdrugs, die in coffeeshops wordt verkocht, komt uit het buitenland (Marokko, Libanon). Dit kan door de voorgestane regulering niet goed worden geblokkeerd. De vraag naar die soorten zal blijven bestaan. Een verbod van buitenlandse softdrugs in coffeeshops is niet realistisch.

Het aantal illegale wietplantages in Nederland is waarschijnlijk enorm. Recente politie- en justitie-acties maken dat duidelijk. De winsten die hiermee door `onschuldige' thuisplanters worden behaald, zijn zeer groot. Als in één politie-actie in één straat op één ochtend dertig wietplantages worden opgerold, geeft dat zeer te denken. De politie vermoedt er alleen al in Arnhem vele honderden. In ons gehele land loopt dit dus in de duizenden, zo niet meer. Dit betekent, dat er veel meer wiet op de markt komt dan in de coffeeshops nodig is, laat staan aanwezig mag zijn. Geschat wordt dat meer dan vijftig procent in de export terecht komt. Vermoed wordt bovendien dat een deel van de coffeeshops als dekmantel en witwasmogelijkheid voor de in de export behaalde criminele winsten dient.

Het is geen uitzondering meer dat op basisscholen leerlingen (dus van elf en twaalf jaar) met hasj en wiet experimenteren. Het is ook geen incident meer dat daadwerkelijk door politie of GGD aan hen hulp verleend moet worden. Ook dat is een niet te onderschatten nieuw element. Met name in politiekring gaan er de laatste tijd steeds meer stemmen op om opsporing en vervolging aangaande soft drugs te intensiveren, vanwege de steeds groter wordende criminaliteit die ermee gepaard gaat en de zorgelijke gezondheidsaspecten voor jeugdigen.

In een gereguleerde situatie zal de prijs van `legale' wiet hoger zijn dan soortgelijke illegale wiet, omdat bijvoorbeeld dan wel elektriciteitskosten en belasting moeten worden betaald. Men zal dus waarschijnlijk illegaal blijven doorgaan met produceren om vervolgens te kunnen afzetten bij coffeeshops of andere verkooppunten, maar ook op of bij scholen, disco's of via internet. Tel uit je winst.

De geopperde regulering zal speciale controle op geautoriseerde wietplantages nodig maken. Dit kost veel extra geld. Doorberekening in leges zal illegaal aanbod weer doen toenemen vanwege een veel te hoge kostprijs. Dus terug bij af. Volksgezondheidsautoriteiten zullen systematisch de kwaliteit moeten testen. Over het stijgende THC-gehalte van Nederlandse wiet, de werkzame stof, is overigens ook nog niet het laatste woord gezegd. In hulpverlenings- en politiekring wordt vermoed dat dit gehalte veel hoger ligt dan officieel wordt erkend. Als onverhoopt bewezen wordt dat dat zo is, en softdrugs steeds meer harddrugs blijken te zijn, is dat voor onze gescheiden aanpak van soft- en harddrugs de doodsteek. Met het `grote gedogen' kan het dan wel eens afgelopen moeten zijn.

Het is dus al met al de vraag of je met een ogenschijnlijk gesloten reguleringssysteem de hypocrisie opheft en de illegale teelt de nek omdraait. De gemeenten hebben maar beperkte mogelijkheden. Justitie zal de groothandel krachtig moeten aanpakken, ook al omdat deze in handen is van de georganiseerde criminaliteit. De illegale plantages verdienen een veel systematischer politie-aanpak.

Aan een op het oog eenvoudige regulering van het softdrugsaanbod, zoals de Kamermeerderheid wil, zitten dus nog vele onderbelichte kanten. Het lijkt me verstandig dit eerst nog maar eens goed onder ogen te zien. Voor een experiment is er in ieder geval geen plaats zolang er nog zoveel vragen zijn.

Paul Scholten is burgemeester van Arnhem en lid van de VVD.