Srebrenica was niet te beschermen

Toenmalig minister J. Voorhoeve van Defensie wist al een jaar vóór de val van de moslimenclave Srebrenica in 1995 dat bescherming van het gebied door Dutchbat ,,onuitvoerbaar'' was.

Dat bleek vanochtend bij de ondervraging van Voorhoeve door de parlementaire commissie-Bakker die deelname van Nederlandse militairen aan vredesmissies onderzoekt. Voorhoeve rekende ook niet op luchtsteun als de enclave zou worden aangevallen door Bosnisch-Servische troepen.

De oud-minister zei dat hij en zijn medewerkers vanaf augustus 1994 ,,dag en nacht'' bezig waren geweest om ,,te redden wat er te redden viel''. Voorhoeve beschreef vanochtend uitvoerig hoe hij keer op keer had geprobeerd andere Navo-landen te betrekken bij de verdediging van Srebrenica, om de Bosnisch-Servische generaal Mladic af te schrikken. ,,Het antwoord was steeds: nee, nu niet.'' In de zomer van 1995 werd het gebied, in het oosten van Bosnië, veroverd door Bosnisch-Servische troepen. Duizenden moslims werden geëxecuteerd.

Oud-premier Lubbers en oud-minister van Buitenlandse Zaken Kooijmans verklaarden vorige week dat ze van VN-secretaris-generaal Boutros Ghali in 1993 de garantie hadden gekregen dat Dutchbat kon rekenen op luchtsteun als de enclave werd bedreigd. Ook de Tweede Kamer ging ervan uit dat de VN luchtsteun zou geven, benadrukte het VVD-Kamerlid Blaauw aan het begin van de middag voor de commissie. Voorhoeve zei vanochtend dat hij nooit had geloofd dat die garantie er was, en hij wist ook, zei hij, dat alleen luchtsteun niet genoeg was geweest om het gebied te redden. ,,Er zou ook een aanzienlijke grondoperatie nodig zijn geweest. Met veertig- tot vijftigduizend man.'' Vanaf zijn aantreden in 1994 had Voorhoeve de mogelijkheden onderzocht om een catastrofe te voorkomen. Evacuatie van de veertigduizend moslims uit het gebied, een idee dat al eerder door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR was bedacht, werd door de Bosnische regering in Sarajevo verworpen. Dat zou betekenen dat er werd meegewerkt aan de etnische zuivering. Een luchtbrug naar de enclave werd door de VN te gevaarlijk geacht. Ook werd nog overwogen dat Dutchbat ,,gewoon zou wegrijden'', maar dat was volgens Voorhoeve ,,moreel verwerpelijk'' en onuitvoerbaar: moslims uit Srebrenica zouden het vertrek van de VN-militairen hebben verhinderd. Voorhoeve: ,,Er zat niks anders op dan door te gaan met patrouilleren, in de hoop dat internationaal overleg tot een oplossing zou leiden.''

Over de feestelijke bijeenkomst in Zagreb, na de val van de enclave, zei Voorhoeve dat die ,,nooit had mogen plaatsvinden''. Het was, zei hij, een ,,enorme embarrassment'' voor Nederland.