Schijnbewegingen van nijvere mieren

,,Rijkaard is eigenlijk een taoïst', peinsde een voormalige politicus deze week in een nabeschouwing op Nederland-Joegoslavië. Zijn entourage, bestaande uit journalisten en `kenners', knikte begrijpend, de diepere betekenis hoefde niet te worden toegelicht. Rijkaard is een taoïst, Van Basten een heilige en Cruijff een filosoof uit de school Baudrillard – daar is iedereen het zo langzamerhand over eens.

Het tafereeltje bevestigde weer eens dat het meest komische element van de huidige voetbalgekte de `voetbalintellectueel' is. Deze beter opgeleide liefhebber zit tijdens dit EK met een probleem: hij deelt het enthousiasme over de prestaties van het nationale elftal, maar om nou met een oranje schoorsteen op zijn hoofd door de stad te gaan paraderen gaat hem toch wat ver. Om zijn instincten toch te kanaliseren gaat de denker spel, tactiek en entourage (met dank aan Cruijff) daarom maar interpreteren, alsof een voetbalwedstrijd een kunstwerk is. Dat is helaas een vergissing. Over voetbal valt een hoop te zeggen, over techniek, tactiek en emotie, maar inhoudelijke bedoelingen – zoals, ik noem waar wat, de Divina Comedia, de Guernica of Blauwe maandagen – heeft voetbal niet. Voetbal is strijd en voetballers zelf weten dat als geen ander, die beginnen altijd verlegen te grinniken als ze met een voetbalintellectueel geconfronteerd worden.

De moeizame relatie tussen kunst en voetbal maakt dat de niet-gelovige toeschouwer wat sceptisch aan de tentoonstelling Ieder z'n voetbal in de Kunsthal begint. Er is een vage angst voor een overdaad aan heldenschilderijen, die de voetballer overlaadt met dezelfde heroïek als de arbeider in de communistische kunst van de jaren vijftig. Of zal er een groot aantal varianten op `Rijkaard is een taoïst' te zien zijn? Cruijff als balletdanser, Van Basten als de heilige Sebastiaan, het voetbalstadion als Romeinse arena waar conflicten en complotten worden uitgevochten?

Maar dat valt mee. Als Ieder z'n voetbal al een probleem heeft, dan is het dat de samenstellers niet hebben durven kiezen. Alles hangt door elkaar, van de Patty Harpenau-achtige kleurplaatjes van Christine van den Horn tot de conceptuele voetbal-video van Uri Tzaig waarin twee teams maar één doel tot hun beschikking hebben – enige consistentie in het niveau ontbreekt. Ieder z'n voetbal is daarmee een klassiek geval van een thema-tentoonstelling: als er maar een voetballer of een voetbal op staat mag het de Kunsthal in. Zo hangen er diverse schilderijen van mannen op een rij, klaar voor de elftalfoto; diverse `scènes uit wedstrijden' (waaronder een mooie, dromerige van Pyke Koch) en veel portretten. Sommige ontstijgen het niveau van huisvlijt nauwelijks, de meeste zijn voornamelijk curieus. Het portret dat Andy Warhol van de Duitse keeper Toni Schumacher maakte bijvoorbeeld (hoe hebben die elkaar ooit gevonden?) of twee zeefdrukken van Marlene Dumas die Johan Cruijff verbeelden. Mooi zijn ze niet echt, het wekt vooral verbazing om het overbekende hoofd van Cruijff vanuit de schemerige wereld van Dumas te zien opdoemen.

Voor de beste werken op Ieder z'n voetbal, zo blijkt al snel, is voetbal niet meer dan een opstapje om de toeschouwer iets anders te laten zien. Erg mooi is bijvoorbeeld het `portret' dat Guido Vlottes maakte van Andres Escobar, de Colombiaanse voetballer die werd vermoord omdat hij op het WK van 1994 in eigen doel had geschoten. Vlottes tekent de voetballer op zijn doodsbaar, zo, dat we tegen de zolen van zijn voetbalschoenen aankijken. Het laken over hem heen is wit, de achtergrond duister als de nacht – de voetballer als misdadiger en slachtoffer tegelijk, wachtend op het moment dat Rembrandts Nicolaas Tulp aan zijn baar verschijnt om hem te ontleden.

Zeker zo goed is het werk van Raymond Cuijpers. Cuijpers (1973) was ooit bijna profvoetballer bij Roda JC, wat werd verhinderd door een knieblessure. Hij ging naar de kunstacademie, en maakt sindsdien kunst over voetbal, alleen over voetbal. Zo bouwt hij maquettes van imaginaire voetbalstadions (waaronder een met alleen maar ereloges – een stadion dat bijna fascistoïde aandoet), en maakt hij collages waarin hij de (onlosmakelijk verbonden) werelden van reclame en voetbal tegen elkaar uitspeelt. Het mooiste zijn echter de tekeningen waarin Cuijpers de loop- of schietbewegingen van voetballers tijdens een wedstrijd vastlegt. Het lijken tekeningen van een bioloog die de bewegingen van een paar nijvere mieren heeft gevolgd, onzinnig in hun krabbelige abstractie, maar dan besef je dat dit werk de daden betreft van miljoenenhelden als Ronaldo, Figo of Beckham – zelden zal de essentie van hun werk zo simpel zijn geëxposeerd. Daarmee is het werk van Cuijpers het beste bewijs dat kunst over voetbal niet alleen over heroïek of loos intellectualisme hoeft te gaan. Soms kan voetbal wel degelijk tot kunst leiden.

Tentoonstelling: Ieder z'n voetbal. Kunsthal, Westzeedijk 341 Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. T/m 20 augustus. Catalogus: Uitg. Waanders, 160 blz., prijs ƒ49.50.

Inf. www.kunsthal.nl