AVONTURIER IS BIJ ORANJE EVEN THUIS

Wereldburger Ruud Krol (51) is neergestreken in zijn vaderland en hoopt op eigen bodem met het Nederlands elftal Europees kampioen te worden. Als assistent van bondscoach Frank Rijkaard maakt hij zo ook van dichtbij mee dat zijn twintig jaar oude interlandrecord wordt geëvenaard en wellicht verbeterd door Aron Winter.

,,Ik zeg je eerlijk, ik ben een avonturier. Ik denk nog geen moment aan de dagen na het EK. Ik weet dan ook niet wat ik ga doen nu ik sinds kort in het bezit ben van het trainersdiploma. Ik heb nog wel wat landjes op mijn verlanglijst staan waar ik graag zou willen werken. Japan bijvoorbeeld. Maar ik zou vooral ergens in Zuid-Amerika aan de slag willen.'

Hij maakte al heel wat omzwervingen. Als speler (na Ajax) bij de Vancouver Whitecaps, Napoli en Cannes. Als trainer bij KV Mechelen en Servette; in Egypte en Aboe Dhabi. Hij woonde in Londen en Parijs. Wie veel reist heeft wat te zeggen. Het kleurrijkst kan Krol vertellen over de periode dat hij werkzaam was in Egypte. Eerst als trainer/coach van het olympisch elftal, later van het A-team en tenslotte van de nationale topclub Zamalek. ,,Ik zou anderhalf jaar naar Egypte gaan. Uiteindelijk ben ik er vier jaar langer blijven hangen. Het was daar leuk werken met die klanten. Egyptische voetballers zijn leergierig. Er stonden wat andere praktische problemen tegenover. Er lopen daar ontzettend veel goede voetballers rond. Maar de Egyptische voetbalbond heeft slechts 400.000 tot 500.000 aangesloten leden op een bevolking van 60 miljoen inwoners. De accommodaties van de omniverenigingen moeten opgebracht worden door de leden. Die betalen ieder zo'n tienduizend gulden contributie per jaar. En dan nog is er in Cairo, een stad met 15 miljoen inwoners, bijna geen goed trainingsveld te vinden. Aangezien ik in Egypte door mijn werk als trainer populair ben geworden, werd ik soms gevraagd op straat mee te voetballen. Dan kwam ik terug op de club en zei ik: `Ik heb nu een voetballertje gezien, kan hij geen lid worden?' Dat bleek dan onmogelijk want dat kon zijn familie niet betalen.'

Met het A-elftal van Egypte werd Krol in 1996 in de kwartfinales van de Afrika Cup uitgeschakeld door Zambia. De eliminatie was onvermijdelijk. ,,Ik leefde daar in een moslimwereld. Dat toernooi viel precies in de ramadan. Ik kan me goed verplaatsen in andere culturen. Om het nog beter aan te voelen deed ik mee aan de ramadan. Geen eten en drinken meer na zonsopgang. Als je dan 's avonds een wedstrijd moet spelen heb je niet voldoende energie meer. Je hele bioritme raakt in de war. Die cultuur daar had toch zijn charme. Egyptenaren zijn nachtmensen. Mede door de warmte. Het liefst liggen ze tot twaalf uur op bed om dan op te staan voor een kopje thee. Bij jongere spelers kon ik dat er wel uitkrijgen, bij oudere voetballers was het een groter probleem.'

Na een mislukt avontuur bij KV Mechelen in '89/'90, toen hij moest opboksen tegen de geest van Aad de Mos die daar nog steeds rondwaarde, raakte Krol in West-Europa uit beeld als trainer. Mede ook omdat hij niet over de vereiste papieren beschikte. Toch voelt hij zich niet miskend. ,,Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan. Ik heb heus wel succesjes geboekt. Al zijn die niet bij iedereen bekend. In Egypte selecteerde ik voor het olympisch team spelers die bij hun club niet bij de beste achttien voorkwamen. Negen van die spelers voetballen nu in het buitenland. In al die jaren dat ik in Egypte (tot 1999, red.) werkte, kon ik niet de verkorte trainerscursus volgen in Zeist. Dat was wel een nadeel.'

