Madonna

In een reeks profielen van hedendaagse filmsterren deze week zangeres, danseres, moeder, zakenvrouw en boegbeeld van het postmodernisme Madonna, die nu in `The Next Best Thing' een `fag hag' speelt.

Madonna kan niet zingen; Madonna kan niet acteren. Het is moeilijk te zeggen welk van deze twee vooroordelen de afgelopen 17 jaar het vaakst te horen is geweest. Het succes van Madonna Louise Veronica Ciccone, die honderd miljoen platen verkocht en bijna twintig films maakte, heeft altijd scheve ogen veroorzaakt. Toegegeven, ze is geen Aretha Franklin, maar op de soundtrack van Evita (1996) en haar voorlaatste cd Ray Of Light heeft ze bewezen dat ze meer is dan `Minnie Mouse on helium', zoals een Amerikaanse krant haar aan het begin van haar carrière omschreef. En nee, ze is geen Hepburn, maar spelen kán ze, of het nu is in films als Desperately Seeking Susan (Susan Seidelman, 1985) en A League of Their Own (Penny Marshall, 1992), of in een van haar vele verbluffende videoclips.

Een carrière in de popmuziek was een logische keuze voor iemand die geboren werd in Motown, op de 20ste sterfdag van Robert Johnson (16 augustus 1958) en precies 19 jaar vóór het overlijden van Elvis Presley. Maar vanaf haar debuut als solozangeres, in 1983, heeft Madonna zich gespecialiseerd in theater. Bij iedere nieuwe muziekstijl die ze omhelsde, mat ze zich een ander imago aan. Ze veranderde van discotroel in Monroe-achtige Material Girl, van katholieke beeldenstormster in feministische Walküre (met Gaultier-bh), en van platinablonde seksapostel in hennarode technohippie. Haar kameleontische gedrag en het succes van haar cd's maakten haar niet alleen tot een superster, maar ook – onder professoren – tot een boegbeeld van het postmodernisme.

Naast een carrière als zangeres, danseres, moeder en zakenvrouw (ze bestiert haar eigen amusementsimperium Maverick) heeft Madonna altijd willen schitteren als filmactrice. Dat ging met vallen en opstaan. Beroemde regisseurs wilden graag werken met het gezicht van de jaren tachtig en negentig, maar wisten vaak niet wat ze met haar aanmoesten. Toch waren zelfs legendarische flops als Shanghai Surprise (1986, tegenover haar toenmalige echtgenoot Sean Penn) en Snake Eyes (1993) niet genoeg om Maddie's aspiraties de das om te doen. We vergeven haar veel, Onze Lieve Vrouwe van het Witte Doek, omdat ze zo mooi een hippe meid uit swingend New York kan spelen (Desperately Seeking Susan) of een danseres met blonde ambitie (Evita, 1996).

Madonna lijkt op haar best in de filmrollen die het dichtst bij haar eigen leven en persoonlijkheid staan. In Alex Keshishians quasi-documentaire In Bed with Madonna (1991) parodieerde ze subliem haar eigen sterrenstatus; in Dick Tracy (1990, van en met haar toenmalige minnaar Warren Beatty) speelt ze een stripfiguur; en in het recente The Next Best Thing begint ze als de homomoederkloek (`fag hag' zeggen de Amerikanen) die ze als een soort Liz Taylor ook echt wil zijn. Gegeven de ijzeren regelmaat waarmee La Ciccone in het dagelijks leven van gedaante wisselt, kan ze in Hollywood nog jaren mee.