Smit begint aan miljoenenberging

Smit Internationale begint een grote scheepsberging voor de Nederlandse kust. Rijkswaterstaat tracht de kosten van 10 miljoen gulden op eigenaar en verzekeraar van het schip te verhalen.

Het Rotterdamse bergingsbedrijf Smit Internationale begint dezer dagen met de berging van de Iugo, een 8.000 ton metend vrachtschip dat begin maart op de Noordzee is gezonken, 33 mijl ten westen van Katwijk. De operatie, die zestig dagen gaat duren en tien miljoen gulden kost, is een van de grootste op de Noordzee nabij de Nederlandse kust sinds vele jaren.

Smit Internationale, dat zichzelf wereldleider op het gebied van berging noemt, kreeg opdracht tot de berging van het schip van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, omdat het wrak gevaar oplevert op een drukke aanlooproute naar de Rotterdamse haven. Ook vissersschepen zijn hier actief. De 130 meter lange en 18 meter brede Iugo ligt op zijn kant, op een plek waar de zee 30 meter diep is en vrije doorvaart tot 16 meter diep geldt.

De Iugo vertrok op 4 maart in zwaar weer (windkracht 7 tot 8) vanuit Rotterdam met bestemming Israel. De lading roest, afval van ijzer- en staalfabrieken die wordt hergebruikt bij de productie van cement, bevatte blijkbaar te veel vocht. Als gevolg daarvan ging de lading `verpappen', waardoor het schip oncontroleerbaar werd toen het eenmaal op zee kwam. Ondanks hulp van sleepboten en een loods kon de bemanning niet voorkomen dat het zonk. De opvarenden konden de Iugo tijdig verlaten.

Overleg met de verzekering en de eigenaar van de Iugo gevestigd op Saint Vincent en de Grenadines over de kosten van de bergingsoperatie bleef vooralsnog zonder resultaat. De directie Noordzee van Rijkswaterstaat heeft de eigenaar aansprakelijk gesteld. Wegens het gevaar dat het wrak oplevert en wegens de aard van de lading, die op langere termijn tot milieuverontreiniging kan leiden, kreeg Smit Internationale opdracht het schip voor 1 september te verwijderen.

Manager (en ex-stuurman) Kees van Essen van Smit Internationale leidt de operatie die in drie fasen wordt uitgevoerd. In twee weken wordt eerst de in het schip aanwezige olie 75 ton gasolie en 224 ton zware olie verwijderd. Daarna volgt de lading. Die wordt opgepompt nadat de bovenliggende zijkant van het schip is weggehaald. De olie wordt naar een ponton afgevoerd, en vandaar naar kleinere pontons (lashbakken) met water. Daarin kan de olie bezinken, zodat veilige afvoer mogelijk is. Dat duurt twintig dagen, als het weer tenminste meewerkt.

Het grootste karwei, waarvoor 25 dagen zijn uitgetrokken, is het lichten van het schip. Het wordt in vier stukken `gezaagd' volgens een beproefd procédé. Dat gebeurt met kettingen die worden aangebracht op plaatsen waar duikers van Smit hebben vastgesteld dat het schip breuken heeft opgelopen.

Met behulp van grote drijvende bokken, die een hefvermogen van duizend ton of meer hebben, worden kettingen als het ware door de scheepswand getrokken. De vier stukken van 2.000, 1.400, 700 en 600 ton – worden achtereenvolgens opgehesen om afgevoerd te worden. Mogelijk wordt de grootste bok waarover Smit Internationale beschikt, de Asian Hercules (hefvermogen 3000 ton) ingezet, aldus Van Essen.