Crematie postmodern

We gaan naar Dieren om Cor te gedenken, een kolossale Bourgondiër. Hij werd maar vijfenveertig en overleed plotseling. Als we wegrijden zegt Frans: ,,Ik ben al zo vaak bij crematies geweest, wel twintig keer.'' Zijn vrouw knikt instemmend, maar valt dan uit: ,,Dat is niet iets waarop je trots hoeft te zijn, hoor.'' Hij draait zich om: ,,Doe ik ook niet, maar evenzogoed is het wel zo.''

De gsm gaat. Frans stuurt met een hand en houdt de andere hand tegen de oorschelp. ,,Ik ben nu op weg naar het crematorium. Wat? Nee, niet voor mezelf, haha, ik bel je wel als het achter de rug is.''

Als we Dieren binnenrijden regent het. We zetten de paraplu op en lopen het parkeerterrein over. In de zaal zit iedereen al. Er wordt gedempt gepraat. Een geestelijke, gekleed in een soutane leidt de ceremonie. ,,Het licht van Cornelis zal nooit uitgedraaid worden'', zegt hij.

Uit de luidsprekers waaiert New Age muziek. Cors drie zusters zitten saamhorig op de voorste rij. Ze zijn elegant als de drie Gratiën en spreken om de beurt een in memoriam.

Zijn vriendin van de laatste drie jaar zit op een afstandje van de familie. Ze kijkt strak naar haar pumps.

Er klinkt weer muziek, Oscar Peterson nu. De man in de soutane vertelt de parabel van de panfluit. Afgesneden dood hout dat door de Bespeler weer tot leven gebracht zal worden, begrijp ik eruit.

Frans mompelt wat binnensmonds. Hij buigt zich naar mij toe. ,,Volgens mij zag hij er geen gat meer in'', fluistert hij, ,,hij reed als een bezetene.''

Uit de luidsprekers buldert George Benson. De vriendin op de voorste rij schuifelt de meisjesbenen heen en weer.

We krijgen de gelegenheid om ter communie te gaan. De familierij staat als een man op. Groepjes maken zich los uit de andere rijen en schuifelen naar voren. De vriendin zit nu geheel alleen.

,,Doe jij mee'', vraagt Frans. Ik schud het hoofd.

,,Wij zijn niet katholiek'', zegt mijn vrouw.

,,Dat hoef je hier niet te zijn'', zegt Frans, ,,kijk maar naar Herman, die loopt ook naar voren.''

We kijken. De priester legt bij Herman de hostie in de handpalm. Hij stopt hem teruglopend steels in de mond. Er volgt tokkelende late night music. Dan zwaait de prelaat in een rinkelende swing met het wierookvat. De kist verdwijnt in wolkenwerveling en het crematorium begint zacht te geuren.

De zaal stroomt leeg. Een bediende draait het licht uit en sluit de deuren. Als we wegrijden gaat opnieuw de gsm.