Run op Roemeense banken gemanipuleerd

In veel Roemeense steden zijn de afgelopen dagen de filialen van 's lands grootste banken belegerd door ongeruste klanten.

Volgens president Emil Constantinescu is er niets aan de hand: alle spaartegoeden van de Roemeense Commerciële Bank (BCR) worden door de overheid gegarandeerd, zei hij maandag. Premier Mugur Isarescu gisteren: ,,'s Lands soevereiniteit en stabiliteit staan op het spel. Paniek en onrust zijn schadelijk. Ik vraag om solidariteit en begrip. De BCR kan voldoen aan alle eisen van de klanten.''

De twee reageerden op de paniek die al dagen talloze spaarders in hun greep heeft. Van Boekarest tot Zalau en van Cluj tot Pitesti en Brasov, overal werden kantoren van de BCR, de als even solide bekendstaande spaarbank CEC en het Nationaal Investeringsfonds FNI belegerd. In Sibiu werd een BCR-filiaal bestormd, in hartje Boekarest legden woedende spaarders het verkeer lam. De spaarders zegden massaal hun vertrouwen in de banken op en eisten hun geld terug voordat het zou blijken te zijn verdwenen. De Roemenen zetten zo massaal hun geld om in dollars dat de koers van de leu kelderde en de wisselkantoren zonder dollars kwamen te zitten. Inmiddels is toegegeven dat het investeringsfonds FNI (dat tot 200 procent rente bood) dubieus is; het heeft alle activiteiten moeten staken. Maar met de moed der wanhoop houden de Roemeense leiders unisono vol dat BCR en CEC solide en betrouwbaar zijn en dat niemand bang hoeft te zijn voor zijn spaargeld.

De plotselinge crisis kwam op een uiterst ongelukkig moment: juist deze week moet het Internationaal Monetair Fonds beslissen over een nieuwe tranche (van 540 miljoen dollar) van de stand by lening aan Roemenië. Zonder die geldinjectie raakt Isarescu in problemen bij de voortzetting van het hervormingsbeleid.

Het lijkt geen toeval, die paniek in combinatie met het ongelukkige moment. En het is ook zo goed als zeker geen toeval. De paniek komt manelijk niet uit de lucht vallen: de ongeruste spaarders reageerden met hun run op de banken op anonieme telefoontjes waarin was verteld dat ze hun geld kwijt waren tenzij ze het snel zouden opnemen.

Waar die telefoontjes vandaan komen ligt óók voor de hand, al kan vooralsnog niemand het bewijzen. Roemenië beleeft een verkiezingsjaar. In de herfst kiezen de Roemenen een nieuw parlement en een nieuwe president. Alles in de politiek staat al maanden in het teken van die verkiezingen. De spanningen tussen de regeringspartijen en de oppositie lopen hoog op, de wederzijdse beschuldigingen worden vinniger en kwader en het niveau van het politieke debat zakt gestaag. Zo kan (bijvoorbeeld) Ion Iliescu, ex-president, oppositiechef en leider van de ex-communistische PDSR, zijn rivaal Constantinescu beschuldigen een aanslag met bacteriologische wapens op hem voor te bereiden en kan Constantinescu Iliescu verwijten ,,op steeds infantielere wijze documenten te vervalsen''.

Iliescu is de afgelopen weken in grote moeilijkheden gekomen door een juridisch onderzoek, in Frankrijk begonnen en in Roemenië voortgezet, naar de grootscheepse witwas-, oliesmokkel-, fraude- en verduisteringspraktijken van een Franse zakenman van Roemeense afkomst, Adrian Costea. Deze Costea is een oude vriend en adviseur van Iliescu, die hem en zijn vrouw in 1993, toen hij president was, voorzag van een diplomatiek paspoort en de titel ambassadeur. Nog in 1996 liet Iliescu een van Costea's Franse bedrijven de verkiezingsaffiches drukken (die vervolgens in tien vrachtwagens naar Roemenië werden gesmokkeld). Het Costea-schandaal heeft de agressieve Iliescu danig in het defensief gedrongen.

Constantinescu heeft de inlichtingendienst op de anonieme telefoontjes gezet. Menig waarnemer, uitgaande van de oude vraag cui bono, wie heeft er baat bij, neemt aan dat Iliescu's PDSR (of een van haar extreem-nationalistische bondgenoten) de bankpaniek rond de BCR en de CEC op gang heeft gebracht. Het politieke dividend van de anonieme telefoontjes is niet gering. De run op de banken leidt de aandacht af van het Costea-schandaal (een op de twee Roemenen vindt dat Iliescu in de zaak vuile handen heeft), onderstreept het extreme gebrek aan vertrouwen van de Roemenen in hun economie, schept een instant-chaos die Isarescu in grote problemen brengt en heeft het IMF inmiddels tot uitstel van de beslissing over de lening van 540 miljoen dollar bewogen. Het IMF geeft de lening als de chaos luwt, maar de politieke schade is dan al aangericht.

    • Peter Michielsen