Het sociaal engagement van een herenboer

Woord en daad. De zoektocht van Derk Roelfs Mansholt naar een betere samenleving (Assen, 1999) Groninger Historische Reeks, deel 19;

Auteur: Hilde Krips-van der Laan,

Uitgever: Van Gorkum

328 blz.; ISBN 90 232 3436 7

Als er één streek is die in ons collectief geheugen gegrift staat als de plek waar de klassenstrijd in volle hevigheid gevoerd werd, dan is dat wel Oost-Groningen. Deze regio grossierde in langdurige stakingen, geleid door militante vakbondsmensen, nergens behaalde de CPN zo'n hoog percentage stemmen als hier en het bevreemdde eigenlijk niemand dat hier de installatie plaatsvond van de eerste communistische burgemeester in Nederland. Bij het zoeken naar verklaringen waarom Oost-Groningen de vooruitgeschoven barricade van de klassenstrijd werd, wordt bij herhaling gewezen op de enorme tegenstelling (op alle gebieden) die er bestond tussen de vermogende herenboeren en de landarbeiders.

Het waren echter niet alleen de landarbeiders en het stedelijk proletariaat die strijd leverden voor een betere en rechtvaardiger wereld. Ook onder de herenboeren waren er die van een groot sociaal engagement getuigden. Een van hen was Derk Roelfs Mansholt (1842-1921), de grootvader van de latere minister van Landbouw en de Europese landbouwcommissaris Sicco Mansholt. Over de drijfveren van de landbouwhervormer Derk Mansholt heeft Hilde Krips-van der Laan een boeiend boek geschreven.

Derk Mansholt kwam op 24-jarige leeftijd min of meer toevallig vanuit Oost-Friesland in het Oldambt terecht. Enkele jaren daarna trouwde hij met een jonge weduwe, waardoor hij niet alleen aan het hoofd kwam te staan van een groot boerenbedrijf van ruim tachtig hectare, maar kreeg hij tegelijkertijd toegang tot de gezeten boerenstand van het Oldambt. Deze groepering was er de voorbije decennia in politiek, sociaal en economisch opzicht zeer op vooruit gegaan. Deze vette jaren – ook wel aangeduid met de `champagnejaren' – leverden een forse stijging van de boereninkomens op, die de boeren stimuleerden over te schakelen op een moderne, grootschalige en kapitalistische productiewijze. Navenant was de zelfbewuste en welvarende levensstijl die zij er op na gingen houden.

In Woord en daad staat niet zozeer de manier centraal waarop deze rationele, individualistische agrarische ondernemer zijn bedrijf runde, maar meer Mansholts denkbeelden over de ordening van de samenleving. Zijn hele leven lang heeft Derk Mansholt zich beziggehouden met het zoeken naar oplossingen voor de grote politieke en sociale vraagstukken van zijn tijd. Uit het relaas van Hilde Krips blijkt dat het Multatuli is geweest die de ogen van Mansholt opende voor de armzalige positie waarin een groot deel van de bevolking zich bevond. Nadat hij door het werk van Multatuli was wakker geschud, meende Mansholt spoedig daarna de oplossing voor de diverse politieke en economische vraagstukken gevonden te hebben in Das Kapital van Marx. Met zijn nadrukkelijke voorkeur voor Marx nam hij een uitzonderlijke positie in en was hij zijn tijd vooruit. Onbetwist is Mansholt in Nederland één van de eersten geweest die Das Kapital heeft gelezen; een andere vraag is of hij de essentie ervan tot in de finesses begreep.

Het is dan ook niet vreemd dat Mansholt in 1881 een van de organisatoren was van de tournee die het aanstormend boegbeeld van de Nederlandse socialistische beweging, F. Domela Nieuwenhuis, door de provincie Groningen maakte. De Groningse herenboer ontpopte zich steeds meer als een radicale politicus die zich vooral in geschrifte inzette voor de sociale kwestie, als spreker was hij duidelijk minder getalenteerd. Mansholt heeft zich diverse malen kandidaat gesteld voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Hij slaagde er niet in om in de districten waarin hij naar voren werd geschoven als winnaar uit de bus te komen. In 1888 was hij er, als kandidaat van de radicalen, overigens wel dicht bij geweest.

Naarmate de gevolgen van de agrarische crisis, die vooral de akkerbouwgebieden in Groningen en Friesland hard trof, zich in volle hevigheid openbaarden, kwam de zoektocht van Derk Mansholt steeds meer in het teken van de landnationalisatie te staan. Mansholt, zelf een grootgrondbezitter, zag vanaf de jaren negentig van de negentiende eeuw, de oorzaak van alle maatschappelijke ellende in de verderfelijke werking van de grondrente. Pas met de opheffing van het particulier grondbezit zou, zo werd zijn overtuiging, de sociale kwestie opgelost kunnen worden.

Doordat hij de sociale kwestie steeds nadrukkelijker vereenzelvigde met de agrarische kwestie, kwam Mansholt op den duur geïsoleerd van de sociale en democratische beweging te staan. Met het vorderen van zijn leeftijd werd Mansholt een `agrarisch fundamentalist'. Voor hem werd het boerenbedrijf de basis en drager van de welvaart. Zijn overstap naar het protectionisme moet in dit perspectief gezien worden. Mansholt vatte dit ruimer op dan alleen maar de invoering van beschermende rechten ten behoeve van de agrarische productie. Het paste in een heel complex van landbouwpolitieke en economische maatregelen, de zogeheten Agrarpolitiek. Deze wereldwijde beweging van rond de eeuwwisseling, die streefde naar een rechtvaardige positie voor de landbouwende bevolking, kende zowel een linkse als rechtse variant. Mansholt begon aan de linkerzijde en schoof geleidelijk aan op naar rechts.

De directe invloed van Derk Mansholt is beperkt gebleven tot een select gezelschap vooraanstaande figuren uit de landbouwwereld. Tot hen behoren enkele nazaten, zoals de broers Stefan en Herman Louwes, die respectievelijk directeur-generaal van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog en voorzitter van het Landbouwschap waren. De bekendste is zonder twijfel toch wel zijn kleinzoon Sicco Mansholt. Deze heeft als minister van Landbouw een belangrijke bijdrage geleverd aan de wederopbouw van Nederland. Maar diens naam wordt vooral in verband gebracht met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarvan hij als Europees landbouwcommissaris één van de ontwerpers is geweest. Meermalen wees Sicco op de grote invloed van zijn grootvader. Dat in het Europees landbouwbeleid een heffingenstelsel werd ingevoerd is te herleiden tot de geschriften uit de protectionistische periode van de `oude Mansholt'.

Wat Sicco vooral in zijn grootvader bewonderde was de combinatie van de bekwame agrarische ondernemer die in het groot kon denken en open stond voor een moderne, rationele bedrijfsvoering met de linkse maatschappijhervormer voor wie een grote dosis sociale bewogenheid een belangrijke drijfveer was. In dit laatste schuilt nu juist de tragiek. In de socialistische arbeidersbeweging werd hij als `herenboer' en in de eigen boerenkring als de `rode maatschappijhervormer' met achterdocht bekeken en nooit geheel geaccepteerd, waardoor zijn invloed pas ruim na zijn dood bleek.