TEGEN DE TAALVERARMING OP HET MBO

Maarten Wijnants (18) bijt op zijn pen en kijkt eens naar zijn buurman. Vandaag krijgt de eerste klas mbo van de Mondriaan Onderwijsgroep in Den Haag de laatste les `woordenschat'. De leerlingen moeten de betekenis van woorden invullen en ontbrekende woorden in gezegdes en uitdrukkingen aanvullen. `Bij de zijn' staat er. Betekenis: slim/bijdehand zijn. Maarten en zijn klasgenoten kunnen uit tien woorden kiezen, zoals: `bij de graat zijn, bij de rede zijn, bij de pinken zijn.' Maarten wikt en weegt, hardop de woorden proevend. ``Hmm, `bij de graat zijn' dat klinkt wel lekker.''

Jongeren beschikken over een zeer gebrekkige woordenschat is de ervaring van Dick Pak, docent Nederlands op de Mondriaan Onderwijsgroep. Al twintig jaar staat hij voor de klas en in die tijd zag hij het Nederlandse taalniveau achteruit hollen, vertelt hij in het lege klaslokaal. ``Vroeger liet ik altijd een voorstelling van Freek de Jonge zien op video. Dat kan nu niet meer. Het gat is te groot geworden.` Freeks taal is te moeilijk. Dick Pak liet het er niet bij zitten en ontwikkelde een lesmethode die specifiek de woordenschat van jongeren traint: `Goed gebekt'. De in eigen beheer uitgegeven serie van drie deeltjes verscheen vorige maand.

```Provocatie' is zo'n woord dat leerlingen niet meer kennen. Net als cruciaal, nivellering, in een impasse zitten, bagateliseren, sanctie, auspiciën, frappant, noem maar op'', zegt Pak, terwijl hij deel twee van `Goed gebekt' doorbladert. Pak merkt zelf ook dat hij zijn taalgebruik vereenvoudigt als hij voor de klas staat, omdat anders de boodschap die hij wil overbrengen niet overkomt. ``Ik gebruik nooit meer moeilijke woorden.''

Pak pleit voor een Linguistisch Reveil. `Want die moeilijke woorden heb je wel nodig om de krant te kunnen lezen, het nieuws te kunnen volgen. Dat vind ik belangrijk voor de ontwikkeling van de leerlingen. Ik wil dat ze wat bewuster leven, minder oppervlakkig. `Het maakt mij niet uit' is geen mening maar een teken van onmacht en onwetendheid. Dat stoort mij. Ik wil ze zover brengen dat ze wél een mening hebben.''

In de klas buigen de leerlingen zich weer over hun taak. `Dat toneelstuk is een parodie.' Betekenis: a. agressieve nabootsing; b. kritische nabootsing; c. spottende nabootsing. ``Pfft, moeilijk hoor. Ik ken die woorden niet'', reageert Patrick Lapouge (19). ``Die woorden gebruik je alleen als je uit Wassenaar komt.'' Patrick heeft op een vbo-vooropleiding. Hij heeft nog nooit een boek gelezen, vertelt hij. Ook niet voor Nederlands? `Nee, toen heb ik uittreksels van het Internet geplukt.` Kranten leest hij ook niet, wel tijdschriften: Panorama, Nieuwe Revu, Actueel en het jongerenblad Break-out.

Pak en zijn collega's hebben `Goed gebekt' uitgebreid getest in de klas. Daarbij bleek dat het bij de aan te vullen gezegdes en uitdrukkingen nodig was om de betekenis te vermelden, anders kwamen de leerlingen er niet uit. ``Dat ze zó weinig wisten, was wel verrassend'', laat Pak zich ontvallen. Om rijtjes stampen te voorkomen - zoals bij vreemde talen - heeft Pak de stof in een soort quiz gegoten. Leerlingen kunnen zichzelf op hun woordenkennis testen en dat slaat aan. ``Leren is nooit leuk, maar zo gaat het wel makkelijk'', vindt Marvin Verbeek (17). Ook Patrick vindt het ``wel geinig''.

