De schoonheid van een pelgrimsroute

Ze zijn er vast nog wel, pelgrims die de weg naar Rome, Jeruzalem of Santiago de Compostela te voet afleggen om boete te doen en uit zuiver religieuze overwegingen de heilige plaatsen te bezoeken. Maar moderne pelgrims gaan ook vaak met andere motieven op pad. Op zijn best speelt geestelijke bezinning nog een rol, maar vaak gaat het louter om nieuwsgierigheid of de prestatie van een lange wandel- of fietstocht. Ongelijk kun je deze cultuurhistorische toeristen niet geven: de Romaanse kerken met hun schitterende decoraties die in Frankrijk en Noord-Spanje langs de weg naar Santiago zijn opgetrokken, schreeuwen om het maken van een tocht met een gids onder de arm en het fototoestel in de aanslag.

Minder bekend dan die route is de traditionele pelgrimsweg naar Rome die start in het Lombardische Pavia, de Apennijnen doorkruist en dwars door Toscane en Umbrië voert. Ook deze `Via Francigena' is in de hoogtijdagen van de Rome-pelgrimage, de tiende tot de dertiende eeuw, gelardeerd met kerken, abdijen en heiligdommen. De machtige Romaanse bouwstijl is op veel plaatsen verluchtigd met reliëfs en beelden van een verbluffende inventiviteit. Ze zitten allemaal vast aan de gebouwen, en wie zich dat tijdig realiseert voorkomt een teleurstelling als hij de tentoonstelling `De weg der wonderen' bezoekt. Geen van de, niet of nauwelijks verplaatsbare originelen uit Italië is daar te zien. Mooie, vaak groot opgeblazen zwart-wit foto's geven een beeld van de monumenten, en vooral van de onverwachte bijzonderheden die een nieuwsgierige reiziger daar aantreft.

Zo'n reiziger is de dichter Rein Bloem, die de tentoonstelling heeft samengesteld naar aanleiding van een boek dat hij over de Via Francigena schreef. Niet bijster geïnteresseerd in de precieze historische en kunsthistorische achtergronden, laat hij zich leiden door een onbevangen oog en een hoofd vol associaties met voorstellingen, proza en poëzie. Dat levert een ongewone presentatie op, waarin niet zozeer de feiten of bijvoorbeeld de oorspronkelijke functie van de werken in de bedevaart centraal staan, maar veeleer de persoonlijke interpretatie van de samensteller, die vooral tuk is op afwijkingen van de norm. De kerk van San Donnino in Fidenza bijvoorbeeld, waaraan de twaalfde-eeuwse beeldhouwer Benedetto Antelami met zijn atelier prachtige sculpturen heeft gemaakt, en waar speelse details op eigen houtje door een leerling zouden zijn toegevoegd. Of de kerk van Pieve di Brancoli, waar een angstaanjagend beeld staat van een leeuw die een ridder aan stukken scheurt. Op de tentoonstelling staat de levensgrote foto van dat tafereel in een apart kamertje waar je op nog een extra verrassing wordt getrakteerd die vooral aantrekkelijk zal zijn voor kinderen, aan wie ook elders in de expositie is gedacht met kijkdoosachtige doorkijkjes op kinderooghoogte.

Maar eenvoudig te bevatten is lang niet alles. In een plantenbak met varens zijn bordjes gestoken met teksten als `Waande zich een Romeins keizer, ongezond en zelfkastijder. Een asceet en hij had geen baard'. Je moet maar net weten dat hier wordt verwezen naar keizer Otto III, van wiens nu ruïneuze slot in Castel Paterno, de laatste etappe voor de pelgrim Rome bereikt, een foto aan de wand is geprojecteerd. Het bijbehorende boek verduidelijkt het een en ander, maar slaat over wat de auteur niet interesseert en wijdt uit over wat hem persoonlijk treft. Het soms raadselachtige geheel van voorstellingen en teksten enthousiasmeert ontegenzeggelijk en noodt er vooral toe zelf de tocht te gaan maken, met naast Rein Bloems boek een goede historische gids in de tas.

Tentoonstelling: De weg der wonderen; pelgrims tussen Pavia en Rome. Museum Catharijneconvent (Lange Nieuwstraat 38/ Nieuwegracht 63, Utrecht). T/m 8/10.

Publicatie door Rein Bloem met foto's van Johanna Speltie, Uitg. Valkhof Pers, 128 blz.,

prijs ƒ29,90