Humorvolle nieuwbouw van Openluchtmuseum

Iemand heeft wel eens beweerd dat humor en architectuur niet samengaan. Het onlangs geopende nieuwe entreegebouw van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is een weerlegging van deze bewering: het is op zijn minst goed voor een paar glimlachen.

Wie van het nieuwe parkeerterrein naar het museum loopt, ziet als eerste een raadselachtig, donkerbruim monster tussen de bomen opdoemen. Het is alsof de architecte van het entreepaviljoen, Francine Houben van het Delftse architectenbureau Mecanoo, een parodie heeft gemaakt op het soort hedendaagse architectuur waarover de klacht luidt dat de ingang zo moeilijk is te vinden. Het gesloten koperen bouwwerk heeft namelijk helemaal geen entree en doet zich voor als een volkomen onherbergzame kolossale zwerfkei.

Achter de koperen zwerfkei stuit de bezoeker op een muur met een lengte van maar liefst 143 meter. Een lange muur als entree – ook deze tegenstelling heeft wel iets grappigs, al gaat het hier niet om een soort Berlijnse muur die de overgang moet beletten, maar om de mooiste muur van Nederland. Als ode aan de typisch Nederlandse baksteenarchitectuur heeft Houben er allerlei verschillende baksteensoorten en metselverbanden in verwerkt. Houben heeft ze niet alleen `gesampeld' uit het werk van beroemdheden als Berlage, Dudok en Mecanoo zelf, maar ook uit anonieme Nederlandse bouwwerken. De kleuren van de bakstenen, variërend beige tot knalblauw en van roodbruin tot bruinzwart, en de verschillen in textuur van de metselverbanden geven deze muur het voorkomen van een schitterend wandtapijt.

De muur is niet de laatste verrassing. Bezoekers kunnen het museum alleen betreden door openstaande schuifdeuren in de muur, maar daarachter ligt niet de lang verwachte buitenruimte van het openluchtmuseum, maar eerst nog de binnenruimte van de grote entreehal met een geheel glazen achtergevel. Van hieruit heeft men een prachtig uitzicht op een grote weide die wordt omzoomd door molens en andere historische gebouwen van het Openluchtmuseum.

Natuurlijk werkt humor in de architectuur maar één keer. Dit is dan ook vaak een probleem bij echte pretpark- en Las-Vegas-architectuur. Wie de grap van bijvoorbeeld het als Manhattan vermomde casino New York New York in Las Vegas heeft gezien, hoeft er nooit meer naar terug. Maar het entreegebouw van het Openluchtmuseum is superieure pretparkarchitectuur, die ook waarde heeft als de grappen zjn uitgewerkt.

Het entreepaviljoen van Mecanoo is een gebouw vol mooie contrasten, tussen de krommingen van de zwerfkei en de hoekigheid van het eigenlijke entreegebouw bijvoorbeeld. Of tussen de ijlheid van de glazen gevel van het paviljoen en de zware dakoverstek, die als een gigantische zonneklep werkt. Of tussen het strakke beton van de vloer van de entreehal en de ouderwetse keien van het toegangspad dat er dwars doorheen loopt. Of tussen de bakstenen van de lange muur buiten en het hout dat het interieur van het paviljoen overheerst.

Het gebouw kent ook een scherpe tegenstelling tussen een boven- en een onderwereld. Tegenover de ruime, lichte entreehal boven staat een ondergrondse verdieping beneden, met twee niet door wisselend daglicht gehinderde expositieruimten. Hier, in het ondergrondse, bevindt zich uiteindelijk ook de toegang tot het koperen, gewelfde gebouw. Het blijkt geen onherbergzame zwerfkei, maar het omhulsel van de nieuwe museumattractie HollandRama, waarin hedendaagse kermistechniek en ouderwetse 19de-eeuwse panorama's zorgen voor een contrast waar Mecanoo's entreegebouw volmaakt bij past.

Gebouw: entreepaviljoen en HollandRama van het Nederlands Openluchtmuseum. Ontwerp: Mecanoo/Francine Houben. Opdrachtgevers: Nederlands Openluchtmuseum en Rijksgebouwendienst Directie Oost. Bouwkosten: 16 miljoen gulden. Ontwerp: 1991-1998. Bouw: 1999-2000