Bosnië: niemand kent de premier

De nieuwe premier van Bosnië is een obscure econoom die niemand kent, van wie niemand heeft gehoord en die nooit is opgevallen. Voor de internationale gemeenschap is dat reden voor boosheid.

Na vier maanden zoeken, ruziën en touwtrekken hebben de Bosniërs een nieuwe premier. Hij heet Spasoje Tuševljak. Hij is nooit opgevallen door wat dan ook en niemand kent hem derhalve.

Het zoeken naar een nieuwe premier begon in februari toen het Bosnische Constitutionele Hof een eind maakte aan het bestaande bestuurssysteem. Sinds de akkoorden van Dayton, die de opdeling van Bosnië tussen de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie bestendigden en daarboven een zwak centraal bestuur instelden, werd de centrale regering in Sarajevo geleid door twee premiers (een moslim en een Bosnische Serviër) en een vice-premier (een Bosnische Kroaat). Verder bestonden er nog drie ministeries. In februari verklaarde het Constitutioneel Hof die opzet strijdig met de grondwet: de regering, aldus het hof, mag maar één voorzitter hebben.

De nieuwe regering heeft die ene voorzitter. Het aantal ministeries is uitgebreid van naar zes (naast Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Burgerzaken en Communicatie zijn er de ministeries van Europese Integratie, Schatkist en Mensenrechten en Vluchtelingenzaken bijgekomen). De premier en de ministers rouleren elke acht maanden, zodat de drie etnische groepen alle aan bod komen.

Het uit drie man bestaande Bosnische staatspresidium droeg in april de Bosnische Serviër Tihomor Gligoric, ex-premier van de Servische Republiek, voor als premier. Hij was, zo bleek al snel, niet aanvaardbaar voor de internationale gemeenschap in de persoon van Wolfgang Petritsch, wegens de nauwe banden van zijn Servische Socialistische partij met het regime in Belgrado. Daarop trok de voorzitter van het staatspresidium, Alija Izetbegovic, zijn instemming met de benoeming van Gligoric haastig in. Tenslotte werd men het binnen het staatspresidium – politieke partijen werden niet geraadpleegd – eens over Spasoje Tuševljak.

Dat hij als premier van Bosnië net zo min als Gligoric een gelukkige keus is, is nu al duidelijk. Tuševljak is eveneens een Bosnische Serviër. Hij is econoom, woonde voor de oorlog in Sarajevo als hoogleraar aan de universiteit van Lukavica en vluchtte na het begin van de oorlog naar de Servische Republiek en vandaar naar Belgrado. Volgens sommige bronnen was hij even adviseur van Radovan Karadzic, toen leider van de Bosnische Serviërs. Hij is zowel in als buiten Bosnië onbekend – de typische compromiskandidaat. ,,Mr. Who??'' riep Petritsch uit toen hij de naam van de kandidaat van het staatspresidium hoorde.

Het is de Bosniërs niet in dank afgenomen door de internationale gemeenschap. ,,Eerlijk gezegd ben ik zeer teleurgesteld'', zei de Amerikaanse ambassadeur in Sarajevo, Thomas Miller, eerder deze week. ,,Er zijn vele, vele gekwalificeerde mensen die uitstekende premiers zouden kunnen zijn, mensen die beschikken over een rijke ervaring in de politiek, de thema's goed kennen, als gunstig bekend staan bij de internationale gemeenschap en iets hebben gepresteerd'', aldus Miller. ,,Ik heb meneer Tuševljak een tijdje geleden ontmoet en eerlijk gezegd vond ik op al die gebieden dat hij tekortschoot.''

De obscure econoom – partijloos, maar genomineerd door de anti-Dayton-gezinde partij van Karadzic – maakte de zaak er niet beter op door na zijn aanwijzing op te merken dat Bosnië en het in Dayton vastgelegde vredesproces ,,langzaam voorwaarts moeten gaan''. Die opmerking viel geheel verkeerd bij Petritsch, die haar als ,,simpelweg onaanvaardbaar'' bestempelde en die in een adem door het selectieproces als ,,onprofessioneel'' veroordeelde. Petritsch hield de nieuwe premier alvast voor dat hij zonder pardon wordt weggestuurd als hij zich niet aan de Dayton-afspraken houdt.

De problemen rond het Bosnische premierschap illustreren het uiterst langzame tempo van democratisering, normalisering en verzoening in Bosnië. En Tuševljak is zeker niet de man die dat tempo zal verhogen. Vandaar de kwaadheid van Petritsch – al vergeet de Oostenrijkse `gouverneur' dat de internationale gemeenschap medeschuldig is aan het lage tempo. Want ontwikkeling en verzoening mogen hoog in het vaandel van de internationale gemeenschap staan, de Bosnische democratisering doet dat niet: Bosnië is een protectoraat waarin de Bosniërs zelf maar heel weinig te zeggen hebben. Dat staat elke vorm van democratisering in de weg.