Reis naar Zwitserland (4)

Najaar 1942. Ida en ik zitten in de trein van Clermont-Ferrand naar Lyon. Dit traject ligt in de `onbezette zone', het deel van Frankrijk dat op dat ogenblik nog een eigen regering heeft. Maar volgens de geruchten gaat het Duitse leger binnenkort het hele land bezetten. We moeten hier dus weg, naar Spanje of desnoods naar Zwitserland.

In Lyon hebben we een contactadres, monsieur Jacquet. Zijn kantoor heeft het air van een consulaat; op de buitendeur staat `Office néerlandais' en in de wachtkamer zit een twintigtal mensen. Als we aan de beurt zijn, doet monsieur Jacquet zich kennen als een welwillende, maar zeer gedecideerde ambtenaar. Voor ons geval is Zwitserland het beste, oordeelt hij, en er volgen meteen complete reisinstructies. We moeten de trein naar Annecy nemen, dan die en die bus, daar en daar uitstappen, dan die en die boerderij vinden. Daar worden we dan wel verder geholpen. Hij geeft ons zelfs wat geld mee. `Bonne chance! Volgende klant.'

De reis verliep volgens plan, maar na het uitstappen uit de bus, ergens op een stikdonkere bergweg, ging het bijna mis. Samen met ons stapte nog iemand uit. `Aha, jullie willen naar Zwitserland. Ik zal jullie wel brengen.' We ontkenden, maar hij bleef aanhouden. Kennelijk een mensensmokkelaar op zoek naar klanten. Om ons lekker te maken, nam hij ons mee naar de rand van de weg. Daar keek je in een pikzwarte afgrond, maar in de diepte zag je Genève liggen, een flonkerende schijf met duizenden dansende lichtjes. Na meer dan twee jaar wonen in een mistroostige verduisterde wereld herinnerde ik me ineens weer hoe charmant een grote stad er in de avond kan uitzien. Ik zal dat ogenblik nooit vergeten.

Het lukte ten slotte om de passeur af te schudden en de boerderij te vinden. Daar kregen we, voor het eerst sinds lange tijd, flink te eten. Borden vol schorseneren; ik proef ze nog. Daarna werd het ernst. Kruipend door een greppel moesten we de Franse schildwachten ontwijken om vervolgens drie Zwitserse versperringen (geen prikkeldraad) te `nemen'. Het lukte allemaal, maar daarna had de Zwitserse grenspolitie ons al gauw te pakken. En daarmee stonden we voor een probleem van heel andere aard. Volgens de geruchten lieten de Zwitsers elke maand maar één categorie vluchtelingen binnen. De ene maand waren dat bijvoorbeeld ontvluchte krijgsgevangenen, de volgende maand zwangere vrouwen, of joden, of politieke refugiés. We wilden best een beetje liegen om onze kansen op toelating te vergroten, maar het systeem was geheim, zodat niemand wist welke categorie die maand aan de beurt was. Ida en ik besloten te gokken op `zwangere vrouw', omdat het wel een paar dagen zou kosten om dat te controleren. Die adempauze konden we dan gebruiken om uit te vinden welke draai we het beste aan ons verhaal konden geven. Maar al die slimmigheid was overbodig. Na enkele dagen kregen we te horen dat we mochten blijven omdat Ida inderdaad zwanger was.

Monsieur Jacquet heeft na de oorlog een Nederlandse onderscheiding gekregen. Postuum, want hij was na de bezetting van Lyon gefusilleerd.

(Slot)

    • Harry Cohen