Culturele kartelvorming

`Aan de journalistieke onafhankelijkheid zal niet worden getornd'. Dat is, sinds de schaalvergrotingen bij de media zijn begonnen, de klassieke formule die in geen contract ontbreekt. Het valt niet te controleren. De zakelijke leiding van een groot concern beschikt over tientallen wapens om de koers van een medium dusdanig te beïnvloeden dat er na een paar jaar niet veel meer van het oorspronkelijke over is. Het is niet noodzakelijk dat het zal gebeuren. Er zijn genoeg voorbeelden van zakelijke leiding die zich ervoor hoedt, aan inhoud en richting te morrelen. Maar er is geen volstrekte garantie, omdat het laatste woord wordt gesproken door de macht die de touwtjes van de portemonnee in handen heeft. Dat geldt voor de kleinste dorpsbode, zo goed als voor CNN.

Omdat CNN vooral in tijd van crisis de voornaamste nieuwsbron is (voor het eerst bewezen in de Golfoorlog), gaat het de wereld aan, wie daar de lakens uitdeelt en wat met het station gebeurt. De laatste tijd veel. In 1996 verkocht Ted Turner zijn bedrijf voor 7,4 miljard dollar aan Time Warner, zelf het product van een megafusie. Hij werd de grootste aandeelhouder in het nieuwe bedrijf, en vice-president. Aan het begin van dit jaar werd Time Warner overgenomen door America On Line. De nieuwe media triomferen over de oude, schreef de Financial Times. Nog geen vier maanden later ontdekte Turner dat hij via machinaties die hem waren ontgaan, op een zijspoor was gerangeerd. Er is een nieuwe functie `gecreëerd' die bezet wordt door een man van AOL. Turner vecht terug.

Het is een klassieke gang van zaken, titanenstrijd aan de top, later goed voor een roman uit het bedrijfsleven, en nu van dag tot dag te volgen op de financiële pagina's. De geschiedenis gaat verder. Opnieuw wordt een functie uitgebroed: die van `redactie-tsaar', een opperhoofdredacteur aan wie het overzicht over alle journalistieke activiteiten van Time Warner en AOL is toebedeeld, met de bedoeling dat hij de `synergie' tot stand zal brengen. De synergische integratie zal op Wall Street een goede indruk maken. Norman Pearlstine, de hoofdredacteur van Time heeft laten weten dat aan zijn hoofdredactionele onafhankelijkheid niet zal worden getornd. Dat heeft hij op een briefje gekregen. Waar hebben we het allemaal eerder gehoord?

De zich verder mondialiserende beschaving heeft, behalve allerlei veelbezongen voordelen, het gebrek dat er grote machten groeien bij wier doen en laten steeds meer mensen belang hebben, zonder dat ze er enige invloed op kunnen uitoefenen. Mondialisering is in dit opzicht een onontkoombare antidemocratisering, als we tenminste de democratie van de koers op de beurs buiten beschouwing laten. Gaat het om supermarkten, luchtvaartmaatschappijen, autofabrieken, dan kan de consument zich verheugen op het vooruitzicht van meer en goedkoper, het personeel zich afvragen wat de synergie voor hun betrekking betekent, en verder is er de wet tegen kartelvorming om machtsmisbruik tegen te gaan.

De megaconcerns van de media handelen in de abstracte goederen van cultuur, amusement, nieuws en andere informatie. We weten intussen dat de belangrijkste waar uit `content' bestaat, en dat de lekkerste content het grootste publiek en de hoogste koers garandeert. Smaken verschillen. De meeste mensen zitten avond aan avond voor de televisie te genieten. Anders zouden er geen megaconcerns kunnen groeien. Een minderheid is van mening dat mondialisering van de media in concerns tot gevolg heeft dat er voornamelijk een niet te stuiten stroom van entertainment over de mensheid wordt uitgestort. Dat kan niet anders, daar heerst de ijzeren wet van vraag en aanbod.

Nu zien we, lokaal en op wereldschaal, dat deze wet ook van toepassing is op de informatie. In Amsterdam werd plotseling CNN `van de kabel gehaald', omdat de exploitant van mening was dat zijn maatschappij meer gediend was met een zender die meer vrolijkheid te bieden had. Ted Turner, pionier van het wereldnieuws op de televisie, 24 uur per dag, verweert zich als een Romeinse keizer in zijn nadagen tegen de nieuwe Brutus.

Ik schat dat een jaar of 46 geleden mr. Sem Davids in De Groene een artikel schreef: Over het nut van de grote liberale dagbladpers. Zijn stelling was dat we het bestaan van kranten als The Times en Le Monde danken aan `de grote kooplieden'. Zij moesten, wegens hun internationale belangen, van dag tot dag objectief worden ingelicht over wat er in de wereld gebeurde. Het woord mondiaal bestond nog niet. De Groene zelf hield zich niet zo zuiver aan deze opdracht, maar dat is een andere zaak. Binnen de grenzen en volgens de eisen van de televisie zijn CNN en BBC World de stations die de functie van `de grote liberale pers' volgens Davids vervullen. Maar wat is er met de kooplieden gebeurd? Ze handelen nu zelf in de abstracte waren van cultuur: enter- en infotainment, nieuws. De concurrentiestrijd dwingt tot de vorming van grotere eenheden. De strijd tussen de megaconcerns wordt verder uitgevochten met de wapens van de `content'.

De strijd om het massapubliek leidt tot een grotere mate van eenvormigheid, gelijkschakeling. Als de nieuwsvoorziening daarbij wordt betrokken, komt de `pluriformiteit van de informatie' in het gedrang. De massamedia zullen niet uit politieke motieven de feiten verdraaien, maar uit economisch belang steeds minder feiten in vlottere, leukere verpakking verkopen. De megaconcerns worden feitelijk al tot cultuur- en nieuwskartels. Een jaar of 25 geleden konden we ons daar over opwinden. Waarom nu niet meer? Omdat de economische mondialisering in politiek opzicht moedeloze burgers kweekt.

    • H.J.A. Hofland