Protestantse meubels

Nederland bestáát in de wereld van het design. Niet in de laatste plaats door het werk van het ontwerpersplatform Droog Design. Sober en onverwacht zijn de trefwoorden bij een scala aan kasten, stoelen en andere interieurattributen. Na Milaan is er nu een expositie in de Rotterdamse Kunsthal.

Een van de opmerkelijkste bijdragen op Do Create – het nieuwe project van Stichting Droog Design – is de Do Hit van Marijn van der Poll. Do Hit bestaat uit een vierkant blok metaal en een zware voorhamer. Het is de bedoeling dat de gebruiker ervan net zo lang op het metaal inslaat totdat de door hem of haar gewenste vorm een stoel, een boekenplank, een plantenbak ontstaat.

Uit dezelfde catalogus – waarin tien ontwerpers met zestien producten staan – een vaas om mee te gooien, de Do Break van Frank Tjepkema en Peter van der Jagt. De binnenwand van siliconen en rubber voorkomt dat de gebarsten porseleinen buitenwand uit elkaar valt op het moment dat de vaas de muur raakt. De agressie van de werper is bepalend voor het craquelé dat zo ontstaat.

Do Create werd afgelopen maand gelanceerd op de prestigieuze meubelbeurs Salone del Mobile in Milaan en is tot en met 3 september te zien in de Rotterdamse Kunsthal. ,,En dat terwijl we in 1993 heel onschuldig begonnen met niet meer dan dertien producten'', zegt Renny Ramakers. De kunsthistorica en oud-hoofdredacteur van het blad Industrieel Ontwerpen is samen met ontwerper Gijs Bakker, tevens hoofddocent aan de Academie voor Industriële vormgeving in Eindhoven, de oprichter van en drijvende kracht achter Droog Design.

Ramakers is net terug uit Jeruzalem, haar partner is alweer afgereisd naar Genève. Dit jaar alleen al staan lezingen in onder andere Japan, de VS, Ierland en Canada op het programma.

Het reisschema is indicatief voor het succes van Droog Design. De stichting heeft Nederland als internationale designgrootmacht op de kaart gezet. Niet alleen figureren de producten met het cartouche-vormige label op de pagina's van alle vooraanstaande designbladen, ze zijn ook met regelmaat te zien in musea van formaat zoals het Museum of Modern Art in New York. Het Centraal Museum in Utrecht kocht zelfs de volledige collectie. Ook de Raad voor Cultuur erkent het belang van Droog Design, getuige het positieve subsidie-advies in het onlangs bekend gemaakte kunstenplan.

De stichting debuteerde in 1993 met producten van gerecyclede en eenvoudige materialen, presenteerde zich twee jaar later met de allernieuwste kunststoffen en stortte zich in de daarop volgende jaren op de toepassingen van porselein en ambachtelijke productieprocessen. Volgens Ramakers wordt consequent gewerkt vanuit een concept. Ontwerpers beginnen met een idee en geven daar zo rechttoe-rechtaan mogelijk invulling aan. Die houding levert sobere, kale voorwerpen op: kasten gemaakt van sloophout of sinaasappelkisten, een stoel opgebouwd uit samengeperste vodden, lampen geconstrueerd uit melkflessen. Ornamenten en versiering zijn extra's en daarom overbodig: de meubels zijn op en top droog. Maar niet zonder charme en aantrekkingskracht.

,,Veel van deze met basale middelen gemaakte producten hebben een dubbele lading'', zegt Ramakers. ,,Neem de 85 lampen-lamp van Rody Graumans. Elke lamp is gemaakt van een snoertje, een peertje en een kroonsteentje, heel basaal. Maar door het 85 keer te herhalen is het niet basaal meer, het is een rijk product geworden. Dat is de paradox die eigen is aan Droog Design. Het is stijlloosheid die toch een eigen handschrift, misschien wel een eigen stijl, oplevert. Onbenoembaar, maar wel herkenbaar.''

De Italiaanse designpaus Andrea Branzi benoemde de stroom nieuwe Nederlandse ontwerpen wel en bestempelde Droog Design als `protestantisme'. De ontwerpen hebben in hun spaarzaamheid en nuchterheid inderdaad iets calvinistisch. De titel van de allereerste Droog Design-expositie, `Een middag gewoon doen', onderstreept dat. Op die in februari 1993 in Paradiso gehouden tentoonstelling stond ook de boekenkast van Jan Konings en Jurgen Bey, gemaakt van papier en ongelakt hout. ,,`Mooi concept, maar hij is niet vormgegeven', zei een bezoeker toen'', herinnert Ramakers zich. ,,Onbehandeld hout en afbladderende verf werd niet door iedereen als vormgeving gezien. Tejo Remy, een van de ontwerpers, reageerde heel direct op die kritiek. Hij zei `Maar ik wil ook niet vormgeven'. Natuurlijk is wat hij doet wel vormgeven, alleen een heel erg ingehouden manier van vormgeven. Wat hij bedoelde, en wat terug te vinden is in alle Droog Design-ontwerpen, is: `Ik wil niet stylen, ik wil niet alles gladstrijken, geen design met een grote D maken'. Het was een opstand tegen wat toen Design heette.''

