Rijksmuseum krijgt Duitse pronkkast

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft zichzelf ter gelegenheid van zijn 200-jarig jubileum een 17de-eeuws, volledig met ivoor gefineerd pronkkabinet cadeau gedaan.

De kast, van 80,5 bij 69 centimeter, is gedecoreerd met 26 mozaïeken van halfedelgesteente, die op deurtjes en laden in een scala aan bonte kleuren vogels en bloemen laten zien.

De Nederlandse Sponsor Loterij financierde de aankoop van 2,5 miljoen gulden, gedaan bij de Britse kunsthandel. De aanwinst heeft een ereplaats gekregen in de vandaag heropende schatkamer van het Rijksmuseum. Daar hebben edelstenen, zilver, juwelen en andere objecten, die vorsten veelal in kunstkabinetten als deze bewaarden, nu aanzienlijk meer ruimte als voorheen. ,,Van de ongeveer twintig soortgelijke kasten die het Rijksmuseum al bezit, is dit ons grootste pronkstuk'', vertelt Reinier Baarsen, hoofd van de afdeling beeldhouwkunst en kunstnijverheid. ,,Gave, barokke kabinetten als deze duiken zelden nog in de internationale kunsthandel op. Vaak werden de plaquettes van lapis lazuli en andere versieringen later verwijderd om er meer modieuze zaken zoals toiletdozen mee te versieren.''

Baarsen ontdekte de kast al 1995 op een Londense veiling. Een Britse familie had het stuk decennialang ergens op een landgoed staan. In plaats van de geschatte 20.000, betaalde een Londense antiquair er 550.000 Britse ponden voor, en dat bedrag kon het Rijksmuseum toen niet opbrengen. Pas nadat de antiquair een grondige schoonmaak en ,,ongelofelijk goede restauratie'', aldus Baarsen, had laten uitvoeren, kwam naar voren dat de kast in 1665 in opdracht van een Beierse hertog in Augsburg was gemaakt, vermoedelijk door Melchior Baumgartner.

De mozaïeken werden aangeleverd door een in die tijd beroemde hofwerkplaats in Florence. Ze verbeelden behalve tulpen, gentianen, anemonen en narcissen, ook papegaaiachtige fantasie-vogels. Het beslag van de kast is van verguld zilver en brons, terwijl interieur en achterzijde met een geometrisch inlegwerk van exotische houtsoorten zijn gedecoreerd. Of de zestien geheime laden ook werkelijk dienst deden als opbergplaats voor naturalia en andere kostbaarheden, wordt betwijfeld. Vermoedelijk pronkten de vorsten alleen met het uiterlijk. Een museum in München bezit twee gelijkende kasten, en het exemplaar van een Milanees museum ,,is een ruïne'', aldus Baarsen, omdat de mozaïeken werden gesloopt.

    • Marianne Vermeijden