Blubber in je oren

Tussen Borculo en Gorssel is een nieuw parcours voor mountainbikers geopend. Deze Graafschap-route is 90 kilometer lang en vormt voor de liefhebbers een orgie van hellingen en bochten.

Het mooiste van de Nederlandse natuur zijn de smalle, zandige, mulle, modderige, kronkelende konijnenpaadjes door dichtbegroeid, geaccidenteerd terrein, vinden mountainbikers: precies waar de roodborsttapuit broedt, waar het ree rust, waar de das haar jongen traint, waar de overwerkte stadsmens zich in de late avondschemering of vroege ochtendnevel overgeeft aan verlangens naar stilte en eenzaamheid.

Helaas. Zelfs op de rustigste plekken en op de stilste uren – of beter: juist daar, juist dan – rammen zwetende mountainbikers in lila of gifgroene trainingspakken 's lands laatste rust aan flarden terwijl vogel en zoogdier jankend derwaarts vluchten en stilteminnende wandelaars het nakijken hebben. Het probleem had kunnen worden opgelost met veel bordjes fietsen uitsluitend op rijwielpaden en een legertje veldpolitie met getraliede terreinvoertuigen en aanhangwagens met daarin krachtige fietsvermalers, maar dat had tien jaar geleden moeten gebeuren. Nu is het te laat: mountainbikers zijn altijd en overal te verwachten.

Om het nauwelijks beteugelbare verschijnsel nog een beetje in te dammen of althans te zoneren, zijn terreineigenaren nu druk met de aanleg van mountainbikeroutes in de iets minder kwetsbare zones van natuurgebieden, in de hoop dat de bergfietsers dan elders wegblijven. Landelijk zijn het er al tientallen, waarvan een half dozijn op de Utrechtse Heuvelrug.

De weg naar de zonde is altijd kort: een mountainbike is snel gehuurd in Doorn, in de achterbak ermee, en tien minuten later zet ik een geslaagde aanval in op de rust in de bossen bij Leersum, afkeurend nagestaard door een bejaard, picknickend echtpaar. De aanfietsroute van het traject voert over een fietspad naast een breed, mul zandpad. Meteen al een probleem: voert de route wel over het fietspad? Mountainbiken is vragen om ongemak, daar kwam ik voor, dus – klik klik, even schakelen van de zeventiende naar de zesde versnelling – en door het mulle zand.

Volgende probleem: zoeken we de hardste delen van het pad of juist de rulste? Of maken we het nog ongemakkelijker door de zwaar begraste en beboomstronkte berm te volgen? Het echte parcours van de `Lombokbosroute' beantwoordt dergelijke vragen door zo smal te zijn dat je kunt kiezen tussen voortploeteren of tegen een boom rijden. Bochten, steile klimmetjes, venijnige afdalingen wisselen elkaar in moordend tempo af – doordat ik zo vreselijk hard fiets natuurlijk, maar ook doordat dichte vegetatie het pad in een stevige groene greep houdt en het vaak een verrassing blijft of je een tiende seconde later de derde versnelling nodig hebt of de twintigste, of er wel of geen bocht zit en of je door een diepe modderpoel moet. Dat laatste lukt altijd zonder omvallen in de eerste versnelling die garant staat voor een pedaalomwenteling per 130 centimeter blubber.

Om de heimelijk ontwakende vreugde van het mountainbiken nog wat meer ruimte te geven, stoot ik vierwielig door naar het wilde oosten. Tussen Borculo en Gorssel ligt sinds enkele weken de 90 kilometer lange, uit vier lussen samengestelde A.T.B.-route De Graafschap, waarbij ATB vermoedelijk voor all terrain bike staat. Klopt het dat er op mountainbikes geen achterspatborden zitten zodat je al mountainbikend een deel van de mountain over je rug krijgt? vraag ik aan een kordate rijwielverhuurder te Barchem, terwijl hij, net als zijn collega in Doorn, een achterspatbordloos exemplaar uit het rek licht. `Ja'. Mooi, dat scheelt bij het aantekeningen maken. Overhemdarcheologie zal me duidelijk moeten maken door welke terreinsoorten de tocht voerde.

De route is feilloos bewegwijzerd, net als bij Leersum overigens. Tussen Barchem en Lochem gaat het over onverwachts begaanbare wegen, zodat de verleiding opkomt om af en toe eens een bietenakker of bosperceel in het traject op te nemen.

Ik heb er drie halve lussen met veel modder en kronkelpaadjes op zitten en Lochem komt voor de tweede keer in beeld, als een tracé over een oude vuilstortplaats de laatste klachten over te veel tamheid wegneemt: in de eerste versnelling mag je vrijwel rechtstandig de hoogte in, waarna alleen zeer krachtig remmen en uiterste bergrijwielbeheersing te pletter slaan voorkomen. En dat drie keer. Kort daarna volgt het plaatselijke mountainbiketerrein: een greppel of dertig waar de route haaks overheen gaat en waar jong Lochem, leunend over de eigen mountainbikes, zich verbaast over zo weinig behendigheid. Resteert het mooiste stuk van de hele Graafschaproute: de aaneensluiting van A1 landschappen die Lochemer Berg heet en waar het gelukkig stevig begint te regenen terwijl de duisternis zich aankondigt. De blubber verhevigt zich en in een orgie van hellingen en bochten, in een continue afwisseling van bijna stilstaand naar boven rijden en dan – klik klik – oerend hard weer naar beneden, in een magische eenwording van mens en modder, verdwijnen alle complicaties van het dagelijks bestaan zoals alle kleur uit het landschap, terwijl de nacht over de Achterhoek neerdaalt.

    • Michiel Hegener