Netwerk voor kleine organisaties

`Wereldwijde projecten' moeten op EXPO 2000 laten zien hoe de samenleving op verantwoorde wijze kan worden ingericht. Maar de Nederlandse deelnemers tasten enigszins in het duister.

IN HANNOVER is een nieuw element toegevoegd aan het fenomeen wereldexpositie: Projects Around the World, ofwel Wereldwijde Projecten. Onder die noemer zijn, na een selectieprocedure door een internationale jury, 767 projecten uit 123 landen geadopteerd, waaronder drie uit Nederland. Wereldwijde Projecten laat volgens de organisatoren zien hoe men er op allerlei plekken in de wereld in slaagt op duurzame, ecologisch en/of sociaal verantwoorde wijze de samenleving in te richten. De projecten vervullen een voorbeeldfunctie; ze laten zien hoe in de praktijk problemen binnen de driehoeksverhouding mens-natuur-technologie het hoofd wordt geboden. Dat is althans de boodschap die de organisatie van EXPO 2000 uitdraagt op haar website en in diverse informatiefolders.

Deelnemers meldden zich de afgelopen jaren massaal aan. Onder anderen bij Uti Miszvicki, die bij de Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit, onderdeel van EXPO 2000, verantwoordelijk is voor de inzendingen. Verwachtte Miszvicki te eindigen met 300 projecten; het werden er uiteindelijk 767, waarvan 487 internationale en 280 Duitse. De projecten hebben zeer uiteenlopende thema's, zoals voeding, gezondheid, solidariteit en energie. Het grootst in aantal zijn de ecologische projecten: 137 stuks.

Naast de officiële verklaringen over het doel van Wereldwijde Projecten wordt binnenskamers wel gezegd dat dit onderdeel is opgericht om op de Wereldexpositie een plek te creëren voor niet-overheidsinstellingen, de zogenoemde NGO's. Miszvicki zegt nog wat anders: ,,Ons voornaamste doel is dat vooral kleinere organisaties een actief, internationaal netwerk kunnen opzetten.''

De drie Nederlandse deelnemers, hoe vereerd ook wegens de toelating, zeggen niet precies te begrijpen wat de organisatie van hen verwacht. In de eerste, wervende brief van de Deutsche Gesellschaft stond dat men van alles kon organiseren rondom het eigen project, zoals een expositie. Twee van de drie deelnemers vingen echter bot toen zij hierover contact zochten met de organisatoren in het Nederlandse paviljoen. Hun werd schriftelijk te kennen gegeven dat hun project ,,onvoldoende aansloot bij de andere exposities''.

Volgens Miszvicki is er echter ,,geen sprake van dat je toestemming nodig hebt om te kunnen exposeren''. Daar blijkt zij gelijk in te hebben: op de Wereldexpositie kan men op diverse plekken zonder ballotagesysteem exposeren, zij het tegen hoge kosten. De enige Nederlandse deelnemer aan Wereldwijde Projecten die exposeert, de organisatie Crossborder, heeft één miljoen gulden begroot voor haar multimediale expositie. En ook Crossborder, dat de kosten slechts kan financieren dankzij een subsidie van het Europese fonds Interreg, rept van onduidelijke procedures en een grillige organisatie.

De adoptie door Wereldwijde Projecten leverde de twee andere Nederlandse deelnemers, Hogewey en Paques, uiteindelijk één A-4'tje over hun project op, tekst die op de website en in de catalogus is te vinden. En zelfs daar zijn problemen over. Eén van de deelnemers: ,,Toen ik onze tekst voor de eerste keer op de site zag, dacht ik: dit kan niet waar zijn! Hij was herschreven door de Duitse organisatie en er stonden ineens allerlei fouten in. Het is duidelijk dat er een aanzienlijke kreukelzone bestaat bij Wereldwijde Projecten.''

Miszvicki kan zich ,,de verwarring rond de communicatie voorstellen''. Over de selectie van deelnemers voor het Hollandse paviljoen kan zij echter geen oordeel vellen – dat is niet haar gebied. Maar ze merkt op dat meer dan de helft van alle deelnemers aan Wereldwijde Projecten er in is geslaagd ,,op deze of gene locatie'' een expositie te organiseren.

    • Rentsje de Gruyter