``Ik heb al aan een heleboel leerlingen gevraagd of ze dit zonde van hun tijd vinden, maar dat vindt niemand'', vertelt Pak. Hij stelt die vraag omdat woordenschat uitbreiden niet in de eindtermen van het vak Nederlands vermeld staat en dus geen officieel onderdeel is van het lesprogramma. Om zo weing mogelijk tijd af te snoepen van de reguliere les geeft Pak de taken veelal op als huiswerk en leest hij in de klas de goede antwoorden op. De Mondriaan Onderwijsgroep heeft het vak `woordenschat' op eigen initiatief toegevoegd aan het rooster. Er wordt twee keer per jaar getoetst en het vak telt mee voor de overgang. Aan het einde van de rit krijgen de leerlingen een certificaat `Woordenschat van de Nederlandse taal' waarop het gemiddelde cijfer vermeld staat.

Op de vraag of ze de nieuw geleerde woorden ook onthouden knikken de leerlingen eenstemmig. ``Door het uitvogelen blijft het je wel bij'', zegt Marvin. Dat merkte ook Jakub Offierski (18). Jakub komt uit Polen en woont tien jaar in Nederland. ``De taken vallen mee als je de woorden kent'', zegt hij, om haastig aan te vullen wat hij hiermee bedoelt: ``Toen ik het niet leerde wist ik er één. Toen ben ik het gaan leren en haalde ik een tien.'' Pak kijkt zijn leerling van opzij aan. ``Jakub had zich de woorden zo eigen gemaakt dat hij ze per ongeluk in het echt ging gebruiken'', vertelt hij niet zonder trots. ``Tot een vriend zei dat je daar maar eens rap mee moest ophouden omdat je wel erg geleerd praatte, toch?'' Jakub lacht wat gegeneerd en knikt.

Niet alleen ontbreekt het de leerlingen aan woordenschat, met spelling en grammatica is het volgens Pak even droevig gesteld. ``Laatst werden ondernemingsplannen van onze leerlingen door een jury van mensen uit het bedrijfsleven beoordeeld. Als je dan ziet wat voor fouten er gemaakt worden schaam je je. 'Hij wordt' werd consequent met alleen een 'd' geschreven, bijvoorbeeld. Er werden door de juryleden ook opmerkingen over gemaakt.'' Pak wijt de taalverarming die hij - en de hele sectie Nederlands met hem - constateert aan de jeugd zelf (die niet meer leest: geen tijd vanwege de bijbaantjes en geen interesse omdat ze liever chatten) en aan de onderwijsvernieuwingen. ``Er wordt aan de basis te weinig gespijkerd en wij hebben hier niet de tijd om die elementaire vaardigheden te trainen. Vroeger hadden we meer tijd en meer vrijheid om oefentoetsen in te voegen, dat kan nu niet meer.''

Volgens Pak hebben zowel havisten die naar het mbo gaan als jongeren met een mavo- of vbo-vooropleiding dezelfde problemen. Ook de culturele achtergrond van leerlingen speelt geen rol: zowel allochtone als autochtone jongeren hebben een gebrekkige woordenschat, hoewel allochtonen volgens Pak `begrijpelijk' - minder spreekwoorden en gezegdes beheersen.Om op het gebied van woordenschat het tij te keren pleit Pak voor de introductie van een standaardlijst met enige duizenden woorden die alle leerlingen aan het einde van hun schoolcarrière zouden moeten beheersen. ``Zo'n lijst is relatief eenvoudig aan te leggen en moet vervolgens alleen geregeld bijgewerkt worden.'' Van de leerlingen in zijn klas mag het. Zij zien het nut er wel van. ``Je hebt het wel nodig bij een sollicitatie enzo'', denkt Randy van Oostende (17). ``Als jij alleen terugpraat in goedkope woordjes dan maak je niet zo'n goeie indruk. Het staat beter als je kunt zeggen `het was een virtuoos concert', dan `het was kicken'.''