Studeren met Organon

Een studieboek voor studenten geneeskunde lijkt beïnvloed door de farmaceutische industrie. Gaan de banden tussen industrie en wetenschap te ver?

Prominent staat het logo van pilfabrikant Organon op de helblauwe, linnen kaft van de recent verschenen derde druk van het studieboek Obstetrie en gynaecologie (764 pagina's, winkelwaarde 217,50). Niet op de editie die in de winkel ligt. Wel op de exemplaren die Organon gratis verstrekt aan gynaecologen en gynaecologen in opleiding.

Wat heeft Organon te maken met hèt leerboek gynaecologie voor studenten geneeskunde, gynaecologen in opleiding en leerling-verloskundigen? Niets, zegt directeur H. Schikan van Organon Nederland. ,,Organon is marktleider op het gebied van gynaecologie. Wij vonden het gepast het boek aan gynaecologen ter beschikking te stellen. Redactioneel heeft Organon er op geen enkele wijze iets mee te maken.''

Niet direct, misschien wel indirect. De auteur van het hoofdstuk over de pil, seksuoloog H.W. van Lunsen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, was adviseur van Organon toen hij zijn bijdrage aan het boek schreef. Hij vervulde deze nevenfunctie, beloond met één buitenlandse congresreis per jaar, in totaal acht jaar. Ook geeft Van Lunsen regelmatig tegen betaling lezingen voor Organon. Een aantal wetenschappers vindt dat met name zijn standpunten over de zogenoemde derdegeneratiepil wel erg overeenkomen met die van de farmaceutische industrie.

De derdegeneratiepil, onder meer geproduceerd door Organon, is omstreden. Onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik ervan een iets groter risico geeft op diepe veneuze trombose (een bloedstolsel in een beenader) dan de oudere tweedegeneratiepillen. Al jaren woedt hierover een fel debat. Het Farmacotherapeutisch Kompas, de officiële richtlijn van het College voor Zorgverzekeringen voor het voorschrijven van medicijnen, stelt evenals de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap dat artsen de voorkeur moeten geven aan pillen van de tweede generatie. In het leerboek Obstetrie en gynaecologie staat echter dat nog niet duidelijk is of er een verhoogd risico is op trombose. Prof. J.P. Vandenbroucke, hoogleraar klinische epidemiologie in Leiden: ,,Een groot deel van de bekende bevindingen staat er niet in.''

,,Het absolute risico van de derdegeneratiepil is heel klein'', zegt emeritus hoogleraar verloskunde Pieter Treffers. ,,Het betekent niet dat je die niet meer kunt voorschrijven. Maar je moet als arts wel zéggen dat het risico hoger is dan voor een tweedegeneratiepil. Dat zou duidelijk in het boek moeten staan.'' Het boek besteedt ook geen aandacht aan de standpunten van het Nederlands Huisartsen Genootschap en het Farmacotherapeutisch Kompas.

Van Lunsen vindt dat niet nodig. Het Kompas is volgens hem niet meer dan ,,ook een mening. Ik vind die onjuist.'' En de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die stelt dat de derdegeneratiepil iets meer risico geeft en bovendien geen voordeel biedt boven de tweedegeneratiepil? ,,Misschien is die wel bevooroordeeld. De WHO staat bol van de katholieke invloeden en ligt ongeveer naast het Vaticaan.''

Ook de hoofdredacteur van het boek, prof. M.J. Heineman, vindt dat de kwestie zorgvuldig genoeg wordt behandeld. ,,De informatie over de tweede- en derdegeneratiepil komt overeen met het standpunt van de gynaecologenvereniging. De discussie erover is nog niet afgerond.'' Inderdaad zijn er onderzoeken die de derdegeneratiepil in een gunstiger daglicht stellen. Maar die zijn meestal gesponsord door de industrie. Epidemioloog Vandenbroucke heeft aangetoond dat door de industrie gesponsorde onderzoeken lagere risico's laten zien dan niet-gesponsorde.

Is het sowieso verstandig een wetenschapper die banden heeft met de industrie in een studieboek een hoofdstuk te laten schrijven over een beladen onderwerp? Toonaangevende medische tijdschriften uiten voortdurend hun zorg over de verregaande verstrengeling van medische wetenschap en farmaceutische industrie. Academia and industry: increasingly uneasy bedfellows, luidt de kop boven het commentaar in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet van zes mei. Is academic medicine for sale? vraagt het redactioneel commentaar van The New England Journal of Medicine zich af. Dit tijdschrift bood in februari publiekelijk excuses aan nadat een krant had aangetoond dat twee artikelen over medicijnen in het blad waren geschreven door mensen die banden hadden met de fabrikant.

Heineman is van mening dat er wel regels moeten komen. ,,Als ik zelf meewerk aan een cursus, in de VS bijvoorbeeld, vermeld ik altijd mijn eventuele betrokkenheid bij de industrie.'' Heineman heeft de auteurs die bijdroegen aan het studieboek niet gevraagd naar hun banden met de industrie. Bij volgende edities wil hij dat wel doen, en de antwoorden in het boek vermelden. ,,Dan kan de lezer zich een oordeel vormen.'' Voorzitter Van Doorn van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie vindt dat niet nodig. ,,Ik geloof niet in belangenverstrengeling tussen gynaecologen en de industrie. Als een auteur een gekleurd verhaal aflevert, dan zou dat de redactie direct opvallen. Ik vertrouw erop dat iemand, zeker voor een leerboek, zijn functies weet te scheiden.''

Het Organonlogo op de kaft van hun leerboek gaat intussen ook de verdedigers van het boek te ver. ,,Daar wisten noch de redactie noch de auteurs vanaf'', zegt Van Lunsen. ,,Ik vind dat je dat niet moet doen. Het is een leerboek met een onafhankelijke redactie, door onafhankelijke auteurs.'' Van Doorn vindt de boekactie ,,op zich een goed initiatief'', maar het stoort ook hem dat Organon er zo groot op staat. ,,Ik vind dat je het boek zo verkracht. Ik vind het niet helemaal chic.'' Toch een schijn van belangenverstrengeling? ,,Nee. Ik kan me niet voorstellen dat iemand die dat boek krijgt opeens een derdegeneratiepil voorschrijft.''

    • Joke Mat
    • Mariël Croon