Wereldwijde stoelendans

Overal duikt hij op, bij kerken en op pleinen, in tuinen en woestijnen. Bij de Klaagmuur en in vluchtelingenkampen. De plastic tuinstoel. De kunststof stapelstoel, voor Neder land ontdekt door de firma Hartman. In het ene land teken van armoede of slechte smaak, in het andere van rijkdom en weelde, een statussymbool, een teken van vooruitgang.

Het is een ongekend populair meubelstuk. Overal ter wereld. Niet meer weg te denken uit het straatbeeld. In Nederland voornamelijk te zien als terrasstoel, op woonboten en balkonnetjes. Maar elders in de wereld ook gebruikt als keukenstoel, leunstoel of kinderstoel. Zap tien minuten televisie en de stoel is overal, in documentaires of soaps, van een willekeurige uitzending van het Journaal tot een aflevering van chief inspector Morse. Soms door vluchtelingen als stille getuige achtergelaten in een oorlogsgebied of prominent aanwezig tijdens een huwelijksfeest.

Hij wordt gewonnen uit aardolie, verwerkt tot polypropyleen en tot stoel gegoten. Hij is verkrijgbaar onder namen als Minore, Marcato of Country Club. In 1981 bracht tuinmeubelfabrikant Frans Hartman uit Enschede de kunststof stoel in Nederland op de markt, op de voet gevolgd door de fabrieken Flair uit Gilzen en Jardin uit Rijen.

Hartman is rijk geworden van de plastic stoel. De jaaromzet van de Hartmangroep wordt boven de 200 miljoen gulden geschat. Hij zag de witte plastic stoel begin jaren tachtig voor het eerst in Frankrijk. 'Die stoel is niet alleen onze uitvinding geweest. Wij hebben die trend zien aankomen en in een vroeg stadium besloten daar behoorlijk in te gaan investeren. Je hebt voor de kunststof stoel een spuitgietmachine en een matrijs nodig. Met de introductie van die stoel ging ons investeringsniveau omhoog van 1,5 miljoen gulden naar 15 miljoen gulden per jaar. Het was meteen een rage', zegt de fabrikant, inmiddels in ruste.

In vijftien jaar tijd is de stoel uitgegroeid tot een universeel meubelstuk. Begin jaren tachtig zag ik hem voor het eerst in een Nederlandse tuin, en laatst nog trof ik hem aan in de keuken van de shi'itische familie Da-much in het zuiden van Beiroet. In hun sober gemeubileerde appartement kreeg hij extra allure, een witte oase tussen de zwarte chadors van de vrouwen. Het is of je thuiskomt als je hem in den vreemde ziet staan.

Duitser kan haast niet

De laatste jaren wordt het traditionele meubilair in vakantielanden als Spanje, Griekenland en Turkije massaal ingewisseld voor de plastic stoel, soms aan de achterzijde bedrukt met frisdranklogo's. Maar Duitsland is het land waar hij het meest op zijn plaats lijkt. Zoals het metalen terrasstoeltje direct aan Frankrijk doet denken, zo doet de strak vormgegeven kunststof Duits aan. Een aantal kloeke stoelen rond een bijpassende tafel, een plastic serveerwagentje en een ligstoel in een omgeving met veel bos of bergen, Duitser kan haast niet. Zo schaf je in één keer het hele 'Hartmanprogramma' aan, dat pas compleet is met de bijpassende kussens en parasols. Duitsland is een van de belangrijkste exportlanden voor de Hartman-groep. Maar de concurrent zit niet stil. Met leedwezen kijkt Hartman naar hun prijsbederf.

De Hartmanstoel, zegt Hart-man, is beter dan die van sommige concurrenten. 'Wij besteden veel aandacht aan de ergonomische kant van het product. De stoel is in de loop der jaren steeds aangepast. Als je er goed naar kijkt, zie je heel veel verschillen. Wij zitten niet in het laagste prijssegment. Je kunt die stoelen steeds lichter en lichter maken, maar in die goedkope stoelen zit je niet erg comfortabel.'

Bij de Makro of de Kwantum zijn de stoelen van Jardin al bijna voor de prijs van een pakje sigaretten te koop, vertelt een werknemer. Bij de Makro kost model Rimini in de kleuren blauw, groen of sahara ƒ6,47. Eén van de nieuwste Hartman-stapelstoelen wordt onder de naam Village Club verkocht voor ƒ29,95. De Aria van concurrent Flair lijkt er sprekend op. Hij is even duur, maar heeft maar vijf rugspijltjes, waar Hartman er acht gebruikt. 'Die acht spijlen dragen wel bij tot een stukje

stabiliteit', zegt Hartman misprijzend. 'Sommige concurrenten maken ze met drie, dan heb je nog minder materiaal nodig.'

