De regie van het leven terug

Wonen met gelijkgestemden maakt een mens gelukkig. Dat is het uitgangspunt in verpleeghuis Hogewey, een van de Nederlandse deelnemers aan `Wereldwijde Projecten'.

NIEMAND IN Bommelhof 2 kijkt verbaasd op als de deurbel gaat en meneer De Wit binnenstapt, die op bezoek komt bij zijn jarige vrouw. Zorgkundige Robin van Wijk gaat door met kaas raspen – er wordt vanavond vegetarisch gegeten – en aan tafel vouwt zijn collega Anja Huisers met een bewoonster de was op.

De gemeenschappelijke woonkeuken van de tien bewoners van de Culturele Woongroep van verpleeghuis De Hogewey in Weesp functioneert als een gewoon huis. Dat betekent: geen bezoekuren, geen vaste bedtijden en geen centrale maaltijden van gaarkeukenkwaliteit.

Zeven jaar geleden trok de directeur van Hogewey bij het personeel aan de bel: wordt het niet tijd dat we de regie van het leven zoveel mogelijk aan de bewoners teruggeven? Kunnen we geen woongroepen opzetten met elk hun eigen stijl? Dan kunnen mensen met een vergelijkbare achtergrond of belangstelling bij elkaar wonen en wordt de overgang van het eigen huis naar het verpleeghuis minder groot, aldus de directeur. Aanvankelijk werd gedacht aan één islamitische woongroep en één woongroep voor kunstenaars. Uiteindelijk werd gekozen voor zeven leefstijlen: de Gooise, culturele, Amsterdamse, Indische, christelijke, ambachtelijke en de huiselijke. De Gooise en de huiselijke stijl zijn het meest populair; van beide bestaan vier woongroepen.

Elke huiskamer is, deels met eigen spullen, ingericht naar de smaak van de bewoners. Die leven gemiddeld twee jaar in verpleeghuis Hogewey voor zij overlijden; de huiskamers veranderen regelmatig van uiterlijk.

,,De bedoeling is dat ze de sfeer van hun oude leven hier zo veel mogelijk terugvinden'', legt Petra Drost, hoofd van een culturele en een Gooise woongroep, uit. ,,Soms lijken twee huiskamers op het eerste gezicht op elkaar, maar er zijn allerlei subtiele cultuurverschillen.''

In Bommelhof 2 staan een piano en boekenkasten en heten de goudvissen Bach en Mozart. In Aarlepad 2, een Gooise woongroep, is het serviesgoed op het dressoir van fijn porselein en draait men Strauss. De was wordt beslist niet, zoals op Bommelhof 2, in de huiskamer opgevouwen. Dat vinden de bewoners niet comme il faut.

De geïndividualiseerde aanpak van Hogewey is volgens het personeel een succes. ,,Vroeger speelden zich op de gangen regelmatig sinistere taferelen af'', zegt pr-medewerkster Toos Kuijl. ,,Bewoners die volkomen overstuur ronddwaalden en om hulp riepen. Dat komt nu niet meer voor, de zorg is zeer verbeterd.'' Dat is mede te danken aan het feit dat medewerkers niet meer `taakgericht' werken, maar zich concentreren op het geven van aandacht. Volgens Kuijl en Drost fluctueren de stemmingen van de demente bewoners vaak sterk, maar kunnen negatieve gevoelens met behulp van aandacht en empathie vaak omgebogen worden. Kuijl: ,,Laatst kwam ik een bewoonster tegen die heel verdrietig was. Ze was haar moeder kwijt, zei ze. We praatten daarop uitgebreid over haar moeder: wat ze deed, waar ze woonde. Ze leefde helemaal op en liep huppelend weg.''

Bijkomend effect van de nieuwe koers is dat de exploitatiekosten fors zijn gedaald: van 532.000 gulden in 1993 naar 185.500 in 1998. Het medicijngebruik (slaaptabletten en andere `onrustmiddelen') nam af evenals de hoeveelheid incontinentiemateriaal – en dus de waskosten.

Met de winst bekostigt Hogewey de nieuwe, tijdrovende zorg. Extra's worden uit de aparte spaarpot van elke woongroep betaald; familieleden van bewoners leveren een maandelijkse bijdrage van 15 à 50 gulden. Aan een Gooise woongroep – met dagelijks wijn bij het diner en elke zaterdag high tea – hangt een hoger prijskaartje dan aan de Indische groep. Die laatste woongroep heeft slechts één wens: een keer per maand naar de Indische soos in Amersfoort.

Het flatgebouw van Hogewey is voor de bewoners als een stad. De huiskamer is hun huis, de gangen vertegenwoordigen de straat. De keerzijde van deze verworvenheid – mannelijke wildplassers – nemen de verzorgers voor lief.

    • Rentsje de Gruyter