`Ik neig naar desertie'

In de roman `De dame in het blauw' van de Franse schrijfster Noëlle Châtelet kiest een carrièrevrouw er bewust voor om vroegtijdig oud te worden. Châtelet verzet zich tegen de dictatuur van de schone schijn. ``Ik wil moraliseren met een glimlach'', zegt ze.

Ze is beeldschoon, onopgemaakt en gekleed in een zwarte, enkellange jurk. Voor de gotische glas-in-loodvensters van haar huis in Parijs staan metershoge palmen. Aan de muren etsen, pentekeningen en schilderijen. In de kamer een zweem van wierook. Alles in de entourage van romanschrijfster, essayiste, universitair docente en actrice Noëlle Châtelet (55) is smaakvol en kunstzinnig. ``We leven in een ongelooflijk gewelddadige wereld'', zegt Châtelet, weduwe van de filosoof François Châtelet en jongere zus van premier Lionel Jospin, ``we zijn er aan alle kanten mee omringd. Je hebt in je leven schoonheid nodig als tegenwicht voor de barbaarsheid om je heen, voor al het bloed dat vloeit.''

De drie romans die Noëlle Châtelet tot nu toe publiceerde, een trilogie over vrouwen op cruciale momenten in hun leven, ademen dezelfde poëtische sfeer als de verschijning van hun auteur. In La dame en bleu schrijft Châtelet een zacht, lyrisch en bijna onthecht soort Frans, waarvan in de Nederlandse vertaling, De dame in het blauw, helaas – misschien onvermijdelijk – nog slechts een zwakke echo is overgebleven. Wie in haar dichterlijke zinnen een zoetsappig soort engelachtigheid meent te bespeuren, laat zich door Châtelet een rad voor ogen draaien. Achter haar poëtische taal verschuilt zich een felle maatschappijkritiek en ook de lieflijke glimlach van Châtelet is die van een sterke, tegendraadse vrouw.

In De dame in het blauw beseft Solange, een vijftigjarige carrièrevrouw, plotseling dat ze, werkend bij een reclamebureau, al vijftien jaar `vastzit als een hond aan de ketting', dat ze `gehaast is, voortdurend opgejaagd door de urgentie van elk ogenblik'. In een opwelling past ze, in de metro, haar stap aan aan het rustige ritme van een bejaarde oude dame in een blauwe jurk, die met haar langzame tred bij iedereen ergernis veroorzaakt. Solange gaat naar huis en besluit zich niet te haasten naar de volgende cocktailparty, maar een ouderwetse maaltijdsoep te maken. Vanaf dat moment blijven haar mantelpakjes in de kast hangen, laat ze haar minnaars – met champagne en al – op de stoep staan en brengt ze haar middagen mijmerend door op een bankje in het park.

``Solange deserteert'', zegt Noëlle Châtelet. ``Zij is een vrouw op het hoogtepunt van haar carrière, een moedige soldaat in de oorlog der verleiding. Een vrouw ook die haar mannetje staat in de strijd om erkenning, om prestatie en resultaat. Haar pad wordt gekruist door een oude dame met wie zij zich identificeert. Meer dan dat, ze ondergaat een metamorfose. Ze maakt in vrijheid de keuze om voortijdig oud te worden. Het is een irrealistisch verhaal met een polemische boodschap. De ouderdom wordt niet voorgesteld als iets verschrikkelijks, maar als een prettig voorland.''

Compassie

Châtelet schreef De dame in het blauw als vervolg op haar essay Corps sur mesure, waarin zij verslag deed van een onderzoek in de wereld van de plastische chirurgie. Door gesprekken met patiënten, chirurgen en en psychologen probeerde ze een verklaring te vinden voor de enorme groei van het aantal mensen dat, om esthetische redenen, hun lichaam laat `verjongen'. ``Dat onderwerp hield mij ook al bezig bij mijn promotieonderzoek over voeding, vijfentwintig jaar geleden. Nu heb ik de mate waarin mensen lijden afgezet tegen het beeld dat ze van hun lichaam hebben. Het verbijsterde mij hoezeer mensen lijden onder het feit dat ze ouder worden. Het riep bij mij gevoelens van compassie op, maar ook woede. Mijn medelijden gaat vooral uit naar vrouwen met een panische angst om ouder te worden. Ik heb geen moreel oordeel, want zodra het om lijden gaat kun je niet meer oordelen. De angst voor veroudering is heel legitiem. Het is misschien wel de ergste beproeving die je als vrouw moet doormaken. Aan de andere kant voelde ik een woede ten aanzien van de maatschappij waarin wij leven, een maatschappij die dat lijden onderhoudt en zelfs orkestreert om puur economische redenen. Schoonheid en jeugd zijn commerciële producten. Ouder worden is op zich al moeilijk, maar wordt nog ondraaglijker in onze société du paraître, onze maatschappij van uiterlijkheid, van schone schijn, waarin schoonheid en jeugd gelden als almachtige, normatieve waarden. In wat voor een maatschappij leven wij, als de vrouw wordt aangezet haar geluk te vinden in louter trompe-l'oeil schone schijn? En als wij, vrouwen, nu eens ophielden de heersende consensus te volgen? Als we nu eens afstand namen van de imperialistische waarden van de commercie, van de dictatuur van de schone schijn?''