Door te kiezen voor meubilair dat bewust niet mooi is, zette Droog Design zich af tegen de overdadige luxe en hyperesthetiek van de jaren tachtig. Tot het einde van dat decennium waren de designnormen gedicteerd door Italiaanse designbureaus als Alchimia en de Memphis-groep, die uitbundigheid, veelkleurigheid en wulpse vormen voorstonden. Droog Design zette de luxe overboord en ging `terug naar de basis'. Ze voelde daarmee perfect de tijdgeest aan; de consument had genoeg van alle glamour en glitter en hunkerde naar eerlijk en sober ontwerp. Het gebruik van recyclebaar materiaal in de eerste collectie sloot bovendien aan bij het toegenomen bewustzijn over omgang met de natuurlijke omgeving. Het in 1997 verschenen boek over het ontwerpbureau heette dan ook zeer toepasselijk `Droog Design: Spirit of the Nineties'.

Ramakers: ,,De grote verdienste van de Memphis-groep en aanverwanten is dat ze de symboliek weer een plaats hebben gegeven in design. In plaats van alleen maar de gebruiksfunctie van een product te benadrukken, hebben ze gekeken naar de emotionele relatie tussen de mens en het product. Droog Design was overigens niet de eerste die `terug naar de basis' ging. Maar de producten die wij presenteerden vertolkten het basale wel op een heel eigenzinnige wijze''.

Het gevaar dat de idealen verwateren, ligt ook op de loer voor Droog Design. Ramakers beseft dat. ,,Vooral een paar jaar geleden kwamen erg veel ontwerpers bij ons langs met ontwerpen die ze presenteerden als `typisch Droog Design'. Maar dat waren bijna altijd imitaties van dingen die we al eerder hadden gedaan.''

Wat de imitatoren volgens Ramakers vergaten was het belang van een concept. Uit de Droog Design-producten moet altijd een idee spreken, ze moeten een vraag opwerpen, een discussie aanzwengelen. ,,Gebruiksfunctie hoort wel bij een product wij hebben geen dingen in de collectie die nergens voor gebruikt kunnen worden maar het is niet het uitgangspunt. Ook of iets makkelijk in serie te produceren is, speelt bij ons geen rol. Daarin verschillen wij van de conventionele ontwerpbureaus, waarvoor het gebruik en de efficiëntie van het productieproces vooropstaan. Wij richten ons ook niet naar de markt. Wij zijn niet commercieel. Door industrieel ontwerpers wordt daarom wel eens gezegd dat wij geen design presenteren, maar beeldende kunst. Maar dat vind ik onjuist. De producten die wij laten zien, zou ik niet willen bestempelen als beeldende kunst, al weet ik niet precies waar de grens ligt tussen design en beeldende kunst.''

Droog Design voldoet niet aan het klassieke beeld van een ontwerpbureau met een vaste club ontwerpers die exclusief voor een merk werkt. Het bureau bemoeit zich niet eens met de productie en distributie van de producten; dat doen de ontwerpers zelf of het in Voorburg gevestigde bedrijf DMD. De naam Droog Design staat voor de verzameling door Bakker en Ramakers samengebrachte producten, niet voor de los-vaste groep ontwerpers voor wie Droog Design een presentatieplatform is. Geen collectief, maar een collectie dus.

Van sommige ontwerpers, zoals Richard Hutten of Hella Jongerius, is een groot deel van hun oeuvre onderdeel van die collectie. De meeste designers kunnen slechts incidenteel hun producten presenteren onder de vlag van Droog Design.

Voor alle nieuwe ontwerpen geldt hetzelfde: de Salone del Mobile in Milaan is de toetssteen. In de tien dagen dat de meubelbeurs duurt, moet een ontwerp zich bewijzen. Ramakers: ,,Soms is dat ook de eerste keer dat Gijs en ik de definitieve uitvoering van een ontwerp zien. Gedurende de tentoonstelling zie je geleidelijk hoe sterk een ontwerp is en hoe het zich verhoudt ten opzichte van het geheel. Dingen waar ik in het begin erg enthousiast over was, blijken me dan na drie dagen de keel uit te hangen. Dan is het ontwerp blijkbaar toch te dun.''