Van Aartsen steunt de conservatieven in Iran

Minister van Aartsen is in Iran geweest om kritiek uit te oefenen. Van nauwere economische banden wil hij niets weten. Daarmee speelt hij de conservatieven in de kaart die de democratisering proberen terug te draaien, meent Carolien Roelants.

Of minister Van Aartsen het nu erkent of niet: de Islamitische Republiek Iran is het toneel van een uiterst zeldzaam experiment in het Midden-Oosten, een poging tot democratisering. In 1997 werd een hervormingsgezinde president, Mohammad Khatami, gekozen. Afgelopen zaterdag werd een in grote meerderheid hervormingsgezind parlement geïnstalleerd. President en parlement werden gekozen in op zich vrije verkiezingen waarvoor de Iraniërs, mannen en vrouwen, massaal waren opgekomen. De democratisering komt voort uit het volk, dat van hoog tot laag gewoon wat meer vrijheid wenst.

Het is voorlopig een poging tot democratisering. Want in het merkwaardige Iraanse systeem bestaat tegelijk een aantal ondemocratische organen. Zo is er de niet-gekozen Raad van Hoeders van de Grondwet, die de kandidaten voor verkiezingen, op die voor de gemeenteraden na, selecteert. En die de laatste weken met tamelijk gemak nieuw-gekozen hervormingsgezinde parlementsleden diskwalificeerde. Er is de niet-gekozen Raad ter Onderscheiding Van Wat Het Beste Is, die in conflicten tussen parlement en Raad van Hoeders de doorslag geeft. En er is de niet-gekozen Opperste Leider, een hoge geestelijke, machtiger dan de gekozen president, die rechterlijke macht, strijdkrachten, inlichtingendiensten en de staatsradio- en televisie controleert.

De conservatieven in Iran, bewijsbaar een kleine minderheid, zetten alles op alles om de hervormingsgezinde regering te ondermijnen en de democratisering te remmen. Bijvoorbeeld via het proces tegen 13 joden op beschuldiging van spionage voor Israel. De rechterlijke macht heeft de laatste weken voorts 19 hervormingsgezinde bladen een verschijningsverbod opgelegd in een poging de hervormers hun stem te ontnemen. Langzamerhand is ook een aardig aantal prominente activisten gevangen gezet, onder wie geestelijken. Want het is een vergissing te denken dat islamitische geestelijken niet progressief zouden kunnen zijn.

Tot dusverre is het een kwestie van twee stappen vooruit, één achteruit. Het verbod van de kranten is natuurlijk zo'n stap achteruit. Maar de Opperste Leider weerhield uiteindelijk de Raad van Hoeders ervan werkelijk huis te houden onder de gekozen volksvertegenwoordigers, en dat waren in één klap twee stappen vooruit. Want daarmee bewees de Opperste Leider dat hij als het erop aankomt, de volkswil voorrang geeft – en daaraan bestond nogal wat twijfel. En tegelijk kreeg Iran daadwerkelijk een hervormingsgezind parlement naast zijn hervormingsgezinde president, in plaats van het conservatieve parlement dat hem sinds 1997 had tegengewerkt. De nieuwe parlementariërs zijn ervan overtuigd dat dit een goede uitvalsbasis is naar verdere democratische hervormingen.

Vergelijk Iran nu eens met zijn omgeving. In het naburige Afghanistan regeert God door middel van de mannen van de Talibaan die zich gekwalificeerd hebben verklaard om Zijn wil te interpreteren. Het andere buurland Pakistan is sinds vorig jaar een militaire dictatuur. Het koninkrijk Saoedi-Arabië heeft evenmin een parlement, en er is ook geen enkele beweging in die richting. Het emiraat Koeweit kent wel verkiezingen, maar daar mogen vrouwen weer niet meedoen. Het parlement van Bahrein is in 1975 naar huis gestuurd. Een parlement met algemene verkiezingen hebben in de regio alleen Turkije maar dan spreken we over een NAVO-lid en kandidaat-lid van de Europese Unie en Jemen, waar de laatste jaren eerder van ont-democratisering sprake is. Verderop in het Midden-Oosten is het eveneens de dood in de pot. Plezierige vakantielanden als Egypte en Tunesië hebben formeel gezien verkiezingen en een parlement, maar zijn de facto vastgeroeste politiestaten.

