Knuffelvariaties

Sstressie, Lurkje, Freaky, Hummol, Kiki, Thermo Fledder, Wiwi, Nakkie, Drewl en Drabbe. De tijd dat een knuffel nog gewoon Teddy, Konijn of Lijsje heette, is definitief voorbij. Wat de nieuwste generatie knuffels wel met hun weinig opzienbarend genaamde voorgangers gemeen heeft, is dat ze gemaakt zijn van kindvriendelijk, want zacht en duurzaam, materiaal.

,,Er zat bij de 170 inzendingen maar één ontwerp gebaseerd op de energie van een batterij'', constateert het juryrapport van de HEMA ontwerpwedstrijd met tevredenheid. De dertiende editie van deze designcompetitie voor studenten van ontwerpopleidingen, die na jaren met huishoudelijke thema's als fluitketels en klokken dit keer koos voor het onderwerp `knuffel', leverde dus geen wagonladingen plassende en `mama' blèrende poppen op. De vijftig ontwerpen die tot en met 17 september te zien zijn in het Centraal Museum in Utrecht vallen vooral op door hun ogenschijnlijk simpele vormen en door hun hoge aaibaarheidsfactor.

Ook de winnaar van de prijs – ƒ5.000 en opname in het assortiment van de gewoonste zaak van Nederland blinkt uit in soberheid en directheid. Moki van Toya Verberne is een driedimensionale kindertekening. Het wezen bestaat uit een vriendelijk lachend hoofd zonder neus waaraan twee slungelige benen met aandoenlijke klompvoeten hangen. De archetypische `koppoter' laat zonder morren zijn benen in een knoop leggen of zich aan zijn extremiteiten meeslepen naar kinderstoel of zandbak. Moki heeft alle kenmerken van een goed doordacht ontwerp: simpel doch verrassend, duurzaam en met een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit.

Maar Moki's concurrentie was ook niet mis. Wat opvalt op de Utrechtse tentoonstelling is het hoge aantal conventionele beesten. Tussen de draakjes en andere fantasiedieren, staan ook Froetel de mol, Bwieb het konijn en Batty, een vleermuis met het gezicht van een Freggle. De abstracte kant van het vormenspectrum wordt vertegenwoordigd door onder meer Moa, een frisbee met goedaardige gezwellen, en Snoosh, de harige amoebe-familie die goed was voor een eervolle vermelding.

Sommige ontwerpers hebben bewust ingespeeld op de educatieve waarde van een knuffel. Zo maakt de Poele Poelie van Janske Megens veel duidelijk over actie en reactie: als het kind aan een van de felgekleurde armpjes trekt schuift het armpje aan de andere kant dichter naar het lichaam. De conceptueel sterke Ik verkleurt als ik scheur, een veelkleurige stapel los aan elkaar genaaide lapjes stof in de vorm van een hond fungeert als een toverbal van textiel.

De mening dat de jeugdige gebruiker zelf ook nog iets aan de knuffel moet kunnen toevoegen wordt, getuige de vele variaties op de handpop, breed gedeeld. Die actieve bijdrage hoeft niet altijd een fysieke te zijn, zoals het Knuffelkussen van Sjaske van Kuijeren bewijst. Dit op antroposofische leest geschoeide ontwerp, dat werd gewaardeerd met de tweede prijs, is zo kaal het is niet meer dan een kussen met een minimaal gezicht en een paar subtiele plooien dat het zich leent voor projectie van de wildste kinderfantasieën.

Toch geloven de meeste prijsvraagdeelnemers in het stimuleren van concrete kindercreativiteit. Zowel bij Schatje als Bobbel de kleurenknuffel – de eerste een conventionele pop, de ander een vormeloze blob, beide uitgevoerd in blanco stof – is een setje viltstiften bijgevoegd. Maar Beertje Beton spant de kroon. Deze inzending bestaat uit een zakje cement en een mal die de gebruiker in staat stelt zelf een stevige teddybeer te produceren. Maar wellicht is dit speelgoed meer geschikt voor kinderen die het knuffelstadium ontgroeid zijn en aan het doe-het-zelven zijn geslagen.

Ontwerpen voor dertiende HEMA ontwerpwedstrijd. Te zien t/m 17 sept in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Open: di t/m zo 11-17u.

    • Edo Dijksterhuis