Jonge grafschenners hebben `veel spijt

,,Ik vind het héél erg verschrikkelijk wat we toen hebben uitgehaald. Ik heb er nog eens goed over nagedacht en ik weet het zeker: dit zal nóóit meer gebeuren. Zo stom zijn we niet.'' De 19-jarige Paul A. uit Schinveld kan de haren wel uit zijn hoofd trekken, zoveel spijt heeft hij ervan dat hij vorig jaar in Heerlen en Sittard met een vriend en twee vriendinnen 250 graven vernield heeft.

Gisteren stonden de vier terecht voor de rechtbank in Maastricht. Paul bij de politierechter – hij is meerderjarig – en de drie anderen achter gesloten deuren bij de kinderrechter. Ten tijde van de vernielingen waren ze 15, 16 en 17 jaar. De vier kregen werkstraffen van 120 tot 140 uur, moeten deelnemen aan curcussen sociale vaardigheid en omgaan met vrienden, en dienen de schade te vergoeden.

Waarom ze het gedaan hadden, wilde de rechter mr. T. Gerbranda van Paul weten. We wilden ons afzetten tegen het christendom, bevestigde Paul die daar weinig meer aan had toe te voegen. ,,Het christendom mag zich op allerlei manieren uiten, maar als je iets over satanisme wilt vertellen, dan kan dat niet'', had één van de vrienden tegen de politie gezegd. Daar hadden ze zich vorig jaar vrijwillig gemeld. De vier – zwarte kleding, zwarte haren – zijn liefhebbers van black metal, een muziekstroming die koketteert met het satanisme.

Op de kerkhoven waren stenen van joodse graven omgetrokken en kruisen van oorlogsgraven, kindergraven en graven van nonnen vernield. Uit een urnenmuur waren urnen gehaald. Uit een urn was de as verstrooid. Her en der werden satanische tekens en spreuken geklad. Tegen de politie zei één van de vrienden: ,,Ik zeg u dat wij daar als beesten tekeer zijn gegaan.''

Volgens officier van justitie mr. M. Hendriks maakten de vier deel uit van een subcultuur met eigen kleding en muziek. De inspiratiebron voor de vier was volgens haar de black metalmuziek.

Hendriks: ,,Die kan gezien worden als de wieg voor hun opvattingen over occultisme en satanisme. Jongeren zijn daar gevoelig voor in hun puberteit. In deze beperkte subcultuur konden opvattingen tot in het extreme worden doorgevoerd, zonder rekening te houden met de gevoelens van anderen.''

Advocaat R. Corten van Paul A. vond alle aandacht voor het satanisme overdreven. ,,Als je terugkijkt kun je zeggen dat de jongeren elkaar hebben opgezweept'', zei de raadsman. ,,Van satanisme is geen sprake. Ze lieten zich opzwepen in de groep. Niemand had de moed om te zeggen: waar zijn we nu in hemelsnaam mee bezig.''