De belangrijkste grondstof van de stoel is polypropyleen, een kunststof die in de jaren vijftig werd ontwikkeld. Dat wordt aangevuld met allerlei kleurstoffen die het product kleurbestendig houden en glans en stevigheid geven. Dat gebeurt in Hartmans eigen fabriek in Enschede. 'Wij kopen de grondstof bij Shell of dsm in kleine korreltjes. Dat granulaat is het basismateriaal. We maken het vloeibaar, voegen er allerlei stoffen aan toe en verwerken het weer tot korreltjes. Ogenschijnlijk is er niets mee gebeurd. Maar er zitten precies die ingrediënten in die wij nodig hebben om een optimaal product te maken. Met het recept lopen we niet te koop. Het productieproces is geautomatiseerd. De vloeistof wordt in de matrijs gespoten. Als het is afgekoeld en uitgehard, pakt een robot de stoel uit de matrijs en begint het proces opnieuw. Een klein robotje snijdt de aanspuitpunten af en plaatst het Hartman-stickertje.'

Debuut in de literatuur

Met de roman Bruiloft aan Zee, van Abdelkader Benali, debuteerde de stoel in de Nederlandse literatuur. De hoofdpersoon Lamarat Minar en zijn familie keren terug naar Marokko om de bruiloft van zijn zus Rebekka en oom Mosa te vieren. In het jaar van de bruiloft is de witte plastic tuinstoel favoriet bij de jaarlijkse horde Marokkaanse vakantiegangers. In enkele weken tijds raakte Marokko overstroomd met stoelen van Leen Bakker of de Makro. Zo groot was de vraag, schrijft Benali, dat er een tekort aan tuinstoelen dreigde. Vlak voor de voltrekking van het huwelijk neemt oom de benen. Lamarat gaat met taxichauffeur Chalid op zoek naar de bruidegom. Onderweg spreekt hij zijn angst uit dat de bruiloftsgasten door de 33 uit Nederland meegenomen plastic stoelen zullen zakken. De eerste stoel brak toen vader halverwege de rit de kwaliteit van een stoeltje wilde testen. Het loopt goed af. Tegen het einde van de avond zitten alle bruiloftsgasten geheel volgens landsgebruik weer op de grond.

Fiets op een eerste lente- of herfstochtend door Amsterdam en aanschouw bij het vuilnis de niet geringe hoeveelheid afgedankt plastic meubilair, op meters afstand te herkennen aan de felle kleur. In de eerste gebruiksjaren zien ze er door weer en wind nog fris en helder uit. Stralend wit pronken ze bij een haringkar of in een poffertjeskraam. Bij coffeeshops staan er regelmatig twee op de stoep. Er zit zelden iemand op.

Grauw en versleten maken ze een desolate indruk. Toch heeft het meubel kans op een tweede leven. Ook al gaat een kunststof stoel volgens Hartman wel 15 jaar mee, het afgedankte meubilair kan ingeleverd worden bij de dealer voor het Hartman Groen Project. In de fabriek wordt het gerecycled tot verbindingsmateriaal in tafelbladen.

Sinds kort staan er in Almere Haven en in de Kruidenwijk van Almere Stad bij het recyclestation containers van recycle-bedrijf ht/Polyrec van Paul van Alken uit Bennekom. Afgedankte tuinmeubelen kunnen hier worden ingeleverd. Volgens van Alken wordt er per jaar 15.000 ton kunststof tuinmeubelen in Nederland afgedankt.

Als je op een maandagmiddag door Almere loopt verbaast dat getal. Hier wordt niets afgedankt. Almere is op kunststof tuinmeubelgebied een paradijs. Alle soorten, kleuren en maten zijn vertegenwoordigd. Van Alken verwerkt kunststof tot andere producten. 'Het voordeel van kunststof meubelen is dat ze volledig hergebruikt kunnen worden. Het zit lekkerder dan hout, het is een eindeloos product wat je voor een paar kroppen sla kan aanschaffen en het vergt minder onderhoud. Ik heb het zelf ook in de tuin staan. Mijn buren hebben laatst houten tuinmeubelen gekocht. Voor de visite. Als die weg is, halen ze het kunststoffen setje tevoorschijn. Dat zit gewoon een stuk beter.'

    • Marie Louise Schipper