Doorbraak van de bastaard

Brussel is dit jaar een van de culturele hoofdsteden van Europa. Er zijn in totaal driehonderd evenementen waar niet-Brusselaars kunnen meegenieten met letterlijk alle aspecten van het Brusselse culturele leven: van levendige dorpspompen tot muzikale masterclasses.

Als hoofdstad van Europa haalt Brussel dagelijks de pers: `Brussel bombardeert Kosovo.' `Brussel pakt computerkartels aan.' Hier wordt beslist over zaken die alle Europeanen aangaan. Maar wat voor stad is Brussel? Wie weet nu dat Franstaligen bepaalde winkelstraten mijden omdat er Vlaamse mode wordt verkocht? Of dat in randgemeenten waar vooral Franstaligen wonen alle overheidscommunicatie in het Vlaams gaat omdat die gemeenten officieel in Vlaanderen liggen? Of dat migrantenkinderen, die vaak naar Vlaamse scholen gaan, maar op straat Frans spreken, worden geprezen als de enige echte tweetaligen? Brussel lijkt op Washington: de beeldvorming van de stad onthult vrijwel niets over de ingewikkelde werkelijkheid van alledag.

Dit jaar worstelt Brussel meer dan ooit met zijn imago. Want Brussel is één van de culturele hoofdsteden van Europa. De Europese Commissie gunt die eer maar liefst aan negen Europese steden. Maar anders dan de andere acht (Avignon, Bergen, Reykjavik, Helsinki, Santiago de Compostela, Bologna, Praag en Krakow) heeft Brussel moeite om zichzelf te presenteren. De Europese Commissie geeft behalve een beetje geld (750.000 gulden) geen richtlijn over de activiteiten die een culturele hoofdstad moet opzetten, behalve dat er een `Europees' element in moet zitten.

,,Brussel weet niet wat het met zichzelf aanmoet'', zegt Robert Palmer, de 52-jarige Schot die aan het hoofd staat van Brussel 2000. ,,Iedereen doet maar wat. Ik heb nog nooit zo'n verscheurde stad gezien. Een stad die zó onzeker is over haar eigen identiteit.''

Palmer, die eerder Glasgow coachte als culturele hoofdstad, heeft hier alles al meegemaakt. De man die aanvankelijk Brussel 2000 leidde, Bernard Foccroulle, vertrok twee jaar geleden met slaande deuren omdat de negentien gemeenten waaruit Brussel bestaat, de drie taalgemeenschappen, de gewesten, de federale regering en andere belanghebbenden uit politiek en zakenleven allen hun stempel op het project wilden drukken. Elk voorstel van de één stuitte op verzet van de rest. Daarom is het culturele leven in Brussel zo versnipperd: elke gemeente, elke taalgemeenschap regelt altijd alles zelf. Cultuur in Brussel is politiek. Het geruzie verlamde Brussel 2000 zo, dat Brusselaars al van `Brussel 3000' begonnen te spreken.

,,Historisch, cultureel en politiek heeft iedereen zijn eigen Brussel'', zegt Palmer. ,,Een visie op wat Brussel is, bestaat niet.'' Toen hij Foccroulle opvolgde, besloot hij dat gebrek aan visie maar als thema te nemen voor Brussel 2000. ,,Laat iedereen maar laten zien wat Brussel voor hém betekent, in plaats van krampachtig samen concerten of tentoonstellingen te organiseren rond een mooi thema waarin niemand gelooft.'' Het klinkt vreemd, maar dit min of meer negatieve uitgangspunt wérkt.

Kunstenaars, organisatoren van stadswandelingen of culturele stichtingen hoefden niet langer met voorstellen te komen die in een ideologische `mal' moesten passen. Dat maakte een lawine aan creativiteit los. Wie een goed idee had, kon subsidie krijgen en zijn gang gaan. Het nadeel van deze aanpak is de versnippering. Ook is het aandeel van Brussel 2000 zélf vaak niet herkenbaar.

Niet alle evenementen (ruim driehonderd) zijn even interessant voor niet-Brusselaars. Het voordeel is dat de enorme verscheidenheid van het Brusselse culturele leven eindelijk aan het oppervlak komt van goochelaars die met sociaal werkers wasserettes weer tot levendige `dorpspompen' maken (Wash In Town) tot muzikale masterclasses, de Literatuurtrein Europa 2000, filosoferen in de heraangelegde tuin van Erasmus of een tentoonstelling van 15de- en 16de-eeuwse wandtapijten in de net gerenoveerde Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Als het aan Palmer ligt, gaan de Brusselaars daarmee door tot ver na 2000.

Nu er geen politieke punten kunnen worden gescoord, slaan Frans- en Vlaamstaligen hier en daar de handen ineen. De historische fototentoonstelling `Brussel, een gefotografeerde stad' in het Franstalige culturele centrum Le Botanique kon voor het eerst op aandacht in de Vlaamse pers rekenen. Frans- en Vlaamstalige stadsgidsen brachten samen een brochure uit van wandelingen en tochten die ze apart organiseren. Elke vrijdag wordt er in diverse wijken dansles gegeven, het Bal Moderne, waar Brusselaars `gewoon' lol maken. Historische monumenten die door politiek gekift waren verloederd, worden gerenoveerd. Zaterdag trokken carnavaleske stoeten met dansers en praalwagens van alle uithoeken van de stad naar het centrum. Deze Zinneke Parade vormde een mooi symbool voor de gedepolitiseerde operatie die Brussel 2000 is geworden. `Zinneke' verwijst niet alleen naar de rivier de Zenne, die allang gedempt is, maar is ook een bastaard(hond). Ofwel: een kruising van alle types die elkaar het leven in deze stad zo vaak zuur maken, en die er gelukkig net niet voor hebben kunnen zorgen dat Brussel 2000 pas in het jaar 3000 kon plaatsvinden.