Als onderdeel van de cursus Coach Betaald Voetbal liep Krol dit jaar stage bij de jeugdopleiding van Ajax. Daar was hij even terug op het oude nest. Na deze ervaring deelt Krol de kritiek die Cruijff bij voortduring ventileert over de kweekvijver. ,,Ajax maakt de grote fout dat elk elftal kampioen moet worden. Terwijl het uitgangspunt moet zijn: spelers opleiden voor het eerste team. Verder vind ik het niet terecht dat Ajax veel voetballertjes in de leeftijdscategorie van zestien, zeventien jaar uit het buitenland haalt en ze ook nog een streepje voor geeft. Dat demotiveert spelertjes die er al langer voetballen. In de jongste jeugd van Ajax lopen momenteel weer veel talenten rond. Ze hebben echter een voorbeeld nodig van een voetballer die doorbreekt en de top haalt.'

In dat verband valt de naam van Clarence Seedorf, speler van Internazionale en tijdens het EK door bondscoach Rijkaard op een zijspoor gerangeerd. ,,Clarence is te vroeg weggegaan bij Ajax. Hij heeft de opleiding niet afgemaakt. Het zou verstandiger zijn geweest als hij nog twee jaar langer bij Ajax was gebleven. Dat zijn keuzes die je maakt in het leven. Ik weet wel dat die trein, een mooie club in het buitenland, niet elke dag voorbij komt. Seedorf is al te jong een ster geworden. Een iets oudere speler gaat met het stardom beter om.'

Op sportpark De Toekomst ontdekte Krol ook dat jeugdspelers te veel voor dezelfde positie worden opgeleid. Het ontwikkelen van veelzijdigheid krijgt te weinig aandacht. ,,Ik ben in de jeugd van Ajax begonnen als libero. In deze rol zou ik in het A-elftal ook eindigen. Maar ik heb ook op het middenveld en op de beide backposities gespeeld. Zo werd ik klaargestoomd voor het eerste team. Onder Michels speelde ik soms de eerste helft linksback en de tweede op rechts als Suurbier een tegenstander had die hem niet lag.

,,Ik was een linksback zonder linkerbeen. Op dinsdag en donderdag liet Michels me 's ochtends een half uurtje eerder komen. Dan zette hij drie kleine doeltjes neer en daar moest ik dan met mijn linkerbeen op schieten. Simpele oefeningen die later hun vruchten afwierpen. Aanvankelijk kreeg ik op mijn klote omdat ik geen voorzet met links kon geven. Toen dat eenmaal wel lukte en ik eens een goal maakte uit een afstandsschot met links groeide het vertrouwen. Al boek je maar twintig of dertig procent meer progressie, dan heb je al een hoop gewonnen.'

Het bekende ,,ja, gotteeeh' klinkt nauwelijks meer uit zijn mond. Aan sokken heeft hij nog steeds een hekel. Krol was een sierlijke vrije verdediger. Een verbeterde uitgave van Matthäus. Ze lijken op het EK te behoren tot een uitstervend ras. Zelfs het Nederlands elftal opereert met vier verdedigers op lijn. ,,Het inschuiven door een verdediger naar het middenveld wordt steeds vaker anders opgelost. In Oranje zou Frank de Boer libero kunnen spelen, maar dat geldt voor meerdere spelers. De technische staf kijkt wedstrijd voor wedstrijd naar de mogelijkheden die er zijn. Vaak aan de hand van videobeelden en een toelichting van onze scout Tonnie Bruins Slot. Dan discussiëren we over de tactiek. De bondscoach vraagt onze mening, maar uiteindelijk beslist hij. Al wordt er steeds heel open met elkaar gesproken.'

In Rijkaard ontmoette Krol een moderne coach van een andere generatie. ,,Iedere bondscoach moet zijn eigen stijl hebben. Die kan wijzigen. Michels was in 1974 al heel anders dan toen hij voor het eerst aan de slag ging bij Ajax. In zijn beginjaren als trainer was hij hautain en autoritair. Op het WK van '74 vond ik dat al minder en toen hij in '76 weer terugkeerde bij Ajax kwam hij op mij nog meer ontspannen over. Trainers als Michels en Happel moesten van semi-professionals echte beroepsvoetballers maken. Daarom hielden ze de touwtjes kort. Voor het eerst moesten topvoetballers op tijd eten en trainen. Ook in de wedstrijd stond de discipline hoog in het vaandel bij het uitvoeren van de taken. De huidige generatie weet niet beter.'

