GEZELLIGER DAN THUIS

`HÉ, MINGGOES!' roept een meisje met roze geverfde haren terwijl ze de ietwat verbouwereerde projectleider van tienercentrum De BBase enthousiast om zijn nek valt. Het is half drie 's middags en de eerste tieners druppelen binnen in de `huiskamer'. Tassen worden om de hoek gegooid, de televisie gaat aan en er wordt een CD-tje opgezet. Een paar meiden ploffen op de bank en beginnen giebelig met kussens te gooien. In de keuken pakt iedereen voor zichzelf wat te drinken en er wordt in de kasten gesnuffeld of er nog lekkere koekjes zijn. Ongedwongen en vrij. En dat is precies de sfeer die de jongeren aanspreekt. ``Je voelt je hier best thuis'', zegt Tamara (12).

Na kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang is er nu ook tieneropvang: centra waar tieners in de leeftijd van tien tot vijftien jaar na schooltijd worden opgevangen. September 1999 startte het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een experiment met 67 tieneropvangprojecten. Het experiment moet uitwijzen welke vorm van tieneropvang – hoewel dat woord gemeden wordt, want welke tiener wil er nu opgevangen worden – het beste aanslaat. Frappant is dat het experiment vooraf gaat aan een landelijk behoefteonderzoek, dat op zijn vroegst aankomend najaar zal gaan plaatsvinden. Wel bestaat er regionaal onderzoek, zoals door het PON Instituut voor advies, onderzoek en ontwikkeling in Noord-Brabant. Daaruit blijkt dat 14% van de ouders gebruik denkt te gaan maken van tieneropvang en dat 35% van de tieners er heen zou gaan, mits de opvang geheel aan hun wensen zou voldoen.

In eerste instantie is tieneropvang bedoeld voor kinderen van werkende ouders. Uit het PON-onderzoek blijkt echter dat ook jongeren bij wie na school wel iemand thuis is, een opvangvoorziening zien zitten. ``Dit valt te verklaren uit het feit dat de aanwezigheid van een ouder niet altijd het gemis van een kind aan aandacht of gezelschap kan wegnemen'', concluderen de onderzoekers. Uit de reacties van jongeren bij De BBase blijkt dat inderdaad. Geen van allen `moet' komen, ze komen omdat ze het leuk vinden. ``Het is hier gezelliger'', antwoorden de meesten op de vraag waarom ze graag naar De BBase gaan, ``gezelliger dan thuis''. ``Thuis zit ik toch maar alleen achter mijn computer, hier zit ik bij mijn vrienden'', vindt Loek Reijnen (13). Zijn moeder Myriam Reijnen vindt het prima dat haar zoon vaak naar het centrum gaat, ook al is zij thuis om haar zoon op te vangen. ``Hij was altijd gesloten, maar wordt nu heel open. Of dat door De BBase komt, of door de puberteit weet ik niet, maar ik ben blij dat hij dit gevonden heeft.''

De experimentele tienercentra, die opgezet kunnen zijn door een welzijnsinstelling of een kinderopvangorganisatie, krijgen financiering tot en met het schooljaar 2002-2003. Eind 2001 zal een evaluatieonderzoek gepresenteerd worden en een tiental tienercentra zal door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) worden beschreven in een handboek Tieneropvang. Hierin komen alle varianten aan bod komen: tienercentra die alleen aan `huiskameropvang' doen, met koffie, thee en een spelletje. Maar ook centra die activiteiten aanbieden, bijvoorbeeld in samenwerking met een muziekschool of sportcentrum. Een andere variant zijn tienercentra die sterk gericht zijn op huiswerkbegeleiding. ``Dat slaat verrassend goed aan'', vertelt Nan ten Thije, projectleider tieneropvang bij het NIZW. ``Zowel bij ouders als bij jongeren. Zij hebben vooral behoefte aan hulp bij het plannen van hun huiswerk, of zoals een leidster zei: hulp bij het plannen van hun leven en huiswerk is daar een onderdeel van.''

De BBase verleent huiskameropvang en biedt geregeld activiteiten aan. Zo is er een cursus streetdance geweest en staat een Zwarte Pieten-cursus op stapel, waarin de jongeren jongleren en acrobatiek leren. Het centrum beschikt over twee ruimtes, een huiskamer en een computerlokaal. Chatten mag er onbeperkt, ``maar niet van dat vieze gedoe'', gniffelt Tamara. BBase projectleider Minggoes Pessy loopt geregeld binnen in het computerhok. Hij kijkt mee, lacht met de meiden over de idioterie van sommige chatters en luistert vol belangstelling mee naar de ``kei-echte geluiden'' bij het voetbalspel Fifa 2000. Pessy en zijn collega Monique Buurma komen uit het jongerenwerk. ``Niets is zo veranderlijk als tieners'', lacht Pessy. ``Ze zijn zoekende en ik vind het spannend om dat proces mee te maken.''

De leiding is een van de kritische succesfactoren voor een tienercentrum: zij moeten zich kunnen inleven in de wereld van tieners en ze voor vol aanzien. In De BBase mochten de jongeren meedenken over de inrichting van de ruimte. Pessy haalt wat ingetekende plattegronden tevoorschijn. ``Hieraan zie je hoe creatief ze zijn. Wij wilden de banken gewoon recht tegen de muur zetten, maar zij tekenen ze schuin in. Zo hebben we het uiteindelijk ook gedaan. Het is belangrijk dat je de jongeren serieus neemt, naar ze luistert. Natuurlijk hebben wij het laatste woord, maar je moet ze er wel bij betrekken.'' Hoewel de regels per tienercentrum verschillen is vrijheid in gebondenheid het devies: de jongeren zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen, mits ze laten weten waar ze zijn.

Een knelpunt in de ontwikkeling van de tienercentra is de bekendheid. Vooral tienercentra die nauwelijks doorstroom hebben vanuit de buitenschoolse opvang moeten flink aan de weg timmeren om jongeren te trekken. In de grote steden moeten tienercentra zich eerst al zien te profileren als een reguliere opvang in plaats van een achterstandsvoorziening. Ten Thije: ``Het jongerenwerk heeft de laatste jaren flinke klappen gehad. In veel wijken is er weinig te doen voor tieners. Als er dan een voorziening komt worden denkt bijvoorbeeld de politie: `Hé, daar kunnen we dus nu naar doorverwijzen'.''

Een ander knelpunt ligt op het financiële vlak. Tieneropvang is fiscaal niet aftrekbaar. Bedrijfsplaatsen bestaan niet of nauwelijks. Het gevolg is dat ouders de door het ministerie geadviseerde uurprijs – die afgeleid is van de tarieven voor buitenschoolse opvang – niet kunnen of willen betalen. De BBase hanteert nu nog een tarief van vijf gulden voor een middag, maar gaat met ingang van volgend schooljaar een inkomensafhankelijk uurprijs hanteren, van vier, vijf of zes gulden per uur. ``Nu gaat mijn dochter nog vier middagen per week, maar dat kan dan niet meer'', zegt moeder Fiona Kollewijn. ``Het gevaar is dat De BBase hierdoor kinderen uit sociaal zwakkere milieus niet bereikt. Ik ben erg blij met het tienercentrum, omdat Alma het er erg naar haar zin heeft, maar het mag niet in de plaats komen van opvang voor sleutelkinderen en hangjongeren.''

Moniek van Leeuwen, directeur van de Stichting Welzijn in Boxmeer erkent dat de voorgeschreven hoge tarieven het risico van eliteopvang met zich brengen. ``Ik zou het experiment als mislukt beschouwen als ouders met een laag of midden inkomen het niet kunnen betalen.''