Generatiefonds moet samengaan met burgerdienst

Een startkapitaal voor 18-jarigen, te financieren uit de opbrengst van staatseigendom, is een goed idee. Maar het kan creatiever, in combinatie met `burgerdienstplicht', vindt Gijsbert van Es.

Robeco-topman Pieter Korteweg lanceerde een sympathiek idee op de Opiniepagina van zaterdag: een Generatiefonds, te vormen uit de opbrengst van verkocht staatsbezit, zoals GSM-frequenties. Iedere 18-jarige zou een startkapitaal van 10.000 gulden moeten krijgen als bijdrage in de financiering van studie, eigen huis of eigen bedrijf.

Korteweg toont zich terecht bezorgd over de miljardenoverschotten die rondspoken in Den Haag. Het opvoeren van de collectieve bestedingen (voor onderwijs, computers, zorg, politie, asfalt, etc.) mag enerzijds noodzakelijk zijn, maar draagt anderzijds groot gevaar in zich. Nationaal en internationaal is de Nederlandse overheid al gewaarschuwd voor de dreiging van nodeloos aangejaagde uitgaven, verdere ontwrichting van de arbeidsmarkt, inflatie, loonstijging, verslechtering van de exportpositie – en de negatieve economische spiraal die dan op gang is gebracht. Tegelijkertijd moet in Nederland een gigantisch `maatschappelijk tekort' worden weggewerkt na de (overigens noodzakelijke) sanering van de collectieve sector in de periode 1982-1998. De keerzijde van deze saneringsgolf schreeuwt om oplossingen. Te veel basisscholen zijn gehuisvest in afgebladderde en smerige gebouwen, gevuld met krakkemikkige leermiddelen. Te veel mensen in verpleeghuizen krijgen minimale verzorging, met volstrekt te weinig tijd voor persoonlijke aandacht.

De geëxplodeerde particuliere welvaart in Nederland contrasteert steeds scherper met de verschraalde en verwaarloosde publieke sector. Daar ligt een zware politieke en maatschappelijke opgave voor de komende jaren. Hoe het publieke domein te renoveren zonder economische stagnatie te veroorzaken? De Tweede-Kamerfractie van de PvdA grijpt naar ouderwetse middelen: met negen miljard gulden structureel extra en 16 miljard eenmalig bovenop de rijksbegroting.

Er zijn creatievere oplossingen denkbaar. Het Generatiefonds biedt daarvoor een aardig begin. Terecht waarschuwt Korteweg ervoor dat de opbrengst van verkocht `tafelzilver' niet – zoals aardgasbaten in de afgelopen decennia – mag worden verjubeld met snel stijgende (consumptieve) uitgaven in de collectieve sector. Vakbonden bij de politie, in het onderwijs en bij de spoorwegen hebben de afgelopen jaren pijnlijk aangetoond dat zij vooral de rechtspositie van het oudere, zittende personeel wensen te beschermen, waarmee zij logge, in zichzelf gekeerde organisatiestructuren in stand houden. Meer loon en betere arbeidsvoorwaarden aan ambtenaren zijn snel te geven, maar daarin ligt bepaald niet overal de kern van het probleem en bovendien heeft een samenleving bij economische neergang vervolgens nog jarenlang een te dure en taaie ambtenarij mee te zeulen.

De opbrengst van verkocht staatsbezit is, zoals Korteweg aanvoert, veiliger in de handen van de burgers. Maar het zou economisch gevaarlijk en maatschappelijk ongewenst zijn om het rechtstreeks uit te keren in de vorm van verdere belastingverlaging. Gerichte besteding aan bijvoorbeeld 18-jarigen via een fonds dat `startkapitaal' verstrekt, is effectiever en vooral veel innovatiever. Korteweg bestempelt dit als een burgerrecht. Hij wil zo ,,een mentaliteit stimuleren van vooruitzien, van ondernemerschap en van zelfbeschikking''.

Het is een interessante optie. En er valt veel meer mee te doen, in combinatie met andere maatregelen. Korteweg wil met zijn fonds de ondernemingslust van jongeren stimuleren. Waarom eigenlijk? Is daarmee iets mis? Korteweg wil er een recht van maken. Genereus. Maar zou tegenover een zeer aantrekkelijk burgerrecht niet ook een bescheiden vorm van burgerplicht mogen staan?

De doelstelling van het Generatiefonds mag veel breder worden geformuleerd. Het fonds zou niet alleen een mentaliteit van ondernemerschap kunnen stimuleren, maar ook (en liever nog) een mentaliteit van maatschappelijk bewustzijn en maatschappelijke ervaring.

Aan het recht op een startkapitaal à 10.000 gulden zou een plicht vooraf kunnen gaan: de burgerdienstplicht. De `doelgroep' bestaat jaarlijks uit circa 185.000 jongeren. Ieder van hen zou een half jaar nuttig werk kunnen verrichten ten dienste van de samenleving. Nederland telt ruim zevenduizend basisscholen en meer dan zeshonderd scholen in het voortgezet onderwijs. Geef elke school drie jongeren om allerhande klussen te doen die het vaste, geschoolde personeel kunnen ontlasten. Nederland telt vele honderden huizen voor langdurig zieken en blijvend gehandicapten. Ook hier valt genoeg te doen dat voor alle betrokkenen een `levensverrijkende' ervaring kan opleveren. De toenemende vervuiling van de openbare ruimte, verschraling van natuurgebieden, noodzakelijke modernisering van de service in openbare bibliotheken (gezocht: wizzkids!), vereenzaming onder hoogbejaarden, het `pleinwerk' in achterstandsbuurten, de exploitatie van gemeentelijke sportcomplexen, controle in en rondom het openbaar vervoer: overal kan het publieke domein een krachtige impuls gebruiken.

Burgerdienst – het klinkt ouderwets, zo kort na de afschaffing van de militaire dienstplicht, strijdig met de maatschappelijke trend van individualisering. Het moderne antwoord hierop is dat de burgerdienst voor niemand een keiharde plicht hoeft te zijn. Alleen: wie niet meedoet, krijgt geen `startkapitaal' van 10.000 gulden. En, als dat in de praktijk nog onvoldoende prikkel zou zijn: geen of slechts beperkt recht op studiefinanciering. En/of: later ook geen substantieel lagere `heffingskorting' (belastingvrije som) bij de inkomstenbelasting.

Jaarlijks een kleine tweehonderdduizend jongeren, overal kortstondig en flexibel in te zetten voor de publieke zaak en vervolgens rijkelijk te belonen met uiterst lucratieve burgerrechten. Het enkele rijkeluiszoontje dat daarvoor z'n neus optrekt, kiest voor een gapend gat in zijn portemonnee en vooral ook in zijn doorgaans zorgvuldig opgekweekte CV.

Een financieel en maatschappelijk startkapitaal voor jongeren: Robeco zou een sponsor-bedrag van 10.000 gulden moeten uitloven aan de politieke partij die dit idee durft uit te werken.

Gijsbert van Es is redacteur van NRC Handelsblad.