Om de opmerkelijke ontwikkelingen in Iran aan te moedigen met politieke en economische steun (en natuurlijk ook in het belang van het eigen bedrijfsleven), hebben tal van westerse hoogwaardigheidsbekleders, presidenten, ministers en onderministers, sinds 1997 bezoeken gebracht aan Teheran. President Khatami zelf heeft Italië en Frankrijk bezocht; hij heeft nu ook uit Duitsland een invitatie ontvangen. Zelfs Grote Satan Amerika heeft zich gematigd-positief uitgelaten over de gebeurtenissen in Iran, en ook zijn sancties tegen de Islamitische Republiek verlicht.

Nu Nederland. Minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen, die een reis naar Iran vorig jaar september nog ,,voltrekt niet opportuun'' vond om redenen van repressie, heeft de afgelopen paar dagen te langen leste Teheran bezocht. Niet om economische investeringen toe te zeggen aan een land waar de werkloosheid even groot is als het verlangen naar meer democratie en normale relaties met het buitenland. Nederland voelt niets voor het aanhalen van de handelsbetrekkingen zolang Iran zijn mensenrechtenbeleid niet verbetert. Van Aartsen bracht alleen `politieke punten' mee: kritiek op het mensenrechtenbeleid, kritiek op de buitenlandse politiek. Hij betitelde dit als steun in de rug van de hervormingsgezinden.

Het was natuurlijk in werkelijkheid koren op de molen van de Iraanse conservatieven, die de hervormers er steeds van beschuldigen de deur open te zetten voor westerse inmenging. En die hopen dat de economische toestand dusdanig verslechtert, dat de bevolking zich weer van de hervormers afwendt. De hervormers hebben westerse investeringen nodig.

De Iraniërs zeggen dat met twee maten wordt gemeten, en ze hebben volstrekt gelijk. Zij wijzen daarbij doorgaans op Saoedi-Arabië, dat weinig last heeft van westerse kritiek, en al helemaal niet van enige westerse aarzeling om handel te drijven. Waarom de Saoedische dictatuur gespaard blijft, legde minister Van Aartsen zelf twee maanden geleden treffend uit. Hij zei toen dat de schendingen van de mensenrechten in Saoedi-Arabië in de Commissie voor de Rechten van de Mens van de VN aan de kaak zouden worden gesteld in een verklaring namens de EU. Een veroordelende resolutie achtte Nederland ,,niet haalbaar gezien het belang van Saoedi-Arabië als 's werelds grootste olieleverancier'', zei hij.

In dit verband is ook China een aardig voorbeeld: minder nog dan Iran een democratie, maar toch geregeld aangedaan door hoge regerings- inclusief handelsdelegaties vorig jaar koningin Beatrix, onlangs nog de kroonprins. Maar een markt van potentieel een miljard klanten laat men niet zo makkelijk over aan de concurrent. Wat dat betreft is het verrassender dat met Tunesië warme economische relaties bestaan. Het economisch belang van Tunesië is voor Nederland tamelijk gering, terwijl het dictatoriaal gehalte er hoog is.

Het is moeilijk precies de vinger te leggen op wat het probleem is met Iran. Een imago van enge, terroristische mullahstaat blijft lang plakken, maar er is meer. Minister Van Aartsen staat onder druk van de Tweede Kamer, die jarenlang is bewerkt door de Mujahedeen-Khalq, de Iraanse gewapende oppositie. De Mujahedeen-Khalq is een bekrompen terreurgroep en geen democratisch alternatief, maar zijn propaganda is altijd effectief geweest. Ook elders in het Westen hebben talloze parlementsleden zich erdoor laten inpakken. Dan is er de druk van de Iraanse asielzoekers, van wie een deel door de Mujahedeen-Khalq wordt gemanipuleerd, in wier belang het is een zo zwart mogelijk beeld van de toestand in Iran te schilderen. En ten slotte is er de lobby van de Israelische ambassade, die niet moe wordt te wijzen op het militaire gevaar dat van de Islamitische Republiek uitgaat.

Misschien. Maar zou een democratischer Iran ook niet een veiliger Iran zijn?

Carolien Roelants is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Carolien Roelants