Ik kan... alles

Als je in Zwitserland wilt lachen, moet je de Berner Zeitung nemen. Dan ben je dagelijks verzekerd van een Leserwitz.

,,Zo chauffeur, deze vrachtwagen is veel te zwaar beladen; ik zal uw rijbewijs in beslag moeten nemen.'' ,,Maar agent, dat dingt weegt bijna niks.''

Die is dan ingezonden door iemand uit Niederbipp of zo. Misschien krijgt hij er een boekenbon voor.

Maar je kunt ook gewoon naar het bos aan de voet van de Wetterhorn. Warm vandaag. Van verschillende kanten komen hier frisse beekjes samen en Jan en Rian storten zich met een welhaast orangistische ijver op het waterbeheer. De hond volgt hen op de voet. Zo oud als Methusalem, maar in kwesties van waterbeheer rekent hij zich nog steeds tot de jeugd. Kijkt wat ze doen. Steekt zijn neus in hun zaken. Haalt overhoop wat zij hebben opgebouwd.

Na verloop van tijd wordt een gevelde boomstam aangetroffen, die heel goed als evenwichtsbalk kan worden gebruikt. Dan blijkt opeens ook Iris zich tot de jeugd te rekenen. In feite blijf ikzelf, met een sigaartje tegen een voorgevormd rotsblok geleund, als enige volwassene over.

,,Koos Koos,'' ketst het plotseling bloedstollend door het bos. ,,Een vrouwenschoentje!''

Jaren en jaren heeft ze daar naar uitgekeken. Nu springt ze van die balk en daar staat het, twee stuks zelfs, twéé van deze exorbitant bloeiende orchideeën. We feliciteren de gelukkige vindster. We maken ons vrolijk over het toeval. Jan gaat zijn camera halen.

Als dat allemaal achter de rug is, hervatten de kinderen hun oefeningen op de boomstam. ,,Was het jou nou al gelukt?'' vraagt Jan. En als Rian daar bevestigend op reageert: ,,Daar heb ik anders niks van gezien.''

,,Omdat je niet keek,'' zegt zij fijntjes. ,,Als er niemand kijkt kan ik alles.''

Als er niemand kijkt kan ik alles — dit zinnetje nestelt zich in mijn hoofd en verandert daar langzaam in de titel van een bundel met vlekkeloze verhaaltjes uit het leven van mens en dier, de wereld van hoop en verlangen.