Dover - en daarna

DE GRUWELIJKE VONDST van achtenvijftig dode verstekelingen in de koelruimte van een truck in Dover heeft de Europese Top in Portugal met de neus gedrukt op het probleem van de georganiseerde mensensmokkel. Het is zoals een woordvoerder van de Britse politie opmerkte: een tragedie van een dergelijke omvang geschiedt niet spontaan. Daar moet wel geld achter zitten en planning en coördinatie.

Mensensmokkel geldt als een groei-industrie die zelfs de internationale handel in illegale drugs en wapens naar de kroon steekt. Deskundigen in binnen- en buitenland schatten dat de prijs per verstekeling kan oplopen tot 50.000 gulden. Dat bedrag pleegt veelal ook nog goeddeels bij vooruitbetaling te moeten worden voldaan. Dat gaat er bij drugs en wapens wel eens minder makkelijk aan toe.

De tragedie van Dover is slechts het topje van een ijsberg. Aan de zuidgrens van Europa ondernemen vluchtelingen uit Afrika regelmatig de hachelijke oversteek in krakkemikkige vaartuigen. Niet zelden eindigt deze met de dood. Ook het Caraïbische gebied kent – zoals het verhaal van de omgekomen moeder van het Cubaanse jongetje Elián nog maar onlangs illustreerde – zijn verschrikkingen.

DIT SOORT DRAMA'S lijkt wel toe te nemen naarmate de landen van Europa hun immigratie- en asielbeleid aanscherpen. ,,De immigratieparadox'', noemde de Europese Commissie dat al bijna tien jaar geleden. Het probleem van de mensenhandel staat inmiddels op de Europese agenda, maar de handicap is dat ieder land zijn eigen manier heeft om er tegen op te treden.

Ook nu weer hebben de Britten een punt gemaakt van de forse boetes die zij in petto hebben voor chauffeurs die worden betrapt met verstekelingen zonder dat de rest van Europa dat voorbeeld volgt. De vraag is natuurlijk of het recept van een eilandstaat ook werkt in de landstaten van het continent. En of zo'n boete voor een chauffeur erg helpt de spelverdelers te pakken.

Het Europese immigratiebeleid is wel betiteld als ,,vijftien uiteenlopende spoorboekjes''. De moeilijkheid zit hem overigens niet alleen in de onderlinge afstemming. De sleutel van de aanpak van mensensmokkel zit vaak in landen ver buiten de Europese Unie. Daar worden de plannen gesmeed en deze landen moeten de illegale immigranten weer terugnemen. Een land als China, dat in het geval van Dover ook weer wordt genoemd als een belangrijke bron van illegale immigratie, staat niet bekend om hartelijke medewerking aan terugkeerprojecten. De moeizame bevolkingsadministratie van dit enorme land is al een handicap op zichzelf.

DE BESTRIJDING van mensensmokkel heeft nog een andere ingebouwde handicap, zoals de Europese Commissie al jaren geleden noteerde in een mededeling over immigratie- en asielbeleid: ,,Bij acties tegen geïdentificeerde handelaars dient erop gelet te worden dat voor personen die internationale bescherming behoeven geen mogelijkheden worden afgesneden om hun land van herkomst te verlaten.'' Mensensmokkelaars mogen vaak gangsters zijn, maar je zult als bona fide vluchteling maar geen andere uitweg hebben.

Op de top van Tampere is vorig jaar een serieuze poging gedaan om de uiteenlopende nationale dienstregelingen beter op elkaar af te stemmen. Met name Nederland heeft zich hier sterk voor gemaakt. Maar staatssecretaris Cohen (Justitie) moest eind vorige maand in Kameroverleg toegeven dat de realisering achterblijft. Eurocommissaris Vittorino heeft zoveel op zijn bord liggen dat het niet eenvoudig is aan alle punten van Tampere te voldoen. Er moest een heel directoraat worden opgezet, zo luidt de verklaring. Dat leidt natuurlijk lelijk af.

Inmiddels is wel een begin gemaakt met een vluchtelingenfonds en met Europese regels voor gezinshereniging. Met name dat laatste onderdeel is niet onbelangrijk; het Oostenrijkse voorzitterschap noemde ,,het momentum van de gezinshereniging'' in zijn geruchtmakende notitie uit 1998 zelfs ,,de grootste uitdaging voor het komende decennium''.

De Europese Commissie ligt volgens Cohen nu ,,op stoom''. Dover laat zien dat er nog een schepje bij moet.