Top-recreatie Van Aartsen in Iran

Het bezoek van minister Van Aartsen aan Iran had beperkte betekenis. Toch is de bewindsman tevreden.

Een bezichtiging van de moskeeën en paleizen van de Perzische koningsstad Isfahan is niet de slechtste manier om van een verloren dag in Teheran toch nog wat te maken. Dat mocht een troost heten voor minister Van Aartsen en zijn ambtelijke delegatie gisteren, op de tweede en laatste dag van zijn bezoek aan Iran. Recreatie op niveau in bedrijfstijd.

De minister van Buitenlandse Zaken had maandag in Teheran een welbestede dag gehad. Hij had 's morgens wetenschappers en journalisten ontmoet en anderhalf uur een ,,hard en taai'' gesprek gevoerd met zijn collega Kamal Kharrazi. Dat ging onder meer over het mensenrechtenbeleid, het besloten proces in Shiraz tegen van spionage voor Israel verdachte joden, de weer opgelaaide persbreidel en de negatieve rol van Iran jegens het vredesproces in het Midden-Oosten. Later 's middags was hij een kwartier ontvangen door de hervormingsgezinde president Mohammed Khatami, in de vooravond had hij de World Press-tentoonstelling in de Iraanse hoofdstad geopend en later 's avonds de vernieuwde Nederlandse ambassade officieel in gebruik genomen.

Dat dagprogramma kreeg gisteren zowel in de conservatieve Teheran Times als in de hervormingsgezinde Iran Daily veel aandacht, compleet met voorpaginafoto's van Van Aartsen met Kharrazi en Khatami. Kritische boodschappen overgebracht, geen fouten gemaakt, een dag volgens het draaiboek, concludeerden Van Aartsens medewerkers verheugd.

Gisteren waren in het Iraanse parlement de verkiezing van de voorzitter, de derde man van het land, en de commissies plotseling op de agenda beland. De hervormingsgezinde meerderheid was het eens geraakt over de compromiskandidaat Mehdi Karrubi, een 57-jarige geestelijke.

Dus konden Van Aartsens geplande gesprekken met Khatami's broer Mohammed-Reza, die met zijn partij eind februari de grote winnaar was van de parlementsverkiezingen, en diens echtgenote en collega-parlementariër Jamileh Kadivar niet doorgaan.

Want die hadden even iets anders aan het hoofd dan een gesprek met een minister uit Nederland. Andere interessante parlementaire gesprekspartners bleken ondanks driftig getelefoneer niet te krijgen, wat misschien tevens iets zei over de relatieve betekenis van het Nederlandse bezoek.

Hoe dat ook zij, tegen het middaguur had Van Aartsen gisteren moeten besluiten met zijn gevolg dan maar voor een toeristisch bezoek naar Isfahan, zo'n vijfhonderd kilometer zuidelijk van Teheran, te vertrekken. Naar de stad die P.N. van Eyck in Nederland bekend maakte met zijn gedicht over een vergeefse tuinmansvlucht voor de dood (,,Geen dreiging was 't/ Waarvoor uw tuinman vlood/Ik was verrast,/Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,/ Die 'k 's avonds halen moest in Isfahaan.).

Halverwege zijn terugreis, op het vliegveld van Ankara waar bijgetankt moest worden, wilde Van Aartsen gisteravond nog wel een keer toelichten waarom hij toch tevreden terugkijkt op zijn tweedaagse bezoek met kritische boodschappen. ,,Het was goed nu in Teheran te zijn, na de installatie van het parlement en de terugtrekking van Israel uit Zuid-Libanon. Namelijk voor een wederzijdse verkenning, 21 jaar na het begin van de Iraanse islamitische revolutie.''

De minister had maandag ,,niet de indruk gekregen dat de Iraanse regering haar verantwoordelijkheid voor de Hezbollah-beweging in Libanon niet ziet''. Het was hem bijvoorbeeld opgevallen dat zijn collega Kharrazi eigenlijk ,,heel voorzichtig'' had gesproken over de toestand in Zuid-Libanon en Noord-Israel. Maar Van Aartsen wil voorlopig blijven bij de Iran-analyse waarmee hij vorige week de Tweede Kamer overtuigde. Namelijk: voor de Nederlandse regering tot normalisering van de betrekkingen en het aanhalen van de economische relaties met Iran kan besluiten moet er inzake de mensenrechten en de rechtshandhaving in dat land nog veel gebeuren. De rol van de rechters en het beleid jegens de media kunnen de komende tijd aanwijzingen geven of er ,,een trend in goede richting is'', zegt hij. ,,Er is een hervormingsgezinde meerderheid, dat geeft hoop, maar er is nog geen reden onze huidige houding te veranderen.''

Betekent dat nu ook dat minister Brinkhorst (Landbouw) en staatssecretaris Ybema (Export) de komende maanden niet naar Iran gaan? Van Aartsen heeft herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat hij de minister wil zijn die, na een eigen oriëntatie ter plaatse, als eerste bepaalt of de handelsbetrekkingen op regeringsniveau aangehaald kunnen worden. Maar hij blijft inzake Iran toch voorzichtig: ,,Ik breng een verslag en mijn analyse in, daarna is het aan het kabinet om conclusies te trekken''.

    • J.M. Bik