Zwijgen tot de bom barst

Het lijkt misschien vergezocht om een actiefilm op de dialogen te beoordelen, en toch zijn die het meest opvallend aan First Blood met Sylvester Stallone. De held zegt in deze eerste Rambo-film namelijk nauwelijks wat. John Rambo, een Vietnam-veteraan die het in een Amerikaans plattelandsstadje aan de stok krijgt met de sheriff, komt in het eerste uur van de film niet verder dan 30 zinnen. Van een uitgesponnen aanleiding tot de mini-oorlog tussen de twee is uiteraard geen sprake. Rambo zegt geen stom woord. De sheriff heeft een hekel aan landlopers. En voor je het weet moet de nationale garde met 200 man komen opdraven.

Geheel in de traditie van Henry Thoreau en Jack London vlucht Rambo het woud in, waar het recht van de sterkste geldt en daar maakt hij, dankzij zijn guerilla-training, korte metten met de plaatselijke politie en later ook met de ingeroepen hulptroepen. In de tussentijd komen alle actiehoogtepunten, die Stallone in latere films tot absurde proporties heeft opgeblazen, uitgebreid aan bod, inclusief de eerste echte `cliffhanger', explosies in alle kleuren, soorten en maten, schietpartijen en achtervolgingen.

Dat Rambo zo weinig zegt, stelt de regisseur Kotcheff voor het probleem dat hij de stilte moet opvullen. Aanvankelijk doe hij dit met natuurgeluiden: onweer, vogels en regen, en met het gezucht, gekreun en gehijg van Rambo. Later is hij van dat probleem af, want dan ontploffen er benzinestations en wapenwinkels.

Er zit zelfs enige humor in de film, al weet ik niet zeker of het ook werkelijk zo bedoeld is. Nadat Rambo de politie onder vuur heeft genomen en minutenlang kogels in het rond vlogen, zegt een van de agenten: ,,Hij heeft een geweer.''

Dat Stallone zo weinig zegt, is het sterkste punt van de film. Wat valt er nog te zeggen als al je kameraden zijn gesneuveld? Dan rest alleen zwijgen. In First Blood wordt dat uitgangspunt consequent volgehouden en tot de finale heeft Stallone niet meer dan 36 zinnen uitgesproken. Dat zwijgen geeft een subtiele spanning, want je vraagt je onwillekeurig af: zal hij wat gaan zeggen of niet?

Na het traditionele afsluitende schietfestijn, barst bij John Rambo de bom en tegen zijn oude commandant schreeuwt, huilt en lispelt hij er een heftige 51 zinnen uit binnen twee minuten. Daarin legt hij al het leed dat hij heeft opgekropt in de zeven jaar sinds zijn terugkeer uit Vietnam. Geheel in stijl eindigt de scene met: ,,Ik praat met niemand. Soms een dag niet. Soms een week. Ik kan het niet vergeten.''

De laatste beelden van de film, als Rambo tussen twee agenten wordt afgevoerd, doen denken aan een klassiek heldenschilderij. Vanaf een laag standpunt zien we Rambo verslagen maar ongebroken staan, zijn handen zijn geboeid (gevouwen?) en bijna zou je vermoeden dat de camera aan de voet van Golgotha staat, in plaats van onder aan de trap van een dorpspolitiebureau.

Wie gezien heeft dat First Blood alle elementen van Stallones latere films al in zich heeft, kan op dat moment niet nalaten te denken: Heer, had het hierbij maar gelaten.

First Blood (Ted Kotcheff, VS, 1982), woensdag, SBS6, 20.30-22.15u.