In zijn bagage heeft Krol een schat aan voetbalervaring waaruit Rijkaard kan putten. Als voetballer won de Amsterdammer twee keer de Europa Cup I, twee Super Cups, een wereldbeker en zes landstitels. In het Oranjeshirt speelde hij twee finales om de wereldtitel. Krol is bondsridder en ridder in de orde van Oranje Nassau. Omkijken naar het rijke verleden doet hij niet graag. ,,Nees (Johan Neeskens, ook assistent, red.) en ik praten incidenteel over vroeger. Ik kijk het liefst alleen naar de dag van vandaag en morgen. Het is onzinnig om het voetbal van nu en toen met elkaar te vergelijken. Er is te veel veranderd. Ten goede? Zo'n EK als nu wordt tweehonderd procent beter georganiseerd dan in onze tijd. Er zijn ook veel meer teams bij betrokken. Het voetbal met landenteams is meer onder de mensen gekomen. Die evolutie begon eigenlijk op het WK van 1974. Toen zagen we voor het eerst twintigduizend Nederlanders op de tribune bij een eindtoernooi. Nu zitten er veertig, vijftigduizend. Dat is natuurlijk uniek. Dit zal Nederland heel lang niet meer meemaken. Laten we dat niet vergeten.'

Op het groene laken bespeurt Krol ook ontwikkelingen die hem minder bevallen. ,,Het voetbal richt zich steeds meer op het collectief. Ik zie te weinig artiesten, te weinig balvirtuozen. Ik kan met plezier naar een voetballer als Hagi kijken. Ook al is de man 35. Hij is een voetballer die voor een beslissende actie kan zorgen. Dergelijke spelers kunnen eens een dag minder goed zijn. Maar een voetballer is een mens en dus onderhevig aan stemmingen. Hij is geen auto die altijd draait als je hem maar goed onderhoudt.'

Het voetbal is onder invloed van de commercie en televisie uitgegroeid tot een kolossaal circus. Krol wordt er tijdens het EK nadrukkelijk mee geconfronteerd. Voor grappen en grollen lijkt nauwelijks plaats in de hectische, zakelijke sfeer. In '74 waren Krol en Suurbier bijna dagelijks op het scherm met de act Schnabbel en Babbel. ,,De belangstelling van de media is natuurlijk enorm gegroeid. Toen was het niet eens noodzakelijk om een persconferentie te organiseren. Toch is de humor niet verloren gegaan. Wij zitten de hele dag boven op de spelersgroep. Ik kan je verzekeren dat er nog genoeg gangmakers rondlopen. Maar inderdaad, het voetbal is zakelijker geworden dus de spelers ook.'

Na het EK heeft Krol weer meer tijd voor zijn hobby. Hij is een liefhebber van het surrealisme. De gracieuze voetballer van weleer raakte geboeid door de schoonheid van de schilderkunst. ,,Ik houd van mooie dingen. Af en toe koop ik wat als het betaalbaar is. Daarom schreven journalisten dat ik in kunst heb gehandeld. Klopt niets van. Ik houd van schilders als Dalí, Parks, Wunderlich en Brundi. De Cobra-groep spreekt me, behalve de kleuren, niet aan.'

Hij moet opstappen om niet tegen een boete aan te lopen. Wie te laat arriveert in de eetzaal kan een bedrag storten in een geldpot die naar een goed doel gaat. Onderdeel van de groepsdiscipline. Snel reageert Krol nog op zijn interlandrecord dat woensdag door Aron Winter is geëvenaard. Hij kan er niet mee zitten. ,,Records zijn er om gebroken te worden. Het heeft twintig jaar stand gehouden. Nu moet een andere speler het overnemen. Ik weet zeker dat mijn interlandrecord op dit toernooi gaat sneuvelen. Dan zal ik Aron als eerste feliciteren. Hij heeft het met veel invalbeurten bereikt, maar verbreken is verbreken. Maar misschien ga ik wel op Arons rug zitten als hij speelt. Dan heb ik ook 84 interlands.'