Gesnuif

Is er op Hemelvaartsdag nog een aardige voetbalwedstrijd op tv, vroeg een kennis mij. Nee, zei ik, en kijk vooral niet naar Jong Oranje, want dat is heel slecht voor je Oranje-gevoel. Ik raadde hem aan in plaats daarvan naar Zeeman-Grunberg te kijken. Tennis, vroeg hij, want hij houdt niet van lezen.

Ik legde hem uit dat Arnon Grunberg een interessante, jonge schrijver is en Michael Zeeman diens vijand. Zeeman, moest ik eraan toevoegen, is een nogal onsappig uitgevallen literaire mandarijn die zichzelf en zijn status veel belangrijker vindt dan de boeken die hij bespreekt. Literatuur is voor hem geen roeping, maar een carrière, en hij misbruikt zijn machtspositie in de media (de Volkskrant, de VPRO-tv) om tegenstanders te liquideren.

Hij heeft het eerder met Joost Zwagerman gedaan, vertelde ik, en ik verwacht dat hij vanavond in zijn boekenprogramma Grunberg te grazen zal nemen bij de bespreking van diens laatste roman, Fantoompijn.

Mag dat zomaar, vroeg mijn kennis. Dat mag zomaar, zei ik. Bij de VPRO maakt men zich erg druk over de programma's van Robbie Muntz, Anil Ramdas en Stephan Sanders, maar Zeeman kan ongehinderd zijn gang gaan.

Had ik te veel beloofd? Gelukkig niet. Zeeman probeerde tijdens zijn inleiding nog zo neutraal mogelijk te klinken, maar zodra enkele van zijn panelleden Bas Heijne, Maarten Doorman zich gunstig over Fantoompijn uitlieten, verloor hij zijn beheersing. ,,Ik hoor gesnuif naast me'', zei Heijne.

We hoorden het niet alleen, we zagen het ook. Drift blijft een bezienswaardig fenomeen. Niets behalve lust – kan zó snel zoveel scheuren veroorzaken in ons dagelijkse masker van wellevendheid. Zeeman werd bleek van woede en begon onsamenhangende kreten te slaken. ,,Iedereen zit maar op die stijl te tamboereren'', riep hij verbitterd, ,,maar volgens mij is het een verzameling van tweehonderd Yasha's (Grunbergs columns in de VPRO-Gids), koddig bedoelde, guitig opgeschreven scènetjes.'' En tegen Heijne: ,,Dit vind jij niet zelfgenoegzaam?'' ,,Het leunt wel tegen Amerikaanse voorbeelden aan...'', probeerde Heijne te sussen, maar Zeeman was niet meer te houden. ,,Dééd het dat maar! Hád het maar de vitaliteit van die Amerikaanse voorbeelden, wás het maar niet zo steriel en zo eindeloos zich herhalend en...''

Naast de camera scheen iemand hem tot rust te manen, want we zagen Zeeman even, bijna onmerkbaar, knikken, maar de adrenaline klotste inmiddels door zijn aderen. We hoorden glasgerinkel hij scheen een glas of een fles om te stoten en de uitroep waarmee hij de discussie afkapte: ,,Over Grunberg zullen we het nooit eens worden, want je hebt mensen met smaak en zonder smaak.''

Ik voelde bijna iets van deernis opkomen. Hoe vaak moest hij de voorgaande dagen niet tegen zichzelf hebben gezegd: ,,Hou je gemak, laat je niet kennen.'' Maar dan breekt het uur van de uitzending aan, en voordat je het beseft hebben rancune en walging bezit van je genomen en ben je een mandarijn geworden die zichzelf op zwavelzuur zet.