Het is deze provocatieve boodschap die Châtelet op een zo charmante manier heeft verpakt in haar boek. ``Het is een conte philosophique'', zegt Châtelet, ``een fabel. Ik ben erg achttiende-eeuws, een kind van de verlichtingsfilosofen. Voltaire, Montesquieu – dat zijn mijn meesters. In de achttiende eeuw kon je tegelijkertijd wiskundige, dichter en wetenschapper zijn. Filosofen uit die tijd, met een boodschap aan de samenleving, schreven een conte of een fabel met een ironische dimensie. Onderwijzen en verstrooien, moraliseren met een glimlach. Uitnodigen tot nadenken. Dat wilde ik ook.''

Ritme

De dame in het blauw is een lof der traagheid, een verheerlijking van de `onthaasting', een prima recept tegen burn-out. Ook Châtelets andere romans zijn, onder een soms suikerzoet laagje, taboedoorbrekend. ``In mijn boeken gaat het om drie metamorfoses van een vrouwenlichaam, op drie sleutelmomenten in een vrouwenleven: die van een dame, een vrouw en van een klein meisje. In La femme coquelicot ontmoet Solange de oude dame in het blauw. Haar leven blijkt helemaal niet traag of leeg. Integendeel, ze beleeft, op zeventigjarige leeftijd, een grote passie. Ze vindt de ware liefde in de vorm van de tachtigjarige Félix. Daarmee raakte ik aan het taboe van de liefde op latere leeftijd – dat beviel me wel. Ik ben nogal mild, maar ook tegendraads. Ik vind dat de maatschappij waarin wij leven ons erg beteugelt in onze gedachten en onze gedragingen. Ik neig naar desertie. Ik wil de maatschappij niet met mij laten sollen. Ik bepaal zelf wel hoe ik ouder word. Ik ben vijfenvijftig. Ik zie hoe mijn lichaam verandert. Ik ben, net als ieder ander, gevoelig voor mijn uiterlijk en mijn verleidingsvermogen, maar ik wil mijn eigen ritme kiezen en mijn ouder worden in vrede beleven. Zonder sociale druk, zonder verplichte nummers.''

In het derde deel van Châtelets trilogie, La petite fille aux tournesols, is het de zesjarige kleindochter van de oude dame, die, tijdens een vakantie tussen felgele zonnebloemvelden, liefde opvat voor een zevenjarige jongen. Net als haar goede vriend Michel Tournier, met wie Châtelet zich verwant voelt, schroomt ze niet een kind de hoofdrol te laten spelen in een roman. ``Ik ben van late liefdes overgestapt naar vroegtijdige liefdes, omdat er veel overeenkomsten tussen bestaan. De kindertijd en de ouderdom zijn de enige periodes waarin alles mogelijk is. Je hoeft je niet te bewijzen, je bent vrij, in staat authentiek te leven. Je hoeft geen compromissen te sluiten. Ik houd, net als Michel Tournier, erg van symboliek. De kleuren bijvoorbeeld zijn metaforisch voor mijn schrijverspalet: blauw voor de vrede, rood voor de passie, geel voor het geluk, voor de zon.''

Juist die symbolische dimensie ligt er af en toe wat te dik op. Châtelets kracht ligt in haar dubbelzinnigheid, in haar strijdlust verborgen achter het decor van een lieflijk sprookje. ``Ik ga door met mijn strijd tegen de société du paraître'', zegt Châtelet vastberaden, ``al is het voor mij niet eenvoudig mijn eigen vrijheid, mijn eigen ruimte af te bakenen als je voortdurend wordt gezien als `de vrouw van' of `de zus van'. Ik ben universitair docent en al vijfentwintig jaar schrijfster. Ik heb mijn eigen plaats. Ik interesseer me voor politiek, heb mijn broer gesteund ten tijde van de verkiezingen, maar nu houd ik me daar verre van. Ik zou er mijn identiteit door verliezen. Mijn vrijheid zit in die afstand.''

Op 5 juni, 20 uur, geeft Noëlle Châtelet een lezing in Maison Descartes in Amsterdam. Tel. 020-5319500

Noëlle Châtelet: `De dame in het blauw'. Vert. door Théo Buckinkx. De Geus. 125 blz. ƒ24,90

`La femme coquelicot' en `La petite aux tournesols' verschenen bij Ed. Stock.